header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Yemen (of Jemen)

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 

Jemen (officieel: Arab.: el-djoemhoerija el-Jamanija; republiek in het zuiden van het Arabisch Schiereiland, ca. 536.869 km2 (d.i. inclusief de eilanden Perim, 13 km2, Kamaran, 57 km2 en Socotra, 3580 km2), met (1995) 13.873.000 inw. (26 inw. per km2); hoofdstad: Sana'a. De Kuria Muria-eilanden vormen een door Oman betwist gebied. Munteenheid is de Jemenitische rial, onderverdeeld in 100 fils. Nationale feestdag is 22 mei, de dag waarop in 1990 Zuid- en Noord-Jemen ťťn staat werden.


1. Fysische geografie

Evenwijdig aan de kust ligt een aantal bergtoppen die naar het binnenland trapsgewijs oplopen en uitlopen in een plateau, dat in hoogte varieert van 1000 tot ca. 3700 m. Dit plateau gaat over in de Roeb al-Chali of Arabische Woestijn. De bergruggen en het plateau worden doorsneden door een aantal wadi's (riviertjes, die de zee niet bereiken), o.a. de Wadi Hadramaut, de Tibban en de Bana. Dicht bij de Rode Zee daalt het plateau zeer steil af naar de kustvlakte, de voortzetting van de Tihama in Saoedi-ArabiŽ; het is een kale, zandige strook - nergens breder dan 80 km - met vlak bij zee veelal moerassige delen.
Door de abrupte overgang van kustvlakte naar plateau en door de vele hoogteverschillen landinwaarts komt een grote verscheidenheid van klimaattypen voor. Het kustgebied is zeer droog (neerslag meestal minder dan 50 mm) en warm, terwijl het berggebied het vochtigste deel van het gehele Arabische Schiereiland is. De zuidwestmoesson doet in juli, augustus en september in de hogere delen veel neerslag vallen en ook in de winter doen zich wel buien voor, op de hoogste berghellingen zelfs sneeuw. De neerslag bereikt hier en daar dan ook een grootte van zelfs 1000 mm. In het bergland kan het 's winters vrij koud zijn en daar dalen de temperaturen soms tot onder het vriespunt.
Het plateau heeft een vrij weelderige vegetatie. In de kustvlakte komen echter, evenals in de lagere heuvelgebieden, slechts droogteweerstaande plantensoorten (bijv. tamarisken) voor. In de wadi's treft men boomsoorten met enorme luchtwortelstelsels aan. De hoogste delen van het plateau zijn met Juniperus-bossen bedekt.
Het gebergte is rijk aan vogelsoorten, reptielen en apen.

2. Bevolking
De bevolking bestaat voor het grootste deel uit Jemenieten (Zuidarabieren). Een ŗ twee miljoen Jemenieten wonen en werken in het buitenland, vnl. in Saoedi-ArabiŽ. Als gevolg van Jemens pro-Iraakse houding in het conflict tussen Irak en Koeweit in 1990-1991, waren ca. 700.000 van hen gedwongen Saoedi-ArabiŽ te verlaten en terug te keren naar hun vaderland. Nomaden maken 5% van de bevolking uit. Daarnaast bestaan er kleine minderheden, buitenlandse werknemers uit de Arabische landen, India, Zuidoost-AziŽ en Europa. In Zuidelijk Jemen wonen kleine minderheden SomaliŽrs, Pakistani en IndiŽrs.
De bevolking groeit snel: jaarlijks gemiddeld 3, 7%, ondanks een hoge zuigelingen- en kindersterfte. Ruim 52% is jonger dan 15 jaar. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 51 jaar. Tussen 30 en 45% van de bevolking woont in steden, waarvan de belangrijkste zijn: de hoofdstad Sana'a (ca. 475.000 inw.), het economisch-commerciŽle centrum Aden (410.000), Taiz (180!000) en de havenstad Hodeida (155.000).
OfficiŽle taal is het Arabisch. In Sana'a wordt enig Engels gesproken.
De islam is staatsgodsdienst. De meerderheid (58%) van de Noordjemenieten behoort tot de zaiditische sekte, een sji'itisch-islamitische groepering, die evenwel zeer dicht bij de soennitische (orthodoxe) islam staat. De Zaidieten zijn geconcentreerd in de berggebieden. De bevolking van de kustvlakte bestaat grotendeels uit soennieten, die de sjafi'itische rechtsschool volgen. Daarnaast is er nog een sji'itische groep, nl. van isma'ilieten (ca. 2%). In Zuid-Jemen hebben de orthodoxe soennieten de overhand. De heersende richting daarin is de sjafi'itische. Er komen enkele hindoe- en christengemeenschappen voor. Van de eertijds omvangrijke joodse gemeenschap in Jemen is sinds de massale emigratie naar IsraŽl per luchtbrug in 1949-1950 weinig meer over.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1991 (herzien in 1994) is Jemen een Arabische, islamitische en onafhankelijke republiek als deel van de Arabische en islamitische wereld. De uitvoerende macht berust bij het staatshoofd, de voor vijf jaar direct gekozen president, en de regering. De wetgevende macht berust bij het parlement, dat uit 300 afgevaardigden bestaat. Sedert in 1994 vanwege de burgeroorlog de noodtoestand werd uitgeroepen, is de grondwet op veel punten niet meer dan een dode letter.
3.2 Administratieve indeling
Jemen is bestuurlijk verdeeld in 17 provincies: 11 provincies (mouhafazat) in Noord-Jemen en 6 gouvernementen in Zuid-Jemen.
3.3 Lidmaatschap internationale organisaties
Jemen is lid van de Verenigde Naties en een aantal suborganisaties van de VN, de Organisatie van Rode-Zeelanden en van de Arabische Liga. Er bestaat militaire dienstplicht. Voor de algemene rechtspraak is volgens de nieuwe ontwerp-grondwet van 1990 de sharia, de islamitische wet, de voornaamste, maar niet de enige bron; het hoogste gerechtshof is het islamitische (sharia-)hof in Sana'a (opgericht in 1964). Burgerlijk recht wordt gesproken door districtshoven. Onder de bedoeÔenen is op veel punten nog stamrecht in gebruik; lokaal is gewoonterecht nog in gebruik. Er bestaat een apart gerechtshof voor gepleegde vergrijpen tegen de staatsveiligheid. De gezondheidssituatie is zeer problematisch. Er is een groot gebrek aan artsen, de hygiŽnische omstandigheden zijn gebrekkig, vooral op het platteland en de zuigelingen- en kindersterfte zijn buitengewoon hoog. Tuberculose, schistosomiase en malaria zijn nog wijdverbreid.
3.4 Politieke partijen
Deze zijn sinds de eenwording officieel toegestaan. Ze waren in Noord-Jemen voorheen verboden. In Zuid-Jemen was de marxistisch-leninistische Jemenitische Socialistische Partij (JSP) staatspartij. Inmiddels heeft de JSP zich van haar communistisch karakter ontdaan. Na de burgeroorlog van 1994 werd de partijleiding vervangen door een meer regeringsgezinde top. Grootste partij in het parlement is het Algemene Volkscongres (AVC) van president Saleh. De islamitische Vereniging voor Hervorming (al-Islah) van sjeik al-Ahmar is naast de JSP een belangrijke oppositiepartij. Het verschijnsel vakbonden is te verwaarlozen in Noord-Jemen, waar vrijwel geen industrie is. In Zuid-Jemen staat de vakbond onder controle van de JSP.
3.5 Onderwijs
Het analfabetisme is nog steeds een groot probleem: in Noord-Jemen bedroeg het percentage analfabeten in 1990 73% onder de mannen en 97% onder de vrouwen, in Zuid-Jemen was hun aantal lager: gemiddeld 59%, dankzij een grotere inspanning van de overheid op het gebied van het onderwijs, m.n. onder meisjes en vrouwen, maar ook onder de bedoeÔenenbevolking. In Noord-Jemen probeert men, naast het bestrijden van het analfabetisme, het aantal Jemenitische leerkrachten te verhogen. In 1985 bedroeg het aandeel van buitenlanders in het totale lerarenpotentieel 86%. Sinds 1970 is er een universiteit in Sana'a, sinds 1975 een in Aden.
3.6 Pers
Tot de eenwording in 1990 stond de pers in Zuid-Jemen onder staatscontrole. Er verschijnen twee dagbladen: Ar-Rabi 'Ashar Min Uktubar (= 14 Oktober) en Ash-Sharara (= De vonk), verder een weekblad, al-Thawra (= De revolutie), het partijorgaan van de JSP. In Noord-Jemen bestond tot de unificatie een beperkte persvrijheid. Het ministerie van Informatie geeft twee dagbladen uit: al-Jamhuriya (= De republiek) en al-Thawra. Voorts is er een aantal week- en maandbladen van uiteenlopende signatuur. Ook zijn de belangrijkste buitenlandse Arabische kranten, zoals al-Ahram, Ash-Sharq en al-Ausat, verkrijgbaar, alsmede een aantal Amerikaanse weekbladen. In Noord- en Zuid-Jemen worden de radio en de televisie door de staat gecontroleerd.

4. Economie
Tot de revolutie van 1962 behield het noorden van het land zijn traditionele tribale structuur, dwz. economische en sociale overheersing door de imams en de grootgrondbezitters, de 'pasja's', die de vruchtbaarste stukken land bezaten en de boeren uitbuitten. Ondanks grote ontevredenheid onder de bevolking kwam het lange tijd niet tot (gewapend) verzet, hetgeen vooral te wijten was aan de religieuze verdeeldheid tussen Zaidieten en orthodoxe Sjafi'ieten die ook haar economische en sociale vertakkingen had. Pas nŠ de burgeroorlog (1962-1970) was er van enige doelgerichte economische planning sprake, ook dankzij ruime financiŽle hulpverlening, vooral vanuit Saoedi-ArabiŽ.
De arbeidsmigratie vormt een van Jemens grootste sociaal-economische problemen. Meer dan een miljoen Jemenieten zijn werkzaam in het buitenland, van wie het grootste deel in Saoedi-ArabiŽ (tot de Golfcrisis). Een positieve kant van deze migratie is dat veel deviezen het land binnenvloeien. Maar dat betekent niet dat deze gelden ook aan de productieve ontwikkeling van het land besteed worden: het meeste wordt direct besteed aan de aankoop van consumptiegoederen en de bouw van huizen. Door de toevloed van contant geld uit deze gastarbeid is de inflatie aanzienlijk gestegen (tot de hereniging liefst 16,4%).
Ondanks een groei van het bruto nationaal product (bnp) met gemiddeld 7% per jaar, is Jemen met $ 280 per hoofd in 1994 een van de armste Arabische landen. Daar zijn twee redenen voor aan te wijzen. In de eerste plaats het vrijwel totaal ontbreken van natuurlijke hulpbronnen en in de tweede plaats het nauwelijks delen in de financiŽle hulpverlening van de rijkere oliestaten - dit laatste vanwege Zuid-Jemens radicale politieke oriŽntatie vůůr 1990. De sluiting van het Suezkanaal in 1967 en de terugtrekking van de Britse troepen uit Aden in hetzelfde jaar betekenden voor Zuid-Jemen economisch een gevoelige slag; daar kwam spoedig nog het stopzetten van de Britse ontwikkelings- en militaire hulp bij. Het land vond ten slotte financiŽle en technische hulp in de communistische landen.
In 1969 werden alle buitenlandse bedrijven genationaliseerd (behalve BP); hierna toonden de niet-communistische landen nog minder belangstelling voor investeringen, waardoor het land meer dan ooit afhankelijk werd van de Sovjet-Unie, China en de Duitse Democratische Republiek. Via een aantal elkaar opvolgende nationalisatiemaatregelen werd het stadium bereikt van volledige staatscontrole over alle sectoren van de economie. Na 1975 werd enige financiŽle hulp ontvangen van Koeweit, Aboe Dhabi, LibiŽ en Saoedi-ArabiŽ. De Wereldbank en het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties behoren eveneens tot de geldschieters. Het aflossen van de alsmaar stijgende schuldenlast vormt een groeiend probleem voor de toch al wankele economie. De buitenlandse schuld bedroeg in 1993 $ 5,9 miljard.
4.1 Landbouw, veeteelt en visserij
Ruim de helft van de beroepsbevolking is economisch afhankelijk van de agrarische sector. Het akkerbouw-areaal (1% van het landoppervlak) bedraagt ca. 1760 km2. De tot vruchtbare gronden verweerde lavabodems en het klimaat (veel neerslag) zijn zeer geschikt voor uiteenlopende teelten. De aanzienlijke hoogteverschillen geven aanleiding tot een grote variatie in gewassen. In de kustvlakte is enige veeteelt en worden dadels, tabak en katoen verbouwd; in de zone boven de 1000 m vijgen, walnoten e.d. Op ca. 1500 m hoogte treft men de meest productieve streek aan, waar granen (gierstsoorten, maÔs, gerst, haver, tarwe), fruit en groenten de voornaamste gewassen vormen, terwijl zich ook op deze hoogte de beroemde Jemenitische koffietuinen bevinden. Koffie wordt er echter nauwelijks meer geproduceerd. Rondom Wadi Bana wordt katoen verbouwd; rond Aden ligt een belangrijk tuinbouwgebied.
Boven de 1500 m (tot ca. 3000 m) wordt het vooral in het zuidwesten zeer verbreide qat (Catha edulis, fam. Celastraceae) verbouwd, een soort struik waarvan de bladeren gekauwd worden, hetgeen een verdovende werking heeft. Statistieken van de qatproductie zijn niet bekend, maar aangenomen wordt dat de vraag sinds de tweede helft van de jaren zeventig aanzienlijk gestegen is dankzij de geldstroom uit gastarbeid in het buitenland. Veel grond, voorheen bestemd voor de productie van koffie (naar schatting 47.000 ha), wordt nu gebruikt voor de verbouw van qat, dat goedkoper geproduceerd ťn duurder verkocht kan worden.
Ondanks gunstige klimatologische omstandigheden is de productiviteit van de landbouw altijd beneden zijn mogelijkheden gebleven, van oudsher vnl. als gevolg van de traditionele verhoudingen, waardoor de boeren zich niet aangemoedigd voelden meer te produceren. De burgeroorlog had een diepe daling van de productie tot gevolg en maakte het land tot importeur van granen. Het aandeel van de landbouw in het bruto nationaal product (bnp) daalde van 53% in 19691-970 tot ruim 20% in 1992-1993.
De lage productiviteit van de landbouw wordt vooral veroorzaakt door gebrek aan arbeidskrachten, water en technische kennis. De buitenlandse hulp wordt weliswaar gebruikt om de landbouw verder te ontwikkelen, maar de verstrekte middelen zijn onvoldoende om alle delen van het land ervan te laten profiteren.
Veehouderij wordt veelal semi-nomadisch of geheel nomadisch bedreven. De veestapel omvat geiten, runderen, schapen, ezels en kamelen. De veeteelt is vooral gericht op de eigen behoeften. De visserij werkt voor binnenlandse consumptie en voor export en neemt in betekenis toe. Zowel traditionele vissers als coŲperaties en staatsbedrijven zijn in deze sector werkzaam. Met buitenlandse hulp wordt gewerkt aan modernisering van de vloot en de visverwerkingsindustrie. Mede door concessies aan buitenlandse visserijbedrijven is er sprake van overbevissing voor de kust.
4.2 Mijnbouw en energievoorziening
De mijnbouw was van weinig betekenis. Bij Salif wordt enig zout gewonnen, voorts gips, kalksteen en steenkool. Sinds 1955 vindt aardolie-exploratie plaats onder leiding van Amerikaanse en Franse ondernemingen. In juli 1984 werden voor het eerst grote olievondsten gedaan bij Marib (Alif-veld). In 1986 werd hier een raffinaderij geopend en in 1987 kwam een 440 km lange pijpleiding naar de kust bij Salif gereed. In 1987 werden vier nieuwe olievelden in de omgeving van Marib ontdekt en in 1989 in het grensgebied tussen noord en zuid een vijfde (assad al Kamil), waar ook gas werd aangeboord.
4.3 Industrie en handel
De industriŽle basis van de economie is de laatste jaren gegroeid en maakt nu 24% uit van het bnp. Een aardolieraffinaderij in Aden en een door Chinezen gebouwde textielfabrieken in Mansoera en Hodeida vormen de grootste werkgevers in de industriŽle sector. Geproduceerd worden verder: cement, schoenen, sigaretten, lucifers en tomatenpuree. Belangrijkste tekortkomingen bij de verdere ontwikkeling blijven het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten, investeringen en grondstoffen, de afwezigheid van technische en organisatorische kennis en de kleine binnenlandse markt.
Anders dan de meeste andere ontwikkelingslanden heeft Noord-Jemen geen overschot aan arbeidskrachten en zijn de lonen hoog vanwege de concurrentie met de nabije aardolie-exporterende landen. Lokale materialen ter verwerking ontbreken, uitgezonderd katoen, huiden, tabak en bouwmaterialen. De aanwezige verwerkende industrie vindt plaats op het gebied van de importsubstitutie en de voedselverwerking; plaats van handeling zijn doorgaans nog traditionele familiebedrijfjes. De overgrote meerderheid van fabrieken en bedrijfjes bevindt zich in de steden Taiz, Sana'a, Hodeida, Ibb en Dhamar. Dankzij de overdracht van gelden van Jemenitische arbeiders in het buitenland maakt de bouwindustrie een bloei door. In de jaren tachtig onderging de industriŽle sector een uitbreiding. Met behulp van de Sovjet-Unie werden aluminium-, plastic- en cementfabrieken gebouwd. In Amran kwam met Japanse hulp een grote cementindustrie van de grond.
De export omvat vooral katoen en vis(producten); voorts koffie, tabak, aardolieproducten, huiden en sinds eind jaren tachtig aardolie. GeÔmporteerd worden vooral consumptiegoederen en machines. De voornaamste handelspartners zijn voor de export Japan, ItaliŽ, Saoedi-ArabiŽ, India, Singapore en voor de import Japan, Groot-BrittanniŽ, ItaliŽ en de Sovjet-Unie. Er is een belangrijke transitohandel van voornamelijk agrarische producten en consumptiegoederen. De waarde van de import overtreft die van de export vele malen (in 1994 resp. $ 1855 miljoen tegenover $ 1810 miljoen).
Pas vanaf het begin van de jaren zeventig is een serieus begin gemaakt met economische planning en ontwikkeling; tussen 1973 en 1976 vnl. op het gebied van transport en communicatie, onderwijs, landbouw en industrie. Het eerste vijfjarenplan (1976-1981) kostte ruim $ 3,5 miljard en beoogde een jaarlijkse groei van het bnp met 8,2 %. Het tweede vijfjarenplan (1982-1987), dat een economische groei van 7% beoogde, kon niet worden gehaald vanwege aanhoudende droogte (1982-1985), de daling van de inkomsten uit gastarbeid en financiŽle problemen. Devaluaties van de rial en importbeperkingen, alsmede het op gang komen van de olieproductie, openden echter sinds 1987 betere perspectieven.
De centrale bank is de Bank van Jemen. Er zijn een genootschapsbank, een industrie- en een ontwikkelingsbank, drie handels- annex investeringsbanken en enkele buitenlandse instellingen.
4.4 Verkeer
Het wegennet is ondanks zijn lengte van 513.709 km gebrekkig. Slechts delen zijn geasfalteerd en de rest is met gravel bedekt. Goede wegen lopen tussen Hodeida en Sana'a, Mokha en Taiz, Taiz en Sana'a tussen Sana'a en Saada, en tussen Taiz en Aden. Er zijn geen spoorlijnen, wel een nationale busmaatschappij. Door de sluiting van het Suezkanaal in 1967 verloor de haven van Aden belangrijk aan invloed. De heropening van het kanaal in 1975 bracht niet meer de verwachte opleving; oorzaken daarvan waren o.a. de ingevoerde nieuwe vaarroutes voor het transport van aardolie rond Zuid-Afrika, concurrentie van andere bunkerhavens als Djiboeti en Djeddah en de algehele afname in het personenvervoer over zee. Als transitohaven bleef Aden echter wel zijn aantrekkelijkheid behouden (30% van de goederen die in Aden aan wal komen, waren bestemd voor het noorden). De tweede haven is Moechalla, speciaal voor de visserij. Van belang zijn voorts Hodeida en Mokka. Internationale luchthavens zijn gelegen bij Aden, Sana'a, Taiz en Hodeida. De nationale luchtvaartmaatschappij is Yemen Airways. Het toerisme is van steeds meer betekenis. De voorzieningen hiervoor zijn sinds 1985 sterk verbeterd. Ontvoeringen door rebellen van Duitse toeristen in 1997 maakten het land er niet populairder op.

Yemen pictures Yemen pictures Yemen pictures

5. Geschiedenis
In het tweede en eerste millennium v.C. werd Jemen beheerst door de SabaeŽrs. In de Romeinse tijd heersten er de Himjarieten (de Homerieten van de Grieken); het land werd 'Arabia Felix' (gelukkig ArabiŽ) genoemd wegens zijn rijkdom aan wierook, mirre, kaneel en andere kostbare producten. Ca. 530 werd het door de EthiopiŽrs, ca. 570 door de Perzen veroverd. In 631 ging de Perzische stadhouder tot de islam over. In het begin van de 16de eeuw kwam het land in de macht van de Turken, maar in 1635 gelukte het de imam Moe'aijad I hen geheel te verdrijven; zijn nakomelingen heersten als imam van Sana'a. Na een korte heerschappij van Egypte (1835-1840) veroverden de Turken het land in 1871 na een langdurige veldtocht, maar het bleef slechts een heerschappij in naam.
Met de val van het Osmaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog werd Jemen onafhankelijk onder imam Jahja Hamid Saif al-Islam (1869-1948). De imams in Jemen, behalve geestelijk leider van de Zaidieten ook wereldlijk leider, ontleenden hun macht vooral aan hun gezag over de Zaiditische bergstammen (de stedelijke bevolking aan de kust is overwegend orthodox-islamitisch). Ontevredenheid over het despotische bewind van de imam, vooral onder de stedelijke bevolking, ontlaadde zich in een staatsgreep, waarbij de imam het leven verloor (17 febr. 1948). Zijn zoon Achmed Saif al-Islam wist met behulp van de bergstammen een bloedig einde te maken aan de staatsgreep en volgde op 14 mei 1948 zijn vader op. Ook hij regeerde despotisch, maar had, meer dan zijn vader, belangstelling voor een geleidelijke modernisering van het land.
In febr. 1958 trad Jemen als geassocieerd lid toe tot de Verenigde Arabische Republiek (VAR; zie Egypte [geschiedenis]). In dec. 1961 verbrak Egypte deze associatie.
In maart 1961 werd de imam gewond bij een aanslag op zijn leven. Hij overleed in sept. 1962. Een week later brak een republikeinse revolutie uit. De nieuwe imam Mohammed al-Badr vluchtte naar de bergen en organiseerde met Saoedische hulp het royalistische verzet. De republikeinen kregen financiŽle en militaire hulp van Egypte (expeditieleger).
5.1 Het noorden
De republiek Noord-Jemen werd eind 1962 door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten erkend en kreeg begin 1963 de Jemenitische zetel in de Verenigde Naties toegewezen. De burgeroorlog sleepte zich voort en veroorzaakte tussen de VAR (in casu: Egypte) en Saoedi-ArabiŽ grote spanningen. Op de conferentie van Chartoem (aug. 1967) kwam een Saoedisch-Egyptisch akkoord tot stand, krachtens hetwelk Egypte vůůr jan. 1968 al zijn troepen uit Noord-Jemen terugtrok. De royalisten zetten daarop een grootscheeps offensief in, dat echter mislukte, daar de republikeinen op grote schaal militaire hulp van de Sovjet-Unie en van de nieuwe republiek Zuid-Jemen (het vroegere Britse Aden) kregen. Intussen traden zowel bij royalisten als bij republikeinen interne spanningen op die resulteerden in het optreden van een nieuwe president en een nieuwe imam. Het was vooral aan het bemiddelend optreden van koning Feisal van Saoedi-ArabiŽ te danken, dat er ten slotte een akkoord tussen republikeinen en royalisten kwam en de burgeroorlog werd beŽindigd. De imam werd verbannen; wel werden enkele royalisten in de regering opgenomen (eind 1970).
Hoewel na het beŽindigen van de burgeroorlog met Zuid-Jemen een beginselakkoord was gesloten over geleidelijke staatkundige eenwording (nov. 1970), werden de betrekkingen tussen beide landen in de loop van 1971 zeer gespannen. De talrijke grensincidenten liepen in okt. 1972 uit op een openlijke oorlog, waarin Noord-Jemen steun ontving van Saoedi-ArabiŽ en het inmiddels tot Volksrepubliek omgedoopte Zuid-Jemen van de Sovjet-Unie. Na een onder auspiciŽn van de Arabische Liga bereikt staakt-het-vuren werden de unificatiebesprekingen weer opgevat; resultaten bleven echter uit.
Ook de binnenlandse situatie in Noord-Jemen was verre van rustig. In juni 1974 werd in een onbloedige staatsgreep de macht overgenomen door een uit militairen bestaande commandoraad. Begin 1977 was weer sprake van toenadering tot Zuid-Jemen. De progressieve politiek van de militaire leider Al Hamdi riep echter verzet op bij de conservatieve volken uit het noorden. Op 11 okt. 1977 werd Al Hamdi onder onopgehelderde omstandigheden bij Sana'a vermoord. Zijn opvolger, president Al Ghasmi, zocht toenadering tot Saoedi-ArabiŽ en zette de toenadering tot Zuid-Jemen op een laag pitje. Op 24 juni 1978 kwam Al Ghasmi om, toen een bom ontplofte in de koffer van een gezant uit Zuid-Jemen. De nieuwe president, kolonel Ali Abdullah Saleh, slaagde er eerst geleidelijk in zijn machtspositie te versterken. De geschillen met Zuid-Jemen liepen in febr. 1979 weer uit op een grensoorlog, waarbij de Verenigde Staten Noord-Jemen te hulp schoten. Op 30 maart 1979 sloten de presidenten van de beide Jemens opnieuw een akkoord over een fusie, maar ook deze plannen werden op de lange baan geschoven. Door het behendig tegen elkaar uitspelen van de diverse volken kon president Saleh het centrale gezag versterken. Na een voorzichtig democratiseringsproces werden in 1988 parlementsverkiezingen gehouden. Mede door aardolievondsten en de unie met Zuid-Jemen in 1990 verbeterden de economische vooruitzichten.
5.2 Het zuiden
Op 27 nov. 1967 riep het Nationale Bevrijdingsfront (NLF) de Volksrepubliek Zuid-Jemen uit, nadat Britse troepen grote delen van Aden en omliggende gebieden aan de strijdkrachten van Zuid-ArabiŽ hadden overgedragen. De binnenlandse situatie van de nieuwe republiek, die onmiddellijk werd toegelaten tot de Arabische Liga en de VN, bleef bijzonder instabiel. De nieuwe regering deelde het land in in zes gouvernoraten, in een poging om het voormalige stammensysteem van de sultanaten te doorbreken. De voormalige sultans werden vervolgd en, voor zover zij niet konden vluchten, gevangen gezet. Hun eigendommen werden geconfisqueerd.
In juni 1969 werd de regering via een militaire staatsgreep afgezet. Er werd een PresidentiŽle Raad van vijf leden ingesteld. In okt. 1969 werden de diplomatieke betrekkingen met de Verenigde Staten verbroken. Hoewel de regering van Zuid-Jemen herhaaldelijk verklaarde te willen streven naar een eenheid met Noord-Jemen, werden daartoe aanvankelijk geen feitelijke stappen ondernomen. Grensincidenten tussen beide landen liepen in 1972 uit op een oorlog, waaraan echter na enkele maanden door bemiddeling van de Arabische Liga een einde werd gemaakt. Daaropvolgende besprekingen tussen Noord- en Zuid-Jemen om tot een vereniging van beide staten te komen, liepen echter op niets uit, hetgeen vooral te wijten was aan de grote politieke verschillen. Met het buurland Oman brak een geschil uit rond de opstandelingenbeweging in de Omaanse provincie Dhofar, die door Zuid-Jemen werd gesteund.
In 1976 werd met Oman een wapenstilstand bereikt en Saoedi-ArabiŽ knoopte eindelijk diplomatieke betrekkingen aan. De binnenlandse situatie bleef echter gespannen. In juni 1978 werden de voorzitter van de PresidentiŽle Raad en enkele medestanders 'geŽxecuteerd'; daarop werd, in okt. 1978, het NLF omgevormd tot een nieuwe Jemenitische Socialistische Partij (YSP). In nov. 1977 waren de eerste directe verkiezingen gehouden voor een Volksraad. Inmiddels verslechterde de verhouding tot Noord-Jemen verder; de goede relatie met (en de afhankelijkheid van) de Sovjet-Unie kreeg in deze tijd nieuwe impulsen. In febr. 1979 was er wederom sprake van een complete grensoorlog tussen de twee Jemens. Na enkele weken werd door diplomatiek ingrijpen van andere Arabische landen een wapenstilstand gesloten. In het voorjaar van 1980 werd de dogmatisch-marxistische vleugel van de eenheidspartij weggezuiverd. De gematigde president Ali Nasser Mohammed verbeterde vervolgens de betrekkingen met de gematigde Arabische staten.
De radicaal-linkse vleugel binnen de partij bleef zich echter tegen het liberale bewind verzetten en versterkte onder leiding van Abdul Fattah Ismail geleidelijk zijn positie. Een poging van president Mohammed om deze linkse tegenstanders te elimineren mislukte en leidde op 13 jan. 1986 tot een korte maar hevige burgeroorlog in Aden. Fattah Ismail sneuvelde en Ali Nasser Mohammed vluchtte naar Noord-Jemen. Onder partijsecretaris Al Beed werd een ingrijpende zuivering van partij, staat en leger doorgevoerd. Toch ontwikkelde het nieuwe bewind zich niet in radicale richting. In 1989 voerde het regime onder invloed van de omwentelingen in Oost-Europa politieke hervormingen door en werd het eenpartijstelsel afgeschaft. De eenwordingsbesprekingen met Noord-Jemen kregen mede hierdoor een nieuwe stimulans.
5.3 Noord en zuid samen
De grote veranderingen in de Sovjet-Unie en in Oost-Europa, waarvan de broodnodige steun in snel tempo verdween, dwongen Zuid-Jemen aan het eind van de jaren tachtig in te stemmen met een eenwording die bijna als een overneming kan worden gezien. Op 22 mei 1990 werd in Aden officieel de vereniging van de beide landen tot de Republiek Jemen afgekondigd. De Noord-Jemenitische president Ali Abdullah Saleh, de grote voorvechter van de eenwording, werd president. De Zuid-Jemenitische president Haidar Abu Bakr al-Attas werd de nieuwe premier.
Het Zuid-Jemenitische deel van de nieuwe staat paste zich snel aan het Noord-Jemenitische kapitalisme aan: landbouwgronden werden gedenationaliseerd en gebouwen en ondernemingen werden aan hun eigenaars teruggegeven. In mei 1991 werd de haven van Aden tot vrije economische zone verklaard.
In de nieuwe grondwet (mei 1991) werd een meerpartijenstelsel vastgelegd. In april 1993 werden (uitgestelde) algemene verkiezingen gehouden. Winnaar werd de General People's Congress, met 121 van de 301 zetels, van president Saleh. Daarop werd door Haider Abu Bakr al-Attas (Yemini Socialist Party) een coalitieregering gevormd tussen de GPC, de Yemeni Alliance for Reform en de YSP.
Door de pro-Iraakse opstelling van Jemen in de Golfcrisis en en de daaropvolgende Tweede Golfoorlog (augustus 1990 - februari 1991), o.a. in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, verslechterden de betrekkingen met de Verenigde Staten en Saoedi-ArabiŽ. Bijna een miljoen Jemenitische gastarbeiders moesten Saoedi-ArabiŽ en andere Golfstaten verlaten. Daarnaast kreeg Jemen nog een groot aantal Somalische bootvluchtelingen, die in kampen werd ondergebracht.
Met de eenwording waren de verschillen tussen noord en zuid nog niet opgeheven. Schermutselingen tussen noordelijke en zuidelijke legeronderdelen liepen in mei 1994 uit op een burgeroorlog. Nog diezelfde maand werd in het zuiden de democratische republiek Jemen uitgeroepen. Regeringstroepen belegerden daarop de zuidelijke hoofdstad Aden, die zij in juli innamen. VN-bemiddeling resulteerde erin dat de zuidelijke troepen zich overgaven aan president Saleh, die vervolgens een verzoeningspolitiek ten opzichte van het zuiden voerde. Ten koste van naar schatting 50!000 mensenlevens en een materiŽle schade van ongeveer 18 miljard gulden was de Jemenitische eenheid hersteld.
Onder druk van snel in aantal toenemende fundamentalistische moslims werd begonnen met een politiek van islamisering van het openbare leven en de wetgeving. De spanningen in het noordelijk en oostelijk grensgebied met Saoedi-ArabiŽ laaiden begin 1995 hoog op toen bij een incident meer dan vijftig doden vielen. Na bemiddeling van SyriŽ en Egypte werd eind febr. een voorlopig akkoord getekend, waarbij Jemen voor een periode van twintig jaar afzag van territoriale aanspraken. De Jemenitische inschikkelijkheid leek verband te houden met de verslechterde economische situatie, waarin de werkloosheid was opgelopen tot 50%. Jemen had dringend behoefte aan hervatting van de olie-exploitatie in het grensgebied, Saoedische financiŽle steun en hervatting van de gastarbeid in Saoedi-ArabiŽ.
President Saleh streefde in 1996 naar stabiliteit en verzoening door de oppositie bij het bestuur te betrekken, nieuwe verkiezingen in het vooruitzicht te stellen en de strijd met de corruptie aan te binden. Maar de economische stagnatie en de hoge werkloosheid bleven.
In dec. 1995 raakte Jemen in gewapend conflict met Eritrea over de Kleine en de Grote Haniseilanden in de Rode Zee. Na Franse bemiddeling werd in mei 1996 in Parijs een akkoord bereikt over arbitrage, maar in aug. gingen Eritrese troepen wederom over tot bezetting van de Kleine Haniseilanden. Onder druk van de VN-Veiligheidsraad trok Eritrea eind aug. 1996 zijn troepen weer terug.

Telefoongids Yemen
Postcodes Yemen

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009