Zeist (NL) - Er is
geen bewijs dat gist, biogene aminen en azokleurstoffen
voedselovergevoeligheid kunnen veroorzaken. Dit concludeert TNO Voeding uit
een onderzoek naar acht stoffen.
Het Voedingscentrum in Den Haag publiceert jaarlijks merkartikelenlijsten,
als hulpmiddel voor mensen met een voedselallergie. Op de lijst staan alle
voedingsmiddelen inclusief merknamen, die veilig gegeten kunnen worden. Wie
overgevoelig of allergisch is gebruikt de lijst bij de dagelijkse
boodschappen.
Er zijn zo'n dertig lijsten, voor de overbekende allergieën, zoals gluten,
koemelk en noten, maar ook voor stoffen als peulvruchten, koriander, en mais.
,,We willen het aantal lijsten opschonen, omdat we mensen niet willen
belasten met een speciaal dieet als je niet met zekerheid kunt zeggen dat
het ook nodig is", zegt dr ir Marijke van Dusseldorp, voedingskundige bij
TNO Voeding.
TNO heeft daarom een literatuurstudie gedaan voor acht voedselbestanddelen
op de lijst: biogene aminen, bakkersgist, vanille, kaneel, benzoaten,
azokleurstoffen, glutamaat en schermbloemigen. In deze plantenfamilie zitten
onder meer peen, selderij, peterselie en koriander.
Veel studies bleken te weinig wetenschappelijk bewijs op te leveren. Van de
achttien onderzoeken naar biogene aminen (zoals histamine en tyramine)
bleken er slechts vier wetenschappelijk verantwoord en die gaven alle een
negatieve uitkomst. Biogene aminen worden genoemd als oorzaak van hoofdpijn,
galbulten, ademhalingsproblemen en maag-darmklachten, maar TNO ziet daar dus
onvoldoende bewijs voor.
Ook voor gist, vanille, kaneel, benzoaten en azokleurstoffen werd geen
effect gevonden. De smaakversterker Ve-tsin (MSG ofwel
mono-natrium-glutamaat) veroorzaakt geen asthma. MSG blijft voorlopig wel op
de lijst staan, omdat er meer onderzoek nodig is naar het Chinese restaurant
syndroom (onwel worden na het eten in een Chinees). Wortel, selderij en
koriander blijken allergieën te kunnen opwekken.
De criteria voor onderzoek zijn onlangs aangescherpt. Vroeger stelden het
Voedingscentrum en TNO een lijst op als dat gevraagd werd, door
patiëntenverenigingen, allergologen of de consument. Nu moet er degelijke
literatuur zijn. TNO accepteert alleen orale provocatie-studies, waarin de
verdachte stof wordt toegediend aan gevoelige individuen. Verder moet het
onderzoek goed zijn uitgevoerd, met een dubbelblinde opzet
en controlegroepen. |
|
|
|
|
|
|