Zijdebijen
zijn solitaire bijen met een korte snuit (oerbijen). De soorten van
het geslacht Colletes zijn tot vijftien mm. groot, die van het
geslacht Hylaeus zo'n vier tot acht mm. Zijdebijen bekleden hun nest
met een zijdeachtig glanzende, volkomen waterdichte laag uit een
soort 'twee-componentenmateriaal' : een vloeistof uit een klier, die
door toevoeging van speeksel uithardt. Net als de
honingbijen verzamelen ze stuifmeel
aan hun pootjes. Het dient als voedsel voor de larven in hun
meercellig nest, aangelegd in zand- en leemgrond. Jeugdstadia : de
larven groeien alleen op in hun nestkamer. Ze verpoppen er zich ook.
De jonge wijfjes worden vaak door reeds uitgekomen mannetjes
uitgegraven om te paren.