Is een
gasbol op gemiddeld 149.600.000 km (= 1 astronomische eenheid, AE)
van de aarde. De straal bedraagt 696.000 km; volume 1,412 ×1018
km3; massa 1,99 ×1030 kg (330.000 maal de aardmassa); gemiddelde
dichtheid 1,41 g/cm3; oppervlaktetemperatuur ca. 6000 K.

De zon bevindt
zich op 32.000 lichtjaar van het middelpunt van het Melkwegstelsel en
beweegt zich daarin met een snelheid van 250 km/s. De schijnbare
dagelijkse beweging van de zon is een afspiegeling van de rotatie van de
aarde. De schijnbare diameter van de zonneschijf varieert omdat de
afstand van de zon tot de aarde niet constant is; de schijnbare diameter
schommelt in de loop van een jaar tussen 31¢32² en 32¢36². Het totale
stralingsvermogen van de zon bedraagt ca. 4 ×1026W, waarvan het
tweemiljardste deel door de aarde wordt opgevangen.
In eerste benadering verdeelt men het zonnelichaam in drie delen: de met
het blote oog zichtbare schijf (fotosfeer), daaromheen de chromosfeer,
een betrekkelijk dunne, visueel moeilijk waarneembare schil, en
daarbuiten de ijle corona. Vaak ziet men op de zonneschijf donkere
zonnevlekken, waarvan aantal, afmetingen en levensduur sterk variėren.
Het aantal zonnevlekken vertoont een periode van ongeveer elf jaar.
Hoog boven de chromosfeer ziet men de soms (tijdens een totale
zonsverduistering) purperrood gekleurde protuberansen. Een gemiddelde
protuberans is enkele honderdduizenden kilometers lang en 10.000 km dik.
In de corona, die geleidelijk overgaat in het gas van de interplanetaire
materie, loopt de temperatuur op tot meer dan een miljoen graden. De
aantrekkingskracht van de zon is daar relatief zo klein dat er ca. 1011
kg materie per seconde in de ruimte stroomt. De energieproductie van de
zon (4 ×1026 J/s) berust, evenals bij andere sterren, op kernfusie in
het inwendige. |