|
A |
|
|
Ablatie |
Afsmelten van het oppervlak van een
lichaam door wrijving met de aardatmosfeer. |
|
Absolute_grootte |
Maat voor de werkelijke helderheid van
sterren. |
|
Absolute_nulpunt |
Temperatuur van 0 K, overeenkomend met
-273,16° Celsius. |
|
Absolute_temperatuurschaal |
Schaal voor temperatuurmeting, met als
laagste waarde het absolute nulpunt. |
|
Afplatting |
Afwijking van een (rotatie-)lichaam
van de bolvorm. |
|
Afstandmodulus |
Verschil tussen schijnbare (m) en
absolute (M) helderheid van een bepaalde ster. |
|
Albedo |
Reflectievermogen van een lichaam
zonder eigen licht, dat voor een volledige reflectie de waarde 1 krijgt. |
|
Antimaterie |
Elementaire deeltjes met omgekeerde
elektrische lading. |
|
Apertuur |
(Opening) Diameter van de
convergerende lens of van de spiegel van een telescoop. |
|
Aphelium |
Het punt van een planetenbaan dat zich
het verst van de Zon bevindt. |
|
As |
Fictieve rechte lijn waaromheen de
lichamen (bijv. hemellichamen) roteren. |
|
Asteroïde |
Een object van gesteente van geringere
grootte dan een planeet, dat om de zon draait. |
|
Asteroïde |
De omloopbanen van de meeste
asteroïden liggen in een gordel tussen Mars en Jupiter. |
|
Asteroïdengordel |
Gordel tussen de omloopbanen van Mars
en Jupiter waarin zich de omloopbanen van talloze asteroïden bevinden. |
|
Astrologie |
Probeert handelingen van mensen en
gebeurtenissen uit posities van hemellichamen te voorspellen. |
|
Astronomie |
Wetenschap die het universum buiten de
aardatmosfeer onderzoekt. |
|
Astronomische_Eenheid |
De gemiddelde afstand van de Aarde tot
de Zon (ongeveer 150 miljoen kilometer). |
|
Atoom |
Kleinste eenheid van een chemisch
element (atoomkern en elektronenwolk). |
|
Atoomkern |
Centraal deel van een atoom met
positieve lading en het grootste deel van de atoommassa. |
|
Azimut |
Van het zuidelijkste punt uit aan de
horizontale cirkel gemeten hoekafstand. |
|
B |
|
|
Balk/spiraalvormig_melkwegstelsel |
Een spiraalvormig melkwegstelsel met
door de kern ervan een materiebalk. |
|
Bedekking |
Verduistering van een hemellichaam
door een ander. |
|
Bedekkingsster |
Een ster waarvan de helderheid
periodiek verandert. |
|
Beweging |
Directe of rechtsomlopende beweging
van een hemellichaam in dezelfde richting als de beweging van de Aarde. |
|
Big_Bang |
Oerknal |
|
Big_Crunch |
Eindkrak |
|
Boogminuut |
Zestigste deel van een graad of het
21600ste deel van een cirkel. |
|
Boogseconde |
3600ste deel van een graad ofwel
minder dan een miljoenste van een cirkel. |
|
Breedte |
Geografische hoekafstand tussen een
punt op het aardoppervlak en de evenaar. |
|
Bruine_dwerg |
Sterachtig object - klein en arm aan
massa - zonder versmelting van waterstof in de kern. |
|
Buigingsstraal |
Buiging van het licht aan de randen
van bijvoorbeeld opvangspiegelhouders |
|
C |
|
|
Chandrasekhar-limiet |
Grenswaarde voor de massa van een ster |
|
Charge-Coupled-Device |
Elektronische fotografische plaat in
de HST om beelden op te nemen |
|
Circumpolaire_sterren |
Sterren of sterrenbeelden die vanaf
een bepaalde waarnemingslocatie niet onder de horizon verdwijnen |
|
Compositie |
Een opname, die uit afzonderlijke
opnamen samengesteld is |
|
Convectie |
Verticale beweging van energie of
massa als gevolg van circulerende stromingen |
|
COSTAR |
Corrective Optics Space Telescope
Axial Replacement : correctie voor de niet juist geslepen hoofdspiegel van de HST |
|
Culminatie |
Hoogste stand, die een gesternte ten
opzichte van de waarnemer bereikt |
|
D |
|
|
De_kern |
Gebied rondom het centrum van een
planeet, ster of melkwegstelsel |
|
Declinatie |
Hoekafstand van een hemellichaam tot
de hemelevenaar |
|
Dichtheid |
Maat voor de massa in een bepaalde
ruimte |
|
Donkere materie |
Elke soort materie, die we niet direct
of indirect kunnen zien, wordt als donkere materie aangeduid |
|
Donkere_wolk |
Een koude wolk van stof en gas, die
geen licht reflecteert en evenmin uitstraalt |
|
Dopplereffect |
Verandering van de frequentie van
geluids- en lichtgolven als gevolg van de beweging van bron en waarnemer ten opzichte van elkaar. |
|
Druk |
Maat voor de op een oppervlak werkende
kracht |
|
Dubbelsysteem |
Twee om een gemeenschappelijk
zwaartepunt draaiende sterren |
|
E |
|
|
Eclipsen |
Totale of gedeeltelijke afdekking van
een hemellichaam bij passage door de schaduw van een ander hemellichaam |
|
Ecliptica |
Grote cirkel op de hemelbol, waarop de
schijnbare beweging van de Zon voor de achtergrond van de sterren loopt |
|
Eigenbeweging |
Langzame positieverandering van
sterren aan de hemel |
|
Eindkrak |
(Big Crunch) Mogelijk einde van het
universum |
|
Elektron |
Negatief geladen deeltje, arm aan
massa, in een baan om de atoomkern |
|
Element |
Eenvoudigste, uit identiek opgebouwde
atomen bestaande chemische vorm |
|
Ellips |
Een vorm van de planetenbanen, die
door de drie Wetten van Kepler voor de planetenbewegingen worden beschreven |
|
Emissienevel |
Een wolk van gas en stof, die door
dichtbijzijnde sterren wordt verhit en tot oplichten aangezet |
|
Energie |
Vermogen tot verrichten van arbeid |
|
Equinoxen |
Snijpunten van de ecliptica en de
hemelevenaar |
|
Excentriciteit |
Afstand tussen middelpunt en brandpunt
van een ellips, gedeeld door de halve grote as |
|
Extinctie |
Schijnbare verzwakking van de
helderheid van een hemellichaam door de atmosfeer |
|
F |
|
|
Fase |
De wisselende lichtgestalte van een
niet lichtgevend hemellichaam |
|
FOC |
(Faint Object Camera) Instrument van
de HST, dat beelden van een kleine hemelsector kan registreren. |
|
Foton |
Energiequantum van de
elektromagnetische straling |
|
Fotosfeer |
Oplichtende gebieden van de
zonneatmosfeer |
|
Fraunhoferlijnen |
Donkere (absorptie-)lijnen in het
zonnespectrum |
|
Frequentie |
Trillingen per seconde (in Hertz). |
|
G |
|
|
Gasreuzen |
De planeten Jupiter, Saturnus, Uranus
en Neptunus |
|
Gebeurtenishorizon |
De grenswaarde bij een zwart gat,
waarbij de ontsnappingssnelheid gelijk is aan de lichtsnelheid |
|
Gele_dwerg |
Op de Zon gelijkende ster, die zich in
een zelfde ontwikkelingsfase als de Zon bevindt |
|
GHRS |
Goddard High Resolution Spectrograph:
Apparaat voor de opname van spectra van objecten |
|
Golflengte |
De afstand tussen twee opeenvolgende
golfbergen |
|
Gravitatielens |
Buiging van licht aan een zeer
massarijk object |
|
H |
|
|
Halo |
Stralenkrans om de Maan, de Zon of een
andere planeet |
|
Helderheid |
Totale door een ster per seconde
uitgezonden hoeveelheid licht of andere straling |
|
Heliocentrische_theorie |
Theorie van de planetenbeweging met de
Zon in het middelpunt van het zonnestelsel |
|
Helling |
Hoek tussen het vlak van de omloopbaan
van een planeet en het vlak van de ecliptica |
|
Hemelgewelf |
Fictieve holle bol, die concentrisch
is met de Aarde en waarbij op de binnenkant de posities van de sterren worden geprojecteerd |
|
Hemelpolen |
Snijpunten van de rotatieas van de
Aarde met de hemelbol, zodat er een noord- en een zuidpool is |
|
Hertzsprung-Russel-diagram |
Grafische weergave van de helderheid
en de spectraalcategorieën van de sterren |
|
H-II-gebied |
Een gaswolk van geïoniseerd waterstof |
|
Hoofdreeks |
Diagonale zone van het
Hertzsprung-Russel-diagram, waarin zich meer dan 90% van de waargenomen sterren bevinden |
|
HSP |
High Speed Photometer: Meet
veranderingen in de lichtintensiteit van bepaalde objecten in de loop der tijd |
|
HST |
De Hubble-Space-telescoop (HST): een
naar Edwin Hubble genoemde telescoop, die zich in een baan om de Aarde bevindt |
|
I |
|
|
Infraroodlicht |
Elektromagnetische straling, die in
het spectrum ligt tussen de radiogolven en de langegolfstraling aan het einde van het zichtbare licht. |
|
Interstellair_gas |
Materie, voor het merendeel waterstof
met kleine hoeveelheden helium en andere elementen, die tussen de sterren in een lage verdeling aanwezig is |
|
Interstellair_stof |
Kleine, vaste materiedeeltjes, die in
de ruimte tussen de sterren in een lage verdeling aanwezig zijn |
|
Ion |
Atoom met een extra of een ontbrekend
elektron |
|
K |
|
|
Kernfusie |
Kernen van lichtere atomen versmelten
tot zwaardere kernen, waarbij energie vrijkomt |
|
Komeetkern |
vaste materie in het centrum van de
komeetkop |
|
Korst |
Vaste oppervlaktelaag van een planeet
of ander vast lichaam |
|
Kosmologie |
Leer van de oorsprong, ontwikkeling en
algemene opbouw van het totale universum |
|
Kosmos |
Betekent in het algemeen de wereld als
geheel en is synoniem met universum en heelal |
|
L |
|
|
Lengtegraad |
In het equatorvlak gemeten hoekafstand
tussen een punt op het aardoppervlak en de nulmeridiaan (Greenwich). |
|
Lenzentelescoop |
Refractor |
|
Libraties |
Vanaf de Aarde geziene schijnbare
schommelingen van het maanoppervlak |
|
Lichtjaar |
De afstand die het licht in één jaar
aflegt Omgerekend is dit bijna 9,5 biljoen kilometer |
|
Lichtsnelheid |
Snelheid waarmee het licht zich in de
lege ruimte verplaatst. De waarde is 300000 km/s |
|
M |
|
|
Maan |
Natuurlijke satelliet van onze Aarde.
Satellieten van andere planeten |
|
Maancyclus |
De periode tussen twee gelijke fasen
van de Maan |
|
Maansverduistering |
Als de Maan door de schaduw van de
Aarde gaat, ontstaat een totale of een gedeeltelijke maansverduistering |
|
Magnetosfeer |
Gebied dat het magnetisch veld van een
planeet omvat |
|
Magnitude |
Maateenheid voor de helderheid van een
ster |
|
Mantel |
Gesteentelaag tussen de kern en de
korst van een maan of terrestrische planeet |
|
Massa |
De hoeveelheid in een lichaam
aanwezige materie |
|
Melkweg |
Blinkende strook van miljoenen sterren
van het melkwegstelsel, die met het blote oog niet afzonderlijk waarneembaar zijn |
|
Melkwegstelsel |
Naam voor ons sterrenstelsel, ook "Galaxis"
genoemd |
|
Meridiaan |
Een grote cirkel aan de hemelbol door
de noord- en zuidpool van de hemel en door het punt direct boven de waarnemer |
|
Messier-catalogus |
Een catalogus met meer dan 100 nevels
en sterrenhopen, gepubliceerd door Messier in het jaar 1784 |
|
Meteoren |
Aan de hemel waar te nemen
lichtverschijnsel, ontstaan door het verdampen van een meteoroïde bij het passeren van de atmosfeer van de Aarde |
|
Methaan |
Een gas, dat ontstaat, wanneer de
overblijfselen van planten of dieren ontbinden |
|
M-nummers |
Classificatie van melkwegstelsels naar
Charles Messier (1730-1817) |
|
Molecuul |
Twee of meer chemisch met elkaar
verbonden atomen |
|
N |
|
|
NASA |
De VS-ruimtevaartorganisatie (National
Aeronautics and Space Administration). |
|
Neutrino |
Bij kernfusie vrijgekomen elementair
deeltje |
|
Neutron |
Elektrisch neutraal elementair
deeltje, waarvan de massa iets groter is dan die van een proton |
|
Nevel |
Een wolk van gas en stof, die vaak
meerdere miljoenen zonmassa's omvat |
|
NGC |
New General Catalogue: Catalogus van
sterrenhopen, nevels en melkwegstelsels van Herschel en Dreyer 1889. |
|
NGC-nummers |
Classificatienummers uit de New
General Catalog of Nebulae and Clusters of Stars |
|
O |
|
|
Object |
Lichamen en verschijnselen aan de
hemel |
|
Objectief |
Hoofdlens van een reflector |
|
Occultatie |
Bedekking van een hemellichaam door
een ander |
|
Oculair |
Optisch systeem voor de vergroting van
ingevangen beelden |
|
Ontsnappingssnelheid |
Minimale snelheid die een lichaam moet
hebben om aan het gravitatieveld van een ander lichaam te ontsnappen |
|
Opening |
Diameter van het oppervlak in een
optisch systeem, dat het licht opvangt |
|
Ophanging |
Systeem dat een telescoop draagt en de
oriëntatie ervan mogelijk maakt |
|
Oplossend_vermogen |
Vermogen van optische systemen om twee
dicht bij elkaar liggende punten gescheiden weer te geven |
|
Oppositie |
Relatieve positie van een planeet,
waarbij deze met betrekking tot de Aarde in tegengestelde richting ten opzichte van de Zon staat |
|
P |
|
|
Parallax |
Hoek tussen de zichtstralen van twee
onafhankelijke waarnemingslocaties naar hetzelfde object |
|
Parsec |
Afstand van een ster, waarvan de
parallax in een jaar een boogseconde bedraagt |
|
Partikel |
Zeer klein materiedeeltje |
|
Passage |
Beweging van een hemellichaam voor de
schijf van een ander, groter hemellichaam |
|
Penumbra |
Halfschaduw, die de kernschaduwkegel
omgeeft |
|
Perihelium |
Het punt van een planetenbaan dat zich
het dichtst bij de Zon bevindt |
|
Plasma |
Aggregatietoestand van een stof |
|
Platenbewegingen |
Geologische bewegingen in
grootschalige structuren |
|
Precessie |
De langzame verandering van de
hellingsrichting van de aardas |
|
Prisma |
Wigvormig stuk glas voor de ontleding
van licht in een spectrum |
|
Protoster |
Ontwikkelingsstadium van een ster kort
voordat de kernreacties beginnen |
|
Protuberansen |
Grote, heldere structuren uit de
chromosfeer van de Zon |
|
Pulsar |
Snel roterende neutronenster die een
straal uitzendt |
|
Q |
|
|
Quasar |
Kosmisch object met geweldige
lichtsterkte, dat vergelijkenderwijs klein en enorm ver verwijderd is |
|
R |
|
|
Radar |
Uitgezonden radiosignalen, die door
een lichaam worden teruggekaatst . RADAR is de afkorting voor de Engelse uitdrukking RAdio Detecting And Ranging |
|
Radiaalsnelheid |
Snelheid, waarmee een hemellichaam
zich langs de zichtlijn beweegt |
|
Radiant |
Punt aan het firmament waaruit de
meteoren van een meteorenregen schijnen te komen |
|
Radiotelescoop |
Apparaat voor de waarneming van
hemellichamen in het gebied van de radiogolflengten |
|
Rand |
De van grote afstand zichtbare rand
van een planeet of ander hemellichaam |
|
Reflectienevel |
Een wolk van gas en stof, die het
licht van dichtbijgelegen sterren reflecteert |
|
Reflector |
Latijnse aanduiding voor een
telescoop, die het licht met behulp van een spiegel convergeert |
|
Refractor |
Latijnse aanduiding voor een
telescoop, die licht met behulp van lenzen convergeert |
|
Relativiteit |
Door Albert Einstein opgestelde
theorie van de fysica |
|
Relativiteitstheorie |
Theorie van Einstein, fysische wetten
zijn voor elke waarnemer, onafhankelijk van diens beweging, hetzelfde |
|
Reus |
Grote ster met hoge lichtsterkte |
|
Rode_reuzen |
Uitdijende ster |
|
Rode_dwerg |
Een algemene aanduiding voor alle
sterren met minder dan een zonmassa |
|
Rustmassa |
Massa van een lichaam ten opzichte van
een referentiesysteem waarin het in rust is |
|
S |
|
|
Schmidt-telescoop |
Spiegeltelescoop, die fotografische
beelden van grote sterrenvelden zonder de optische fouten van de coma levert |
|
Scintillatie |
Fonkelen van een puntlichtbron,
veroorzaakt door breking in de turbulente stromingen in de atmosfeer |
|
Seyfert-melkwegstelsels |
Melkwegstelsels met een kleine, zeer
heldere kern en zwakke spiraalarmen |
|
Solstitium |
Tijdstip waarop de Zon zijn grootste
resp. kleinste declinatie bereikt (21 juni - zomerzonnewende en 21 december - winterzonnewende ). |
|
Spectrum |
Wanneer licht in zijn individuele
kleuren wordt ontleed, komen dunne donkere lijnen, de zogenoemde Fraunhoferlijnen, in een oplichtende
kleurenband tevoorschijn. |
|
Spiraalvormig_melkwegstelsel |
Centraal gedeelte van een
melkwegstelsel met hoge sterrendichtheid |
|
Standaardkaars |
Deze aanduiding wordt gebruikt voor
objecten, waarvan de helderheid precies bekend is |
|
Sterrenhoogte |
Hoekafstand van een gesternte ten
opzichte van de horizon (0°). De maximumwaarde (90°) komt overeen met het zenit |
|
Supernova |
Een stellaire explosie, die de ster
een lichtsterkte geeft, die vele duizenden malen groter is dan die van een nova |
|
Superreus |
Grote, massarijke ster met geringe
dichtheid en zeer hoge lichtsterkte |
|
Synodische_omlooptijd |
Tijdsinterval tussen twee
opeenvolgende opposities van een buitenplaneet |
|
T |
|
|
Terminator |
De schaduwlijn tussen de dag- en
nachtzijde van een planeet of maan |
|
Transit |
Passage van een klein hemellichaam
voor een groter |
|
Trojanen |
Groep van planetoïden, die in twee van
de Lagrange-punten van het Jupiterstelsel op de omloopbaan van de planeet te vinden zijn |
|
U |
|
|
Universum |
Het totaal van alles wat bestaat in
het gehele heelal en de erin aanwezige materie |
|
V |
|
|
Vacuüm |
Theoretisch materievrije ruimte |
|
Verbinding |
Substantie, die bij de chemische
vereniging van ten minste twee elementen wordt gevormd. Waterstof en zuurstof verbinden zich tot water |
|
Vlamster |
Rode dwergster met kortstondige
helderheidstoename |
|
W |
|
|
Waterstof |
Het lichtste en eenvoudigst opgebouwde
element. Het is ook het meestvoorkomende element in het universum en daardoor het belangrijkste bestanddeel van
alle sterren |
|
Wet_van_Hubble |
Wet van het uitdijende universum |
|
Wolf-Rayet-ster |
Zeer heldere ster met een hoge
temperatuur, die met hoge snelheid een grote hoeveelheid materie wegslingert |
|
Z |
|
|
Zenit |
Hoogste punt van de van de waarnemer
uitgaande verticale lijn met de hemelbol |
|
Zodiacus |
Zone langs de ecliptica, waarin zich
de Zon, de Maan en de planeten bevinden en die de 12 dierenriemsterrenbeelden bevat |
|
Zoekertelescoop |
Kleine telescoop die aan een grotere
telescoop is aangebracht en de objecten dankzij zijn grotere gezichtsveld gemakkelijker vindt |
|
Zoekerverrekijker |
Kleine kijker met een groot blikveld,
die aan een astronomische telescoop is aangebracht |
|
Zon |
De ster, waar onze Aarde om draait. De
Zon is een hete, lichtgevende gasbol |
|
Zonnestelsel |
Aanduiding die alle lichamen omvat die
om de Zon draaien |
|
Zonnevlamman |
Plotselinge sterke verhoging van de
zonneactiviteit |
|
Zonnevlek |
Donkere vlek in de zonnefotosfeer met
een zeer sterk magnetisch veld |
|
Zonnewende |
Het noordelijkste resp. zuidelijkste
punt van de Zon aan de hemel, de eerste dag van de winter resp. zomer |
|
Zwarte_dwerg |
Een witte dwergster, die geen energie
meer afgeeft |
|
Zwarte_lichamen |
Deze hebben de eigenschap
elektromagnetische straling volledig te absorberen, maar ook volledig te emitteren. |