|
Een
overwinning van de mens op de zee ...
 Achter
de wal van duinen die onze kust afzoomt strekt zich - alsof de natuur haar
contrasten wil onderlijnen - een strook van zware, vruchtbare kleigrond uit
: de Zeepolders. Van Frankrijk tot Nederland ringen zij tien tot vijftien
km. het binnenland in. Heerlijk is het deze streek met de fiets te
verkennen. De vlakte lijkt eindeloos. Enkel een paar knotwilgen of
populieren, moe hellend in de richting waarin de zuidwestenwind hen drijft,
en een eenzame kerktoren, al eeuwen spiedend over dit vlakke land, verbreken
de eentonigheid van dit grenzeloze landschap.
Wie de moeite doet die toren te beklimmen, ontdekt een lappendeken van
perceeltjes met op de naden dijken en grachten ... makkelijk als grens
tussen de eigendommen. Vanop zijn uitkijkpost bemerkt hij ook de hoeves, her
en der ingeplant in de meteloze vlakte. Vaak zijn ze oud en ze liggen steeds
ver uiteen. Slechts hier en daar doemt een bescheiden dorpje op, of,
uitzonderlijk een kleine stad.
Buiten Brugge - maar hier bevinden we ons al aan de rand va het poldergebied
- hebben enkel Veurne en Diksmuide enige omvang. Met zijn ondoordringbare
kleibodem is de polder uitstekend weideland. Het vee is er koning en de
teelt van veevoeder neemt er natuurlijk een belangrijke plaats in. Maar ook
tarwe, maïs en suikerbieten ontbreken niet en kleuren de velden groen en gel
in de julizon. Men hoeft niet zo ver terug in de tijd om de geboorte van de
polders mee te maken. Op het einde van de Romeinse tijd en in de late
Middeleeuwen overspoelde de zee verschillende keren de huidige kuststreek.
Toen zij zich definitief terugtrok, liet zij een uitgestrekt schorregebied
achter, dat werd doorsneden door kreken. Enkel buitengewoon hoog tij kon
deze vlakte nog onder water zetten. Vanaf de elfde eeuw grijpt de mens in.
Zowel de geestelijke en wereldlijke instellingen als de velen die een lapje
grond wilden veroveren, zetten zich in om de stormloop van de zee met dijken
te stuiten. Maar was het gebied nu op de zee veroverd en beschermd tegen
overstromingen, er bleef nog een probleem : waar naar toe met het regenwater
? Er kon uiteraard geen sprake zijn van natuurlijke afwatering, want we
bevinden ons hier amper boven de zeespiegel. Het moest dus kunstmatig
gebeuren. Dit was en is nog steeds de taak van het dichte net van
afwateringsgrachten en verzamelkanalen die hun natte last in zee of in de
Ijzer storten. Zo herschiep de mens de schorren in polders.
Een polder is dus een laaggelegen gebied dat op de zee werd veroverd. Het
woord duikt voor het eerst op rond het jaar 1150 in het dorpje Ramskapelle.
In die alleroudste polders is het patroon van de grachten ordeloos, zodat de
percelen de meest grillige vormen aannemen. Een heel andere schikking
kenmerkt de jongere polders : alle lijnen zijn er als met een liniaal
getrokken. Sommige ervan, gebieden die onder het peil van het lage tij
liggen, werden door middel van pompen gedraineerd. Een mooi voorbeeld
hiervan zijn De Moeren, een polder die vlak tegen de Franse grens is
gelegen. Al in de zeventiende eeuw liet de Antwerpenaar Wenceslas Coeberger,
op bevel van de Aartshertogen Albrecht en Isabella, talrijke windmolens
optrekken om deze oude turfontginning droog te malen. Als u met vakantie
bent aan de kust, moet u beslist de paar die nog overeind staan gaan
bewonderen. Ze rijzen op midden in de polder als bakens in een zee van groen
en goud. Onder een blauwe zomerlucht of in de wazige nevelslierten van
december straalt van deze eindeloze vlakte een hartveroverende bekoring uit,
die door geen geluid wordt gestoord. |