header insecten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Waterkevers

 
   




Waterkevers zijn insecten die in het water leven. Het zijn roofdieren. Ze hebben een afgeplat, langwerpig lichaam. In het uiteinde van hun achterlijf bevindt zich een opening waarmee ze kunnen ademhalen. Ze steken het achterlijf telkens boven het water zodat ze met de tracheeŽn lucht kunnen opnemen. Bovendien slaan ze luchtvoorraden op onder hun dekvleugels. Ook de larven moeten steeds weer aan de oppervlakte komen om de adembuisjes met zuurstof te vullen. Wanneer het water opdroogt kan de waterkever op zoek gaan naar een nieuwe verblijfplaats omdat hij ook kan vliegen.
In Europa komt de geelgerande waterroofkever veel voor. Deze houdt zich het liefst in dichtbegroeide oevers op. Daar jaagt hij op kleine diertjes maar ook op vissen en watersalamanders. Hij is ongeveer 3-4 cm lang, de larven zijn zelfs 6 cm lang. Hij is aan de bovenkant donkergroen en hij heeft een gele rand langs het borststuk en de dekschilden. De onderkant is roodachtig-geel. De mannetjes en vrouwtjes kunnen goed onderscheiden worden aan de hand van de vleugels. De mannetjes hebben gladde dekvleugels, de vrouwtjes hebben gegolfde vleugels.
Met zijn platte, met borsteltjes bedekte achterpoten, die in het water als roeispanen fungeren, nadert hij zijn prooi en scheurt hij eenvoudig stukken vlees uit het lijf.
In de herfst vindt de paring plaats. Om zich tijdens de paring aan de borstzijde van het vrouwtje te kunnen vasthouden, zijn de voorpoten van het mannetje voorzien van zuignappen. Na de paring worden in het voorjaar wel tot zo'n 1.000 eitjes gelegd door het vrouwtje. Ze worden in zelf gemaakte nestjes van waterplanten gelegd.
De larve van de geelgerande waterroofkever is nog vraatzuchtiger dan de volwassen kever. De larve pakt de prooi met zijn krachtige bovenkaaktangen en scheurt hem vervolgens in stukken. De prooi wordt eerst buiten het lichaam voorverteerd: de larve scheidt een verteringssap af dat het voedsel in de zachte brij verandert die hij kan opzuigen.
Het verpoppen van de geelgerande waterroofkever verpopt zich in de grond en niet in het water: de larven kruipen aan land en graven zich daar voor een periode van ongeveer twee weken in. In deze periode ontwikkelen ze zich tot een kever.
Vanaf het moment dat de eitjes worden gelegd en het moment waarop de kever volledig ontwikkeld is verstrijken ongeveer 6 weken. Gedurende deze tijd moet een larve honderden kikkervisjes eten en hij wordt daarom in de visvijvers als een zeer schadelijk dier beschouwd.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009