| |
De
waterral of rallus aquaticus
Stand- en zwerfvogel. Iets groter dan een merel, met stevige
poten, lange tenen en een licht gekromde, lange snavel, waardoor
hij zich onderscheidt van alle andere rallen. Verspreiding en
woongebied : heel Europa tot Noord-Scandinavië. Bij ons als
broedvogel in rietrijke landen langs open water, in de winter
ook in greppels. Voortplanting : het nest is een diepe kom in
het riet of in de biezen, vaak met een gevlochten dak. Legtijd
april tot juni. Eén tot twee legsels per jaar. De zes tot elf
eieren zijn licht van kleur met roodbruine of grijze stippen.
Beide partners broeden 19-22 dagen. De jongen verlaten het nest
pas een paar dagen nadat ze uit het ei gekropen zijn. Ze kunnen
na 7-8 weken vliegen, maar zijn vaak al eerder zelfstandig.
Voedsel : kleine dieren. |
|
|
|
|
|
|