| |
De
zilvermeeuw of larus argentatus.
De zilvermeeuw is voornamelijk een kustvogel die nestelt in de
duinen en op de Waddeneilanden. Buiten het broedseizoen worden
ze ver landinwaarts gezien. Daar bezoeken ze steden, parken en
vuilnisbelten, op zoek naar voedsel. De laatste jaren nestelen
ze zelfs op daken van fabrieken en flatgebouwen. De vos heeft ze
op veel plaatsen uit het te droge duingebied verdreven.
Kenmerken
Deze grote meeuw is wit met een grijze rug en vleugels. De
vleugelpunten zijn zwart-wit. Hij heeft een witte kop en nek en
roze poten. De lengte bedraagt 60 cm.
Geluid
Een luidruchtig en klaaglijk 'klieauw', een luid 'kie-aah' en
een alarmerend 'ke-ke-ke'.
Voedsel
De zilvermeeuw is een aas- en alleseter. Hij vangt vis op zee,
platvis langs de kust, maar ook wormen en eendenkuikens in het
binnenland.
Wintervoedering
keukenrestjes
Nest
Zilvermeeuwen broeden in kolonies. Het nest bestaat uit
opgestapeld gras, door beide vogels verzameld. Na een paar dagen
verlaten de kuikens het nest. Ze blijven wel in de buurt en
worden gevoerd door hun ouders tot ze kunnen vliegen. Pas na een
drietal jaar is het bruine jeugdkleed van het jong verwisseld
voor het volwassen verenkleed.
Broedgegevens
Maanden april tot augustus - één legsel - drie olijfbruine
eieren met bruine stippen - broedtijd : 28-30 dagen (beide
partners) - vliegvlug : na 35-40 dagen, zelfstandig na 40-45
dagen. |
|
|
|
|
|
|