Sommige planten
moeten buiten worden gezaaid, omdat ze onder glas last krijgen van
de warmte en abnormaal lange stengels vormùen met blad dat te
lichtgroen is gekleurd. Dergelijke planten zijn heel vatbaar voor
allerlei schimmel- en bacterieziekten.
Andere zomerbloemen worden in de volle grond gezaaid omdat hun
penwortel niet toestaat dat ze worden verplant. Deze planten kunnen
wel 'op warmte' in de kas worden uitgezaaid, maar verspenen en later
verplanten verdragen ze vrijwel niet.
Overzicht van planten die in volle grond moeten worden gezaaid
Agrostemma gracilis (bolderik), Agrostis nebulosa (nevelgras of
struisgras), Anagallis arvensis (guichelheil), Atriplex hortensis 'Rubra'
(rode melde), Briza maxima (trilgras of siddergras), Crepis rubra
(streepzaad), Datura stramonium (doornappel), Echium plantagineum (slangenkruid),
Heliophilla pilosa, Hibiscus trionum (drie-uren bloem), Huocyamus
niger (bilzekruid), Impatiens glandulifera (springbalsemien of
reuzenbalsemien), Lavatera trimestris (bekermalva), Limnathes
douglasii (moerasbloem), Linaria maroccana (vlasleeuwebek of
Marokkaanse leeuwebek), Nicandra physalodes, Phacelia tanacetifolia
(bijenvoer).
Wanneer
u voorgaande zomerbloemen dicht bij elkaar zaait op een speciaal
daarvoor bestemd zaaibed, ontstaan er gedrongen, bossige gewassen,
die u later goed kunt verplanten.
Planten met een penwortel daarentegen moeten direct op de juiste
plek in de tuin worden gezaaid. Ze houden doorgaans van veel zon en
vrij droge grond. Hou rekening met de bloemkleur en de hoogte van
deze planten als u de plek voor het zaaien uitkiest.
Het gaat om de volgende planten :
Centaurea cyanus (korenbloem), Delphinium ajacis (éénjarige
ridderspoor), Eschscholzia californica (slaapmutsje of Juliaantje),
Euphorbia lathyrus (kruisbladwolfsmelk), Godetia hybrida
(zomerazalea), Gypsophila elegans (éénjarig gipskruid), Iberis
umbellata (scheefbloem), Lupinus-soorten (lupine-zie foto),
Malope trifida (trechtermalva), Matthioda incana annua
(zomerviolier), Nigella damascena (juffertje-in-het-groen),
Papaver-soorten (klaproos) en ook Portulaca grandiflora (portulak).
Als u in volle
grond zaait, moet u er rekening mee houden dat zich op bepaalde
grondsoorten gemakkelijk een korst vormt. Na hevige slagregens kan
de bovenste laag van kleigrond zo hard worden dat de jonge planten
er heel moeilijk doorheen kunnen dringen. Dat is deels te voorkomen
door de bovenste laag niet zo heel erg fijn te harken. Er zullen dan
wel wat meer kluitjes op de grond blijven liggen, maar dat is niet
zo erg als die harde aardekorst. Door de bovenste laag van zware
kleigrond kunt u ook wat grof zand mengen om de vorming van een
harde laag tegen te gaan.
Vogels kunnen nogal wat schade aanrichten doordat ze zaad - en zelfs
jonge kiemplanten - opeten. Hou de vogels wel van uw zaaibed door
smalle repen aluminiumfolie aan stokjes in het zaaibed te plaatsen.
|