header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Zambia

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

 

Zambia (officieel: Republic of Zambia), republiek in zuidelijk Centraal-Afrika, 752.614 km2, met (1995) 9.381.000 inw. (12,5 inw. per km2); hoofdstad: Lusaka. Munteenheid is de Kwacha (K), onderverdeeld in 100 ngwee. Nationale feestdag is 24 okt., Onafhankelijkheidsdag.
 


1. Fysische geografie
Zambia - Effortless LivingstoneHet landschap bestaat grotendeels uit een aantal zacht golvende plateaus (gemiddelde hoogte 1000-1200 m). De hoogte neemt naar het noorden en oosten geleidelijk toe en komt langs de grens met Malawi tot boven de 1500 m. De dalen van de Midden-Zambezi in West-Zambia en van de Luangwa in Oost-Zambia vormen de laagste delen van het land. West-Zambia is overdekt met een dikke laag uit de Kalahariwoestijn afkomstig zand. Twee van de grootste rivieren van Afrika ontspringen in Zambia, de Zambezi en de Kongo. Ongeveer driekwart van het land behoort tot het stroomgebied van de Zambezi en haar zijrivieren: Kabompo, Kafue en Luangwa. Het overige deel, met uitzondering van een klein gebied in het uiterste noordoosten, watert af op de Kongo en haar zijrivieren de Chambesi en Luapula. De rivieren hebben sterk wisselende waterstanden en zijn door stroomversnellingen en watervallen, o.a. de bekende Victoriawatervallen - foto rechts in de Zambezi, slecht bevaarbaar. In het noorden liggen het Mweru- en het Bangweulumeer in grote depressies. In het uiterste noordoosten heeft Zambia deel aan het Tanganyikameer. In het zuiden, waar de Zambezi grensrivier is, heeft zich achter de Karibadam het Karibameer gevormd.
Door de relatief hoge ligging van het land zijn de gemiddelde temperaturen lager dan die in veel andere landen van tropisch Afrika. Alleen de dalen van de Midden-Zambezi en de Luapula zijn het gehele jaar heet en vochtig. Drie seizoenen kunnen worden onderscheiden: een koel droog seizoen (april-augustus), een heet droog seizoen (augustus-november) en een warm nat seizoen (november-april). Juli is de koelste maand (gemiddelde temperatuur te Lusaka 15,4 įC) en oktober de warmste maand (idem 24 įC). De regentijd zet in het noorden eerder in (eind oktober) en duurt langer (ca. 190 dagen) dan in het zuiden. De gemiddelde jaarlijkse neerslag in het noorden bedraagt 1000-1500 mm en in het zuiden 600-1000 mm.
Zambia - Effortless Lower ZambeziDe plantengroei in het grootste deel van het land bestaat uit savanne: hoog gras met verspreid staande bomen. In het noorden liggen bij de meren en in de rivierdalen tropische regenwouden. Nabij het Mweru- en het Bangweulumeer hebben zich uitgebreide moerassen gevormd, met sterk wisselende waterstanden.
De dierenwereld is die van de savanne, gekenmerkt door de grote planteneters (olifant, puntlipneushoorn, steppezebra, wrattenzwijn, buffel, talrijke antilopen, enz.) en predatoren (roofvijanden: leeuw, panter, gevlekte hyena, enz.); in grote trekken lijkt de fauna op die van Oost-Afrika, hoewel ook talrijke Zuid-Afrikaanse elementen nog voorkomen. Giraffen komen slechts in het uiterste westen en in het oosten voor; een merkwaardige diergeografische scheidslijn blijkt midden door Zambia te lopen. Het belangrijkste deel van het verspreidingsgebied van de lechwe, een van de waterbokken onder de antilopen, valt binnen de grenzen van Zambia. De tamelijk schaars vertegenwoordigde bossen behoren tot verscheidene typen en herbergen een vaak zeer karakteristieke dierenwereld. Enkele Centraal-Afrikaanse bosvormen met o.a. apen dringen tot in het noordwesten door. Totaal zijn ongeveer 225 soorten zoogdieren en 700 vogels van Zambia bekend. Lagere gewervelde dieren als bijv. reptielen zijn eveneens zeer goed vertegenwoordigd. De insectenwereld vertoont een grote rijkdom en omvat o.a. tseetseevliegen (wijd verspreid) en broedplaatsen van verscheidene zwermende sprinkhanen. Zambia kent een uitgebreid netwerk van nationale parken en wildreservaten. De natuurbescherming is redelijk georganiseerd, maar kampt met stroperij (vooral van olifanten en neushoorns) en financiŽle problemen; bovendien komt het safaritoerisme maar moeizaam op gang. Het bekendst zijn het Kafue National Park en de reservaten in het dal van de Luangwarivier. De geringe bevolkingsdichtheid en een al vroeg ingrijpen in de koloniale tijd hebben geresulteerd in een hier en daar nog opvallende wildrijkdom; wel wordt de puntlipneushoorn ernstig bedreigd.

2. Bevolking

Ruim 98% van de Zambianen behoort tot een van de 73 Bantoetalige stammen, die weer tot een van de zeven dialectgroepen behoren, t.w. Bemba, Tonga, Nyanja, Lunda, Luvale, Lozi en Kaounde. De stamverbondenheid speelt nog steeds een grote rol in het sociale en politieke leven. Het aantal buitenlanders gaat gestaag achteruit. Eťnderde van de bevolking woont in het centrale hoogland, terwijl ook de grensgebieden met Mozambique en Malawi vrij dicht bevolkt zijn. Ca. 45% van de bevolking woont in stedelijke gebieden, waarmee Zambia de hoogste urbanisatiegraad van zwart Afrika heeft.
De leeftijdsopbouw is ongelijk: ongeveer 47% van de bevolking is jonger dan vijftien jaar. De natuurlijke bevolkingsaanwas bedroeg in de periode 1985-1994 3, 3% per jaar. De hoofdstad Lusaka telt 982.362 inw.; andere grote steden zijn: Kitwe (439.200 inw.), Ndola (376.311 inw.), Mufulira (175.000 inw.), Kabwe (166.600 inw.).
De officiŽle taal is het Engels. In het dagelijks verkeer wordt veel gebruik gemaakt van een taal bestaande uit Afrikaanse, Engelse en Bantoewoorden en uitdrukkingen, genaamd Kitchen Kaffir. Verder hebben vijf Bantoedialecten een officiŽle status. Tweederde van de Zambianen spreekt Bemba, Tonga of Nyanja.
Ca. 70% van de bevolking hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Bijna 30% is christen; de Rooms-Katholieke Kerk (georganiseerd in twee aartsbisdommen met zeven bisdommen) heeft de meeste aanhangers. De protestanten zijn verdeeld over de Anglicaanse Kerk en de United Church of Zambia. Een steeds grotere aanhang krijgen de inheemse Afrikaanse christelijke kerken, waarvan de Lumpa Church de grootste is. Ook de Jehova's Getuigen hebben een groeiende aanhang. Ca. 1% van de bevolking is islamiet of hindoe.

3. Bestuur en samenleving
Volgens de grondwet van 1991 (gewijzigd in 1996) is Zambia een republiek met een voor vijf jaar gekozen president aan het hoofd. De nieuwe grondwet voorziet in een meerpartijenstelsel en ontneemt de president het recht om boven de wet te staan, de noodtoestand uit te roepen en een kabinet samen te stellen uit leden van buiten het parlement. De Nationale Vergadering, het parlement, bestaat uit 150 leden, die volgens het districtenstelsel naar Brits model voor vijf jaar bij algemeen kiesrecht gekozen worden. Er is verder een House of Chiefs, waarin de traditionele stamhoofden zitting hebben. De grootste vakbond is het Zambia Congress of Trade Unions. Bestuurlijk is het land ingedeeld in negen provincies. Zambia is lid van de Verenigde Naties en een aantal van zijn suborganisaties, van het Gemenebest van Naties, van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de GATT en geassocieerd lid van de EU.

4. Economie
De Zambiaanse economie steunde voorheen in hoge mate op de koperwinning, maar door de daling van de koperprijs op de wereldmarkt vanaf de jaren zeventig bleek de kwetsbaarheid van de Zambiaanse economie. Pogingen van de regering om tot grotere diversificatie te komen hebben weinig succes gehad. De landbouw is de tweede belangrijke sector, maar sterk verwaarloosd. Tussen 1968 en 1991 werd een politiek van zambianisering van de economie doorgevoerd, die ertoe leidde dat de staat in talrijke sectoren door deelname aan het bedrijfskapitaal of door het stichten van staatsbedrijven een leidende functie kreeg. Zambia kampt met enorme betalingsbalanstekorten en een hoge buitenlandse schuld. Midden jaren tachtig kwam Zambia tot een overeenkomst met het IMF en de Wereldbank. Ingrijpende bezuinigingen waren het gevolg. In 1987 werd de overeenkomst met het IMF verbroken, maar in 1990 kwam Zambia tot hernieuwde onderhandelingen met het IMF en de Wereldbank.
Pas in 1991, toen president Kaunda terugtrad, ging Zambia onder leiding van de nieuwe president Chiluba over tot een grootscheepse privatisering van de talloze staatsbedrijven.
70% van de bevolking is werkzaam in de landbouw, die voor 31% bijdraagt aan het Bruto Nationaal Product (bnp). Maar 16% van het potentieel bebouwbare land wordt voor de landbouw gebruikt (vnl. maÔs). Naar de structuur kunnen drie typen landbouwbedrijven worden onderscheiden: een kleine groep, meest Europese, boeren die grote boerenbedrijven exploiteren, welke veelal handelsgewassen zoals maÔs, vlees, suiker, tabak en zonnebloempitten produceren; een wat grotere groep boerenbedrijven geleid door Zambianen die deels voor de handel werken en deels voor eigen gebruik, en de (grootste) groep kleine boerenbedrijven die uitsluitend voor eigen gebruik produceren en de traditionele voedingsgewassen zoals maÔs, cassave, gierst, vlees en aardnoten verbouwen. De veehouderij is vnl. geconcentreerd in het zuiden en westen, waar de Tonga en de Lozi traditionele veehouders zijn. De export van vlees is van weinig betekenis. De productie van melk nam gedurende de jaren tachtig toe. Hoewel bijna de helft van het land met bos is bedekt, is de commerciŽle exploitatie daarvan nauwelijks van de grond gekomen. De rivieren en meren zijn zeer visrijk, maar de visvangst staat nog in de kinderschoenen.
De industrialiseringsgraad is laag. De belangrijkste activiteiten betreffen de voedsel- en dranken-, textiel-, chemische en lichte ijzerproductie. Er wordt voornamelijk voor de eigen markt geproduceerd.
Koper, het belangrijkste product van de mijnbouw, komt voor in de zgn. 'Copperbelt', aan de grens met ZaÔre. Zambia is de op vijf na grootste producent en de op ťťn na grootste exporteur van koper ter wereld. De crisis in de mijnbouw van Zambia eind jaren tachtig werd niet alleen veroorzaakt door de drastisch dalende wereldmarktprijs van koper, maar is tevens het gevolg van verouderde exploitatie-installaties, onvoldoende geschoold technisch personeel, chronische transportproblemen en de geleidelijke uitputting van de kopervoorraden voor het jaar 2010. Andere belangrijke mijnbouwproducten zijn zink, lood en kobalt, waarvan Zambia en ZaÔre de grootste wereldproducenten zijn.
De energie die gedistribueerd wordt door de Zambia Electricity Supply Corp. is vrijwel geheel afkomstig van waterkracht. De drie belangrijkste krachtcentrales zijn de Kafue Gorge-centrale, de Victoriawatervalcentrale en de Kariba-Noord-centrale. Zambia exporteert elektriciteit naar de buurlanden. Aardolie moet worden ingevoerd.
Centrale bank is de Bank of Zambia. Daarnaast bestaan nog de National Commercial Bank en de National Savings and Credit Bank of Zambia, alle in staatshanden. Enkele buitenlandse banken hebben filialen in Zambia. Zambia ontvangt ontwikkelingshulp op bilateraal niveau van Groot-BrittanniŽ, de Verenigde Staten, Zweden, Canada en Nederland, en op multilateraal niveau van het IMF en de Wereldbank.
De belangrijkste uitvoerproducten zijn: koper (65% van de totale uitvoer in 1993), zink, kobalt (6%), lood en tabak. De voornaamste afnemers zijn: Japan, Frankrijk, India, Thailand, BelgiŽ en Groot-BrittanniŽ. Ingevoerd worden machines, transportmiddelen, chemische producten, brandstoffen en voedingsmiddelen. De belangrijkste leveranciers zijn: Zuid-Afrika, Groot-BrittanniŽ, Duitsland, Japan, Zimbabwe en de Verenigde Staten.
Zambia heeft een in redelijk goede staat verkerend wegennet. Alle provincies zijn door wegen die het gehele jaar door begaanbaar zijn, met elkaar verbonden. De belangrijkste zijn de noord-zuidverbinding van de Copperbelt via Lusaka naar Livingstone en de oost-westverbinding naar Malawi en Tanzania. De TANZAM Highway, die doorloopt naar Dar es Salaam in Tanzania, is van betekenis voor de economie, omdat hij een van de belangrijkste verbindingen met de zee is. Zambia Railways exploiteert de treinverbinding van Livingstone via de Copperbelt naar Banguela aan de Angolese kust. De Tanzania Zambia Railway Authority exploiteert de met behulp van Chinese vaklieden aangelegde TAZARA-spoorlijn, die van Zambia naar Dar es Salaam in Tanzania loopt. Door de natuurlijke omstandigheden is het gebruik van de rivieren en meren voor vervoer beperkt. Slechts een deel van de Zambezi, van Livingstone tot Senanga, is bevaarbaar. Nationale luchtvaartmaatschappij was de Zambia Airways Corp., die binnenlandse en buitenlandse vluchten verzorgt. Lusaka is de belangrijkste internationale luchthaven.

5. Geschiedenis
buffalo.tif (141799 bytes)De sporen van menselijk leven in Zambia zijn al heel oud. Bij de Kalambowaterval in het noorden zijn bijlen gevonden die naar schatting 300.000 jaar geleden werden gebruikt. De 'Broken Hill-mens', een bij Kabwe (een in de koloniale tijd Broken Hill geheten mijnstadje) gevonden skelet, wordt op ca. 30!000 v.C. gedateerd. Van de huidige bewoners waren de in moerasgebieden levende Twa (kleine mensen van het PygmeeŽn- en Bosjesmannentype) er waarschijnlijk het eerst. Zij werden verdreven door de eerste Bantoestammen die zich in Zambia vestigden, de Bantoe-Botatwe (o.m. de Tonga) van de Zuid-Provincie en de Centrum-Provincie. Niet alleen de Lunda-stammen in de Noordwest-Provincie en de Luapula-Provincie, maar ook de grote Bemba-stam in de Noord-Provincie en de Nsenga en Chewa in het oosten kwamen als emigranten van het Lunda-Luba-rijk (gelegen in de huidige staten ZaÔre en Angola). De Ngoni in de Oost-Provincie kwamen uit het zuiden, uit Zoeloeland. In de 18de en 19de eeuw had Zambia veel te lijden van de slavenhandel en de daarmee gepaard gaande stammenoorlogen. Het gebied ten zuiden van het Tanganyikameer kreeg bezoek van de beruchte slavenjager Tippo-Tip. In het zuiden gingen de Chikunda uit Mozambique onder aanvoering van Portugese kleurlingen geregeld op roof uit.
5.1 Koloniale tijd
Bij het gevecht om de verdeling van Afrika in de tweede helft van de 19de eeuw was het tussen de Zambezi en het Tanganyikameer gelegen gebied aanvankelijk niet erg in trek. Maar toen Cecil Rhodes zich van Kaapstad steeds verder naar het noorden begaf om mijnconcessies te bemachtigen, kwam aan dit gebrek aan belangstelling een einde. Agenten van zijn British South Afrika Company (BSA) brachten bezoeken aan de Litunga van Barotseland en andere stamhoofden om in ruil voor de bescherming van de Britse vorstin en een magere lijfrente fabuleuze concessies te verkrijgen. Hoewel zij formeel wel in hun opzet slaagden en deze concessies jarenlang de basis vormden voor het werk van de grote buitenlandse kopermaatschappijen (Anglo American Corporation en Roan Selection Trust), werd later de geldigheid van de door hen gesloten overeenkomsten zelfs naar Engels recht in twijfel getrokken; sinds 1973 is de koperwinning geheel in Zambiaanse handen.
In 1895 kreeg het gehele door de BSA beheerste gebied de naam RhodesiŽ. Tot 1911 waren Noordwest-RhodesiŽ en Noordoost-RhodesiŽ bestuurlijk van elkaar gescheiden. In 1923 kreeg Zuid-RhodesiŽ (het huidige Zimbabwe) een vorm van zelfbestuur binnen het Britse Rijk, maar Noord-RhodesiŽ werd in 1924 rechtstreeks onder het ministerie van KoloniŽn in Londen geplaatst. De koloniale ambtenaren bestuurden het land op basis van de zgn. indirect rule, dwz. de stamhoofden oefenden namens hen het feitelijk gezag uit en werden door hen gecontroleerd.
5.2 De periode Kaunda
Onderwijs en ontwikkeling kregen weinig aandacht. In 1948 waren er nog maar 1700 Zambianen met een volledige lagere-schoolopleiding. Toch kwam uit deze kleine groep een reeks Afrikaanse politici voort. Zij verzetten zich vooral tegen de Federatie van Noord- en Zuid-RhodesiŽ en Nyasaland die in 1953 tot stand was gekomen. Deze federatie had tot gevolg dat de inkomsten uit de koperwinning in Zambia (Noord-RhodesiŽ) niet ten goede kwamen aan de ontwikkeling van de inheemse bevolking aldaar, maar aan de blanke kolonisten in Zuid-RhodesiŽ. De 'partnership' waarover de laatsten spraken werd door de Zambianen dan ook gezien als die van ruiter en paard. Het verzet tegen de federatie leidde in 1961 tot de ontbinding ervan. Na moeizame onderhandelingen over het kiesrecht werd Zambia ten slotte op 24 okt. 1964 een onafhankelijke republiek onder president Kenneth David Kaunda. Deze bleek als leider van de United National Independence Party (UNIP) onder de bevolking een veel grotere aanhang te hebben dan de 'old man of politics', Harry Nkumbula van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC). In 1972 werd Zambia een eenpartijstaat en werden Nkumbula en andere voormalige leiders van het ANC lid van UNIP. De tweede helft van de jaren zeventig stond in het teken van de snel verslechterende economische situatie, als gevolg van de dalende wereldkoperprijs en de situatie in RhodesiŽ.
Onder leiding van Kaunda steunde Zambia het streven naar zwarte meerderheidsregeringen in Zuidelijk Afrika: in de Portugese koloniŽn en in RhodesiŽ. Ondertussen werd de oppositie tegen president Kaunda en de UNIP sterker. De vakbeweging, maar ook andere sectoren van de samenleving, kritiseerden de UNIP openlijk. Als gevolg van de strenge bezuinigingsmaatregelen, die door het IMF aan Zambia waren opgelegd, en de daarmee samenhangende prijsverhogingen, braken in de jaren tachtig herhaaldelijk onlusten onder de bevolking uit. De steeds verslechterende economie, gesymboliseerd door een enorme inflatie, noopte de regering tot twee maal toe de Kwacha, de nationale munt, te devalueren.
In 1990 kwam binnen de UNIP de discussie over de invoering van een meerpartijensysteem op gang en in december van dat jaar werden al de eerste oppositiepartijen gelegaliseerd. Het democratiseringsproces kwam daarna snel op gang. In aug. 1991 nam het parlement een nieuwe grondwet aan en in okt. werden presidents- en parlementsverkiezingen gehouden, die een overwinning voor de Movement for Multiparty Democracy (MMD) van Frederick Chiluba te zien gaven.
5.3 De periode Chiluba (zie foto)
Chiluba versloeg zelf verrassend president Kaunda. Kaunda trad later (jan. 1992) af, ook als partijleider. De nieuwe regering, die de privatisering van ruim honderd staatsbedrijven voorstond, kon op meer krediet van buitenlandse financiŽle instellingen rekenen dan de voorgaande kabinetten onder Kaunda. In juli 1992 besloot de Club van Parijs Zambia's buitenlandse schuld voor de helft kwijt te schelden. In maart 1993 werd een couppoging verijdeld; de poging werd mede door Kaunda's zoon Maj ondernomen.
De regeerperiode van president Chiluba werd gekenmerkt door schandalen. Van eind 1991 tot 1996 kregen of namen 19 ministers ontslag wegens corruptie, drugshandel en het witwassen van geld. Mede hierdoor kwam er ruimte voor de UNIP van ex-president Kaunda, die in juli 1995 weer tot leider van zijn partij werd gekozen. In dezelfde maand maakte de vice-president van de regerende MMD, Levy Mwanawasa, bekend dat hij zich als tegenkandidaat voor Chiluba zou presenteren bij de presidentsverkiezingen van nov. 1996.
Het parlement keurde in mei 1996 een grondwetswijziging goed, die inhield dat een president niet meer dan twee ambtstermijnen kon dienen. Hierdoor werd ex-president Kaunda, die zes ambtstermijnen achter de rug had, uitgesloten van de presidentsverkiezingen, die een ruime overwinning opleverden voor de zittende president Chiluba.
Bij de gelijktijdig gehouden parlementsverkiezingen won Chiluba's MMD 130 van de 150 zetels. De verkiezingen werden overigens gekenmerkt door een zeer lage opkomst, mede veroorzaakt door een boycot van alle belangrijke oppositiepartijen. Na de verkiezingen riep de UNIP op tot een geweldloze campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Telefoongids Zambia
Postcodes Zambia

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009