Genéve (CH) - De
autoriteiten kunnen de balans opmaken van de epidemie met de nieuwe
infectieziekte SARS. Geleerde lessen moeten risico's terugbrengen.
In een viertal uitgebreide teleconferenties maakt de
wereldgezondheidsorganisatie WHO de balans op van de infectieziekte SARS.
Deze ziekte heeft met name in Oost-Azië slachtoffers geëist, maar ook in het
Canadese Toronto waren diverse besmettingen. Een groot rapport levert de
gespreksstof voor de conferenties.
In het rapport trekt de WHO een paar belangrijke conclusies. Zo verspreidt
SARS zich niet door de lucht, maar via druppeltjes. Elke patiënt infecteerde
gemiddeld drie andere mensen, waarbij bij ziekten die zich verspreiden via
de lucht een enkele persoon iedereen in een ruimte kan besmetten. Veelvuldig
handenwassen en monddoekjes voor patiënten en verzorgend personeel remt de
verspreiding.
In één op de vijf gevallen betrof een ziektegeval een
gezondheidszorgmedewerker. Verplegers en artsen lopen extra risico op
besmetting, zelfs als ze veiligheidsmaatregelen treffen zoals gebruik van
handschoenen, oogbescherming en speciale kleding.
Tapijtmonsters
Het besmettingsgevaar is het grootste op de tiende dag van de ziekte, en
neemt daarna snel af. Tien dagen nadat de koorts is verdwenen, zijn
patiënten niet meer besmettelijk. Vreemd genoeg hebben de onderzoekers maar
weinig besmettingen van kinderen vastgesteld. Slechts in twee gevallen is
duidelijk dat een kind een volwassene heeft besmet met SARS, en besmetting
van kinderen onderling, bijvoorbeeld op scholen, is nergens vastgesteld.
Verder onderzoek moet uitwijzen of SARS bij kinderen slechts milde of
afwijkende symptomen veroorzaakt.
In hoeverre het komende jaar SARS weer kan opsteken, is de vraag. In
tapijtmonsters uit het Metropole Hotel in Hong Kong ontdekten onderzoekers
in na drie maanden nog RNA van het coronavirus, alhoewel geen levend virus.
Tal van vragen resteren nog voor de deskundigen, zoals waar het virus
vandaan komt en of het nog bij dier. |
|
|
|
|
|
|