Pantoffelbloemen
(Calceolaria) moeten wat warmer en vochtiger worden gehouden dan de
meeste andere planten. U kunt deze plant wat verder terugsnijden
nadat hij in de herfst uit de grond is gehaald. Tuinmargrieten
(Chrysanthemum frutescens) die niet in een pot hebben gestaan, kunt
u in de herfst wel oppotten, maar dan moet u vrij sterk
terugsnijden. Zet de planten daarna in een ruimte met een
temperatuur van om en bij de vijftien graden C. , zodat de wortels
kunnen groeien (aanslaan).
Felicia amelloides, Heliotropium, (heliotroop), Pelargonium
zonale (geranium - zie foto na de snoeibeurt) en Lantana
camara zullen de winter doorkomen als ze droog en koel worden
gehouden.
Laagblijvende planten, zoals de Gazania splendens en de Gazannia
pinnata worden in de herfst maar voor de helft teruggesneden. U moet
ze iets warmer zetten (ongeveer zeventien graden C.) dan de andere
planten. Het grijsbladige Senecio cineraria (askruid) kan ook heel
goed de winter door worden geholpen. Deze tweejarige plant zal in
het tweede jaar gaan bloeien met kleine, gele, op kruiskruid
lijkende bloempjes. Daarna sterft hij spoedig.
Twee fraaie salie- of Salvia-soorten kunt u eveneens overhouden : de
vrij hoge Salvia farinacea met violetblauwe bloemaren, waarvan de
steel ook blauw gekleurd is en de grootbloemige Salvia patens.
Salvia patens is een knolgewas dat u ook tot vijf centimeter boven
de knol kunt afsnijden om het in een kistje met turfmolm te bewaren
totdat u het in maart oppot. Sommige ijzerhard (Verbena)- soorten
kunt u met wat dennentakken als bescherming in de tuin zelf laten
overwinteren. Eén van de sterkere is de tot twee meter hoge Verbena
patagonica. Strenge vorst overleven deze planten niet, dus zet u ze
best in een vorstvrije ruimte. |
|
|
|
|
|