| |
De
witte kwikstaart of rouwkwikstaart, of motacilla alba
In ons land vinden we de witte kwikstaart met een lichtgrijze
rug. Ze fourageren in tuinen en parken, boven de huizen of
pikkend boven vuilnishopen. Het beste moment om kwikstaarten te
bekijken, is als ze op het gras kleine insecten verzamelen voor
hun jongen. De lange staart maakt de kwikstaart heel wendbaar
als hij over het gras rent om uit te vallen naar zijn prooi, of
omhoog springt om gevleugelde insecten te pakken.
Kenmerken
Lengte : 18 cm. Kwikstaarten hebben een uitbundig zwart-wit
verenpak en in de winter wordt de zwarte keel wit. Als ze even
stilstaan danst hun lange staart voortdurend op en neer. Waarom
ze dit doen is niet bekend.
Geluid
De kwikstaart maakt een luid en scherp 'tsipp-tsipp' geluid in
de vlucht. De zang is een onregelmatig gekwetter.
Voedsel
Kleine insecten (vooral vliegen) en andere kleine dieren zoals
kleine slakken, wormen. Een enkele keer eten ze ook kleine
zaden.
Wintervoedering
Oude kruimeltjes worden door de schaarse overwinteraars van
de grond gepikt, vooral in strenge winters.
Nest
Het komvormige nest van gras, wortels en mossen wordt gebouwd in
muurholtes, gebouwen, kreupelhout of oude nesten van andere
vogels.U kunt het vrouwtje herkennen aan het feit dat haar
staart krom staat door het broeden.
Broedgegevens
Maanden april tot augustus - twee legsels - drie tot vijf
bruingevlekte witachtige eieren - broedtijd : 13 dagen (vooral
vrouwtje) - vliegvlug : na veertien dagen; één week later
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|