|

1. Fysische geografie
Men
kan in Zimbabwe vier reliëfzones onderscheiden: a. Ongeveer 20% van de
oppervlakte van het land wordt ingenomen door het noordoost-zuidwest
gerichte centrale plateau ( 'high veld', hoger dan 1200 m). Dit zacht
golvende savannelandschap vertoont plaatselijk enkele vrij geïsoleerde
heuvels, o.a. de Matopo Hills (1600 m hoog). Door het midden loopt, over
een afstand van ca. 500 km, de zgn. Great Dyke, die rijk is aan
mineralen. b. Aan weerszijden van het centrale plateau liggen lagere
zones ( 'middle veld', 900 tot 1200 m hoog), die overgaan in: c. zones
die lager zijn dan 900 m ( 'low veld') en worden gevormd door de dalen
van de Zambesi, de Limpopo en de Sabi. d. Aan de oostgrens vormt de
verhoogde plateaurand een berglandschap met toppen hoger dan 2000 m
(hoogste top: Inyangani, 2595 m).
De belangrijkste rivieren zijn de Zambesi (of Zambeze), in Zimbabwe
grensrivier met Zambia, de Limpopo, in Zimbabwe grensrivier met de
Republiek van Zuid-Afrika, en de Sabi, die, zuidwaarts, op een afstand
van gemiddeld minder dan 100 km langs de oostgrens stroomt. In het
noordwesten van het land vormt de Zambesi de Victoriawatervallen;
oostwaarts daarvan heeft een stuwdam bij de plaats Kariba het Karibameer
doen ontstaan, 275 km lang, tot 48 km breed. De benedenloop van de
Zambesi is bevaarbaar; de Limpopo en de Sabi zijn niet bevaarbaar.
Het centrale plateau heeft een warm gematigd klimaat met zomerregens (november-maart).
De lage randgebieden hebben een droog steppeklimaat. De gemiddelde
temperatuur van het centrale plateau bedraagt 22 °C in oktober en 13 °C
in juli, die van het Zambesidal 30 °C in oktober en 20 °C in juli. Op
het plateau is met name in de winter de dagelijkse temperatuuramplitudo
groot en er kan zelfs nachtvorst optreden. De bergruggen in het oosten
krijgen de meeste regen (gemiddeld 1400 mm per jaar). Naar het westen en
zuiden neemt de neerslag geleidelijk af (tot minder dan 400 mm per jaar)
en wordt tevens wisselvalliger.
De
dierenwereld is een overgang tussen die van Zuid- en Midden-Afrika; een
aantal zuidelijke elementen bereikt hier de noordgrens (spiesbok,
zuidelijke witte neushoorn, bruine hyena) en een aantal tropische
elementen verschijnt hier voor het eerst (Lichtensteins hartenbeest,
sitatoenga). De fauna is vnl. een fauna van de savanne (olifant,
neushoorns, zebra, buffel, antilopen, wrattenzwijn, giraffe, leeuw,
panter, jachtluipaard, enz.); oorspronkelijk bestond een belangrijk deel
van het plateau uit savanne. Voor wat betreft paard- en sabelantilopen
is Zimbabwe als een deel van het hoofdverspreidingsgebied te beschouwen.
De subtropische bossen op de oostgrens herbergen een interessante
dierenwereld, die ten dele puur Centraal-Afrikaans-tropisch van aard is
(o.a. vlinders en slakken), maar waar tegelijkertijd zuidelijke
elementen (waarvan sommige zelfs Gondwanalandverwantschap vertonen) hun
noordgrens bereiken. De vogelwereld is zeer rijk (vooral ook aan
roofvogels) en met een sterk tropische inslag, wat eigenlijk nog
opvallender geldt voor de amfibieën en reptielen. De weinige permanente
grote rivieren huisvesten slechts een beperkte zoetwaterfauna.
Een netwerk van zorgvuldig opgebouwde en beheerde nationale parken en
natuurreservaten verschaft adequate bescherming aan flora en fauna; tot
de belangrijkste behoren het zeer grote en buitengewoon wildrijke Hwange
National Park (in het westen) en de beschermde gebieden rond de
Victoriawatervallen, de zuidoever van het Karibastuwmeer en in de bergen
aan de oostgrens. Buiten de reservaten is het wild wel gedecimeerd, maar
nog geenszins uitgeroeid; pogingen tot het boeren met wild hebben
internationaal de aandacht getrokken. Het zoölogisch onderzoek is altijd
krachtig gestimuleerd vanuit de musea te Bulawayo, Harare en Umtali.
2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De zwarte bevolking (ca. 98%) behoort grotendeels tot twee Bantoetalige
groepen, 17% tot de Ndebele (Matabele) en 77% tot de Shona (Mashona);
daarnaast is er een aantal kleinere groepen zoals de Tonka, Sena,
Hlengwe, Venda en Sotho. Er wonen verder ca. 100!000 blanken, vnl. van
Europese afkomst, en ca. 10!000 Aziaten (vnl. afkomstig uit India) en
kleurlingen. Het aantal blanken neemt gestaag af. Het dichtst bevolkt
zijn de hooglanden. De blanken en de Aziaten wonen over het algemeen in
de grote steden. De natuurlijke bevolkingsaanwas bedroeg in de periode
1985-1994: 3%. De grootste steden zijn: Harare (1,184 miljoen inw.),
Bulawayo (620.900 inw.), Gwelo (124.700 inw.), Umtali (75.000 inw.), Kwe
Kwe (75.000 inw.).
2.2 Taal
Officiële taal is het Engels. Veel gebruikt worden het Ndebele en het
Shona.
2.3 Religie
Het merendeel van de Afrikanen belijdt traditionele religies. Ca. 55%
van de bevolking is christen. De blanke bevolking is voor het merendeel
protestant (anglicaans, methodistisch of calvinistisch). Van de
christelijke kerkgenootschappen heeft de Rooms-Katholieke Kerk de meeste
aanhangers onder de Afrikaanse bevolking. In opkomst zijn de
protestantse sekten uit de Verenigde Staten. Deze fundamentalisten
combineren bekeringen met kleine ontwikkelingsprojecten. Zij verspreiden
een uiterst rechtse ideologie. Er zijn kleine gemeenschappen van joden
en islamieten. De Afrikaanse onafhankelijke kerken, zoals de African
Apostolic Church of Johane Maranke, winnen aan leden.

3. Bestuur en
samenleving
3.1 Staatsinrichting
Zimbabwe is een republiek met aan het hoofd een president, die voor een
periode van zes jaar direct wordt gekozen. Het parlement, dat uit één
kamer met 150 leden bestaat, wordt eveneens voor zes jaar in directe
verkiezingen gekozen. 120 leden zijn verkiesbaar, 10 zetels worden
ingenomen door stamhoofden, acht door de acht gouverneurs en twaalf
leden worden door de president aangewezen. De president is zowel
staatshoofd als regeringsleider.
3.2 Politieke organisatie en vakbeweging
De belangrijkste politieke partij is de Zimbabwe African National Union
- Patriotic Front (ZANU-PF) van Robert Mugave, een aanvankelijk
radicale, revolutionair gezinde partij, die na de onafhankelijkheid
echter een gematigd socialisme voorstaat en samenwerking met de blanke
minderheid nastreeft. Het Patriottisch Front van Joshua Nkomo, een
gematigde partij die als Zimbabwe African People's Union (ZAPU) onder
het blanke minderheidsbewind (1965-1979) een leidende rol had in het
verzet, maar na de eerste verkiezingen naar het tweede plan werd
verwezen (zie § 5), ging in 1987 op in de ZANU-PF. Uit de vroegere ZAPU
is de Zimbabwe Unity Movement voortgekomen (ZUM). De ZUM is de
belangrijkste oppositiepartij en heeft veel aanhang in het oosten van
het land. De belangrijkste vakbondsorganisaties zijn ondergebracht in
een overkoepelend orgaan, het Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU),
dat vanaf het einde van de jaren tachtig uitgroeide tot de best
georganiseerde oppositie tegen het regime van Mugabe.
3.3 Bestuur en lidmaatschap van internationale organisaties
Bestuurlijk is het land ingedeeld in acht provincies. Zimbabwe is lid
van de Verenigde Naties en een aantal van zijn suborganisaties, van het
Gemenebest van Naties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), het
SAdcc en is geassocieerd lid van de EU.
4. Economie
4.1 Algemeen
Zimbabwe
heeft een vrije markteconomie, waarin de overheid door middel van
wetgeving en actieve deelname aan het economische proces een grote rol
speelt. De economie van Zimbabwe kent, vergeleken met de economieën van
de meeste Afrikaanse landen, een grote verscheidenheid en is hoog
ontwikkeld. Het land beschikt over grote oppervlakten vruchtbaar land,
goed geleide, op de export gerichte, moderne agrarische ondernemingen,
delfstoffen die veel gevraagd zijn op de wereldmarkt, een goed
ontwikkelde industriële sector en een moderne infrastructuur. Daarnaast
is de inheemse landbouw, die vnl. bedreven wordt in onvruchtbare
gebieden die onder het koloniaal bewind toegewezen werden aan de zwarte
bevolking, slecht ontwikkeld. De levensstandaard in deze gebieden is
laag en de werkloosheid groot. De economie dreef in de koloniale periode
vnl. op de export van enkele land- en mijnbouwproducten. In vrij korte
tijd ging de landbouwsector zich toeleggen op de verbouw van een veel
grotere verscheidenheid aan producten, die nu voor een aanzienlijk deel
ook in het land verder verwerkt worden. Ook werden veel delfstoffen in
het land zelf verder bewerkt, waardoor de industriële sector zich in
snel tempo uitbreidde en in betekenis toenam. Na 1974 kreeg de economie
te maken met de teruglopende wereldeconomie; het groeicijfer daalde
snel, de inflatie steeg en er kwamen problemen met de werkgelegenheid.
In de jaren tachtig zette de daling door. Zimbabwe kampte met een
meerjarige droogte en de prijzen op de wereldmarkt van belangrijke
delfstoffen daalden. De hooggespannen verwachtingen van een snelle
economische groei kwamen niet uit, hoewel Zimbabwe toch gemiddeld een
jaarlijkse groei van 3% wist te realiseren. De schulden van het land
namen toe. Om deviezen te sparen heeft de regering sinds 1986 de invoer
sterk aan banden gelegd. In de periode 1990-1994 registreerde Zimbabwe
een economische groei van 1,1%. In 1995 daalde deze groei weer. Het
inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg in 1994 $ 490.
4.2 Landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw
Ongeveer 70% van de bevolking leeft van de landbouw. In 1994 bedroeg het
aandeel van de landbouw in het bnp slechts 15%. Rond de 47% van
Zimbabwes export bestaat uit landbouwproducten: vnl. tabak en katoen,
voorts ook koffie, suiker, vlees en thee. Maïs is het belangrijkste
handelsgewas en voornamelijk voor binnenlandse consumptie bestemd.
Zimbabwe is slechts bij tijd en wijle in staat zichzelf te voeden. De
blanke boeren produceren 75% van de nationale oogst en dragen zorg voor
30% van de inkomsten aan buitenlandse valuta. Gebrek aan financiën maar
ook aan politieke wil heeft de landhervorming sterk vertraagd.
De veehouderij wordt steeds belangrijker en legt zich vooral toe op het
fokken van slachtvee. De droogte van 1991/1992 kostte eenderde van de
veestapel het leven. Samen met Botswana is Zimbabwe het enige
sub-Saharaland dat vlees naar de EU mag exporteren. De visserij wordt
vnl. op traditionele wijze op de rivieren Zambesi, Limpopo en Sabi
bedreven. De bosbouw levert materiaal voor huisbrand en voor de
verwerking in de houtindustrie. 48,6% van het land is met bos bedekt,
een percentage dat zienderogen slinkt door kaalslag.
4.3 Mijnbouw
Zimbabwe heeft een grote verscheidenheid aan delfstoffen, zoals goud,
asbest, nikkel, koper, steenkool (30 miljard ton voorraad), chroom, tin,
ijzererts, zilver en silicium (90% van de wereldvoorraad). De mijnbouw
is vnl. in handen van Britse, Zuid-Afrikaanse en Amerikaanse concerns.
De chroomertsvoorraden zijn de op één na grootste ter wereld en bevinden
zich in het gebied van Mashaba, Selukwe en Belingwe. Winning geschiedt
in dagbouw. De steenkolenvoorraden, die ruim voldoende zijn voor de
binnenlandse vraag, bevinden zich in Wankie in het noordwesten van het
land. De belangrijkste ijzerertsvoorraden bevinden zich in de omgeving
van Kwe Kwe in Midden-Zimbabwe. De verwerking van het gedolven erts
vindt vnl. in Redcliff bij Kwe Kwe plaats. Asbest wordt vnl. in het
zuiden van het land gewonnen. De gouddelving geschiedt vnl. in kleinere
bedrijven. Belangrijk is de grote goudmijn bij Gatooma ten noorden van
Kwe Kwe. Tinerts wordt gewonnen ten noordoosten van Wankie. 90% van de
delfstoffen wordt geëxporteerd. De mijnbouw is goed voor 7,2% van het
bbp.
4.4 Energievoorziening
Belangrijk voor de energievoorziening is de waterkrachtcentrale in de
Kariba, die samen met Zambia door middel van de Central African Power
Corporation wordt geëxploiteerd. Daarnaast wordt energie geleverd door
verschillende warmtekrachtcentrales. In Hwange staat een grote
kolengestookte elektriciteitscentrale. De enige aardolieraffinaderij van
het land, in Mutare, werkt uitsluitend met geïmporteerde aardolie. De
raffinaderij is door een ruim 280 km lange pijpleiding verbonden met de
havenstad Beira in Mozambique.
4.5 Industrie
De industriële sector heeft zich in snel tempo uitgebreid en
gediversifieerd, zodat Zimbabwe begin jaren tachtig een van de sterkst
geïndustrialiseerde landen van Afrika was. De sector droeg in 1994 23%
bij aan het Bruto Nationaal Product (bnp) en gaf aan 15% van de
arbeidende bevolking werk. Belangrijke onderdelen van deze sector zijn
de metaalverwerkende industrie, de levensmiddelen-, textiel-, tabak-,
chemische en houtverwerkende industrie. De industriële centra zijn:
Harare, Bulawayo, Kwe Kwe, Gwelo, Mutari en Gatooma.
4.6 Handel
Tot 1995 kende Zimbabwe een handelsoverschot. Belangrijkste
exportgoederen zijn landbouwproducten (25%; daarvan 74% tabak en 17%
katoen), mijnbouwproducten (25%; daarvan 50% goud en 34% nikkel) en
halffabrikaten (28%). De belangrijkste uitvoerlanden zijn
Groot-Brittannië, Duitsland en Zuid-Afrika. Ingevoerd worden machines,
transportmiddelen, halffabrikaten, chemische en aardolieproducten. Deze
producten komen vnl. uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten,
Groot-Brittannië en Duitsland. De ruïnes van Great-Zimbabwe, de talrijke
nationale natuur- en wildparken, de aanwezigheid van een goed
verkeersnet en uitstekende hotels en vakantiehuizen maken Zimbabwe tot
een attractief vakantieland. Het toerisme is een steeds belangrijkere
bron voor buitenlandse deviezen.
4.7 Bankwezen
Centrale bank is de Reserve Bank of Zimbabwe. Daarnaast is er een groot
aantal handels- en kredietbanken, waarvan een niet onaanzienlijk deel in
buitenlandse handen is. De overheid neemt deel in het kapitaal van de
Commercial Bank of Zimbabwe.
4.8 Ontwikkelingssamenwerking
Sinds de onafhankelijkheid speelt Zimbabwe een belangrijke rol binnen de
SADOC (Southern African Development Coordinating Conference). De SADOC
wil Zimbabwes economische afhankelijkheid van Zuid-Afrika verminderen.
Zimbabwe ontvangt van meer dan driehonderd NGO's (non-governmental
organisation). Daarnaast ontvangt het hulp van het IMF, de Wereldbank en
verschillende nationale overheden, waaronder Nederland.
4.9 Verkeer
Zimbabwe beschikt over een goed ontwikkeld wegennet (ca. 86.000 km,
daarvan is 15% verhard). De spoorwegen, geëxploiteerd door de National
Railways of Zimbabwe, hebben een groot aandeel in het personen- en
goederenvervoer. Het spoorwegnet (ca. 3400 km) sluit aan op de netten
van Mozambique en de Republiek van Zuid-Afrika, waardoor de
Mozambicaanse havens Beira, Maputo en Durban in de Republiek van
Zuid-Afrika bereikbaar zijn. De nationale luchtvaartmaatschappij is Air
Zimbabwe, die ook op Europa vliegt; Affretair is van betekenis voor het
binnenlandse vrachtvervoer. Harare en Bulawayo hebben een internationale
luchthaven.
5. Geschiedenis
5.1 Eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring
In
Zimbabwe, tot 1980 (Zuid-)Rhodesië, regeerde sinds april 1964 het blanke
minderheidsbewind van Ian Smith - zie foto, leider van het
Rhodesian Front (zie voor de geschiedenis vóór 1965 Rhodesië). Na
mislukte besprekingen met Groot-Brittannië over de onafhankelijkheid van
het gebied riep Smith op 11 nov. 1965 eenzijdig de onafhankelijkheid
uit, de zgn. Unilateral Declaration of Independence (UDI).
Groot-Brittannië beantwoordde deze daad met economische sancties, in het
bijzonder een olie-embargo. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
veroordeelde de onafhankelijkheidsverklaring en beval eveneens sancties
aan. Het Rhodesische bewind werd door geen enkel land erkend. De
Republiek van Zuid-Afrika, gebaat bij een handhaving van het blanke
bewind in Rhodesië, werkte nauw met premier Smith samen en deed zoveel
mogelijk om de gevolgen van de economische sancties te verzachten.
Rhodesië verliet op 22 dec. 1966 het Gemenebest. Bij een in juni 1969
gehouden referendum nam het blanke electoraat met overweldigende
meerderheid een nieuwe grondwet aan, waardoor Rhodesië op 1 maart 1970
een republiek werd.
Het in 1971 in Groot-Brittannië gevestigde conservatieve bewind van
premier Heath sloot in dat jaar een ontwerp-akkoord met de
regering-Smith, o.m. inhoudende een zodanige amendering van de grondwet,
dat de zwarte meerderheid de kans niet zou worden ontnomen ooit een
gelijk aantal zetels in het parlement te verkrijgen. Het ontwerp werd
door het Rhodesische volk verworpen. Premier Smith erkende de uitslag
niet, de Britse regering handhaafde hierop de sancties.
5.2 Conflict blanken met Afrikaanse meerderheid
Intussen was Smith steeds sterker in conflict geraakt met de Afrikaanse
meerderheid. De in 1964 verboden nationalistische bewegingen ZAPU
(Zimbabwe African People's Union) en ZANU (Zimbabwe African National
Union), resp. onder leiding van Joshua Nkomo en N'dabaningi Sithole
(beiden werden in dat jaar gevangen gezet), ondernamen vanaf 1967
infiltraties vanuit o.m. Tanzania. ZANU en ZAPU gingen vervolgens
samenwerken onder een verenigd opperbevel en eind 1972 was sprake van
een guerrilla in de grensgebieden met Zambia en Mozambique in het
noorden en noordoosten van Rhodesië. In het najaar van 1974 kwam een
tweede front in het noordwesten tot stand.
In 1974 was de politieke constellatie in Zuidelijk Afrika gewijzigd ten
gunste van een zwarte meerderheidsregering: het nieuwe regime in
Portugal had aan Mozambique, Rhodesiës buurland waarvan het economisch
in belangrijke mate afhankelijk was, onafhankelijkheid verleend.
Bovendien verklaarde Zuid-Afrika zijn politietroepen uit Rhodesië te
zullen terugtrekken.
5.3 Conflict met ANC
Behalve met ZANU en ZAPU kreeg de regering-Smith ook te maken met de in
dec. 1971 opgerichte African National Council (ANC) onder
voorzitterschap van de methodisten-bisschop Abel Muzorewa, die zich ten
doel stelde de 'constitutionele verkrachting van de Afrikanen door de
Britse en Rhodesische regering' tegen te gaan en aanstuurde op een
constitutionele vergadering. De toenemende invloed van de ANC, alsmede
de acties van ZANU-ZAPU, leidden ertoe dat Smith tot een akkoord
trachtte te komen met de Afrikaanse meerderheid. Begin dec. 1974 werden
de ZAPU-ZANU-leiders Nkomo en Sithole vrijgelaten. Tijdens een
conferentie in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka besloten ZAPU, ZANU en een
derde bevrijdingsbeweging (FROLIZI) samen te gaan in de ANC. Op 11 dec.
1974 werd een wapenstilstand van kracht en kondigde Smith aan dat er een
constitutionele conferentie zou worden gehouden. Als gevolg van
meningsverschillen, zowel tussen Smith en de ANC als binnen de ANC (de
aanhangers van de meer militante ZANU raakten verscheidene malen op
bloedige wijze slaags met aanhangers van de ZAPU), kwam het
constitutionele overleg pas laat op gang: eind aug. 1975 en leverde
uiteindelijk geen resultaten op. Binnen de ANC kwam het in sept. 1975
tot een breuk. Een op aandrang van de Verenigde Staten in Genève in 1976
gehouden constitutionele conferentie, waar een door de Amerikaanse
minister van Buitenlandse Zaken, Kissinger, gelanceerd voorstel voor de
instelling van een zwarte meerderheidsregering ter tafel lag, leverde al
evenmin resultaat op. Met het oog op de toenaderingspogingen van Smith
tot de zwarte leiders lieten zowel de Verenigde Staten als
Groot-Brittannië weten dat zij niet akkoord zouden gaan met de een of
andere vorm van een interne regeling. Dit weerhield Smith er evenwel
niet van deze weg verder te bewandelen. In maart 1978 werd een
overeenkomst getekend door Smith, Muzorewa, Sithole en chief Jeremiah
Chirau (van FROLIZI), die voorzag in een overgangsregering als
voorbereiding op een zwart meerderheidsbewind. Voor de blanke minderheid
waren aanzienlijke privileges ingeruimd. Er werd vrij snel na het
akkoord een regering onder leiding van Smith geïnstalleerd waarin ook de
drie gematigde zwarte leiders waren opgenomen. De radicalere R. Mugabe,
die Sithole als voorzitter van ZANU had afgezet, en Nkomo, samenwerkend
in het Patriottisch Front, en de Verenigde Staten en Groot-Brittannië
wezen het akkoord af.
5.4 Guerrillastrijd
De guerrillastrijd, bedreven door de ZANLA (de strijdorganisatie van
ZANU) en ZIPRA (de organisatie van ZAPU) vanuit de buurlanden, hield
echter aan en in de gevechten met de Rhodesische troepen vielen veel
slachtoffers en werd veel materiële schade aangericht. In jan. en maart
1979 werd een nieuwe grondwet per referendum goedgekeurd en in april
werden verkiezingen gehouden, waarna een regering gevormd werd onder
Muzorewa. Deze regering werd evenwel internationaal niet erkend. Een
aantal van de frontlijnstaten (die zich verenigd hadden in hun verzet
tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika) was inmiddels moe geworden
van het aanhoudend oorlogsgeweld (dat zich deels ook op hun grondgebied
afspeelde). Zij oefenden druk uit op het radicalere Patriottisch Front
om tot een vergelijk te komen en de guerrilla-activiteiten te staken.
Een belangrijke overweging was ook dat de conservatieve Britse regering
overwoog om de regering van Muzorewa te erkennen en de boycot op te
heffen. Nigeria, dat dreigde met nationalisatie van Britse
zakenbelangen, wist de Britse regering van dit voornemen af te houden.
Muzorewa schikte zich en in sept. 1979 begon in Londen de zgn.
Lancasterhouse-conferentie, waaraan Nkomo, Mugabe, Muzorewa en de Britse
minister van Buitenlandse Zaken, Lord Carrington, deelnamen. Zij werden
het uiteindelijk eens over een nieuwe grondwet, waarin de
geprivilegieerde positie van de blanke minderheid aanzienlijk ingeperkt
werd. Voor de duur van een overgangstijd, tot aan de installatie van een
democratisch samengestelde regering, keerde Rhodesië weer terug tot de
dominion-status (dwz. dat het land ook weer lid werd van het
Gemenebest), waarbij Lord Soames als gouverneur-generaal vergaande
bevoegdheden kreeg.
5.5 Verkiezingen en onafhankelijkheid
De
verkiezingen werden verrassenderwijze glansrijk gewonnen door de ZANU
van Mugabe - zie foto, die daarop in maart 1980 tot premier van
een ZANU/ZAPU-PF-coalitie werd benoemd. In april 1980 werd de
onafhankelijkheid uitgeroepen en werd Canaan Banana de eerste president
van Zimbabwe, zoals het nu heette. Mugabe, die als radicaal gold, voerde
een op verzoening gericht beleid, wat hem aanvankelijk in conflict
bracht met de meer radicale vleugel uit zijn partij. Ook de ontmanteling
van de guerrillastrijdkrachten leverde nogal wat moeilijkheden op. In
1982 werden Nkomo, minister van Binnenlandse Zaken, en enkele
medestanders uit de regering gezet, waarna de spanningen, m.n. in
Nkomo's geboorteland, Matabeleland, hoog opliepen. In de jaren daarop
richtte de beruchte Vijfde Brigade van het regeringsleger verscheidene
malen een bloedbad onder de bevolking van Matabeleland aan. Droogte en
honger brachten vervolgens een catastrofe dichterbij. In dec. 1985
hervatten Mugabe en Nkomo hun gesprekken, die ten slotte in dec. 1987
tot een vereniging van ZANU en ZAPU in het nieuwe ZANU-PF leidden.
Mugabe werd president (in 1990 herkozen), de voor de blanken
gereserveerde parlementszetels werden afgeschaft en in april 1988 kwam
een einde aan de burgeroorlog in Matabeleland. In 1990 werd de
noodtoestand, die vanaf 1965 gold, opgeheven. Bovendien liet ZANU-PF het
marxisme-leninisme als richtsnoer vallen en werd de éénpartijstaat niet
in de grondwet opgenomen. In 1992 nam het parlement een
landhervormingswet aan die 5,5 miljoen ha land, vnl. in handen van
blanke boeren, moest teruggeven aan de zwarte bevolking. De wet stuitte
op groot verzet van de blanke boeren, verenigd in de Commercial Farmer's
Union. In mei 1993 maakte de regering bekend welke zeventig grote
boerderijen (tezamen 190!000 ha) zij wilde kopen, zodat zij het land
onder zwarte boeren kon verdelen.
In 1994 bleek echter dat de grote boerenbedrijven die de regering had
aangekocht voor hervestiging van landloze zwarte boeren, verdeeld waren
onder ministers, parlementariërs en hoge legerfunctionarissen. In
reactie op het publieke protest dat daarop uitbrak, maakte president
Mugabe in allerijl 70% van deze illegale transacties ongedaan. De
gevolgen van het economische saneringsprogramma, waardoor het inkomen
van de gemiddelde Zimbabweaan in de laatste vier jaar was gedaald en
25!000 mensen hun baan hadden verloren, werden de regeringspartij
ZANU-PF zwaar aangerekend en kwamen naar buiten in talloze stakingen die
het hele jaar door bedrijfstakken en overheidsdiensten lamlegden. Twee
vooraanstaande politici kwamen in 1994 om bij onopgehelderde
auto-ongelukken, waarbij onafhankelijke media spraken van politieke
moorden.
Bij de algemene verkiezingen in april 1995 behaalde de regeringspartij
ZANU-PF haar vierde achtereenvolgende verkiezingsoverwinning. ZANU
bezette 118 van de 120 verkiesbare zetels. De overige 30 zetels in het
parlement waren gereserveerd voor benoemde parlementsleden en
traditionele leiders. President Mugabe, die in 1995 voor internationale
opschudding had gezorgd door zijn uitspraak dat homoseksuelen geen
rechten hebben, omdat zij zich als 'minder dan dieren' gedragen, werd in
maart 1996 herkozen voor een nieuwe ambtstermijn van zes jaar.
Tevoren hadden de oppositiekandidaten zich teruggetrokken en minder dan
eenderde van de kiezers was naar de stembus gekomen.
Na jarenlange onderhandelingen werd in 1995 met Zuid-Afrika een nieuw
handelsverdrag gesloten. Het oude verdrag was in 1992 afgelopen, waarna
Zuid-Afrika hoge tarieven hief op Zimbabweaanse textielproducten. De
handel met Namibië, Malawi en Zambia was intussen sterk toegenomen.
Telefoongids Zimbabwe
Postcodes
Zimbabwe
|