|

|
Een auto rijdt door een
straat in Jordanië. Hij is ontworpen in Duitsland en gefabriceerd in
Turkije. De motor is gemaakt in Mexico, de ramen in Frankrijk en de
deurpanelen in Korea. Het chassis is Pools en de koplampen Engels. Hij is
gebouwd met de hulp van Italiaanse werktuigen en met gebruikmaking van
Chinese moeren. Deze bedachte (maar zeker niet onrealistische) auto is een
product van de 'wereldeconomie' - een waarin goederen, geld en
arbeidsplaatsen zonder veel restricties over de hele wereld geschoven kunnen
worden.
Globalisering begon als economische kracht op te komen in de jaren tachtig
van de 20ste eeuw en droeg bij aan een algemene expansie van de economieën
van de westerse landen en die van de Pacific. Het fenomeen deed zich in
toenemende mate gelden tijdens de recessie van de jaren '90, toen
multinationals zoals Siemens, Glaxo en Mitsubishi fabrieken en kantoren over
de hele wereld vestigden om de voordelen te genieten van lage arbeidskosten,
overheidssteun of toegang tot goedkope grondstoffen.
Tezelfdertijd maakten technische vernieuwingen het mogelijk om complexe
gegevens via fax of email binnen enkele seconden te versturen. Beter
luchtvervoer betekende dat goederen goedkoop en snel van de ene hoek van de
aarde naar de andere getransporteerd konden worden.
Dit viel samen met een serie van politieke initiatieven om de internationale
handel te stimuleren. Met het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA),
dat op 1 januari 1994 in werking trad, werd een programma in het leven
geroepen om de vrije uitwisseling van goederen en diensten tussen Canada,
Mexico en de Verenigde Staten in 2009 te realiseren. Met het Verdrag van
Maastricht van 1993 ging de Europese eenheid definitief van start met als
doel de afschaffing van de grenzen binnen de lidstaten. De belangrijkste
overeenkomst is misschien wel het GATT of General Agreement on Tariffs and
Trade dat in 1994 na acht jaar onderhandelen werd ondertekend. De 125
deelnemende landen kwamen een nieuwe code voor internationale handel overeen
en stemden toe in verlaagde tarieven.
De waarneembare ongelijkheid van het economische speelveld heeft sommige
landen buitengewoon voorzichtig gemaakt en oproepen zijn gedaan voor
hernieuwde bescherming van de handel. De Japanners, die veel van hun
economisch succes te danken hebben aan dergelijk politiek protectionisme,
zien een toekomst zonder importbelasting met enige nervositeit tegemoet. En
de westerse wereld geeft de Aziatische goedkope arbeidskrachten de schuld
van de onzekere arbeidsomstandigheden en de loonstopmaatregelen. Maar de
globalisering heeft de regels van het economisch spel reeds veranderd, zowel
ten voordele als ten nadele. |
|
|
|
|
|
|