|
De aarde bestaat uit 3 verschillende
onderdelen:
de
aardkorst
de mantel
de kern
De
aardkorst is waar wij op wonen. Hij bestaat uit een hele dikke
laag grond en gesteente. In de aarde zitten veel breuken. Die
zijn er gekomen doordat de magma (die in het midden van de aarde
zit) veel druk zet op de aardkorst.
De
mantel bestaat uit 2 delen; de binnenmantel en de buitenmantel.
Laten we maar eens beginnen met de binnenmantel. Die is vast en
bestaat uit gesteenten. De buitenmantel is vloeibaar en bestaat
uit gesmolten gesteenten en ijzer. Ook wel magma genoemd. Dit
heeft een temperatuur van meer dan 1000șC, is dik en stroperig.
De mantels zijn samen ongeveer 3000 kilometer dik.
Dan hebben we nog de kern. Ook deze bestaat uit 2 delen; de
binnenkern en de buitenkern. De binnenkern bestaat uit vast
materiaal en is meer dan 2500șC. De buitenkern is vloeibaar en
opgebouwd uit magma. De kern(en) samen zijn 3470 kilometer dik.
De
vulkaan heeft een kraterpijp. Vaak zit die pijp verstopt met
stenen en puin. Je zou dus kunnen zeggen dat de uitgang (zo
wordt de kraterpijp namelijk ook wel genoemd) geblokkeerd is.
Daardoor wordt de druk op het magma steeds groter.
De
mensen die in de buurt van een vulkaan wonen, kunnen meestal
zelf al bepalen wanneer het tijd is om hun huizen te verlaten.
Ze herkennen de signalen. Wat zijn die signalen dan? Onderaards
gerommel, net onweer. Soms wil er een (zwarte) rookwolk boven de
krater van vulkaan verschijnen. En dan wordt het serieus!!! De
grond begint te trillen en plotseling klinken er enorme knallen.
De lavaprop (alle stenen en puin) is uit de krater gevlogen.
Stenen en as worden meters hoog de lucht in geslingerd. En omdat
de as zo ontzettend licht is kan het soms pas kilometers
verderop zakken. Dat noemt men nou het schijnsel asregen.
Doordat de stenen gloeiend heet zijn als ze de lucht in worden
geslingerd, krijgen ze vreemde vormen. Ze kunnen verschillen van
een paar centimeter tot wel 1 meter groot.
Als de prop eenmaal uit de kraterpijp is, kan het magma vrij
naar buiten stromen. Vanaf het moment dat het magma het
aardoppervlak raakt, wordt het lava genoemd. De temperatuur van
de lava ligt ongeveer tussen de 600șC en de 1200șC. En doordat
de temperatuur zo hoog is, wordt alles wat het onderweg tegen
komt verschroeit. De bovenste laag van de lava is erg snel
afgekoeld, maar de onderste niet. Die blijft nog wel een tijdje
doorstromen. Als alle lava gestold is, raakt de kraterpijp weer
verstopt en begint het proces weer van voren af aan.
Vulkanen komen meestal voor op plaatsen waar de platen van de
aarde elkaar tegenkomen en magma vanuit het binnenste naar boven
stoomt. Vooral landen aan de rand van de Stille Oceaan liggen in
de gevarenzone. Ze bevinden zich op de "ring van vuur", een
gordel van vulkanen rond de Stille Oceaan.
Als
vulkanen uitbarsten, vormen lava en as een heuvel of berg die
"kegel" wordt genoemd. Sommige vulkanen hebben zacht glooiende
hellingen. Die zijn ontstaan doordat de naar beneden stromende
lava er lang over deed om af te koelen. Andere vulkanen
produceren een kleveriger soort lava, waarbij snel een steile
vulkaan van as en sintels (geheel of half uitgebrande stukken
steenkool) ontstaat.
|