header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Zuid-Afrika
geografisch

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Zuid-Afrika, Republiek van (officieel: Eng.: Republic of South Africa; Afrikaans: Republiek van Suid-Afrika), republiek in het zuiden van het Afrikaanse continent, 1.123.226 km2, excl. de 'onafhankelijke' thuislanden Bophuthatswana, Ciskei, Transkei en Venda en de Walvisbaai; incl. deze gebieden: 1.225.765 km2, met (1994) 41.591.000 inw. (incl. de bevolking van de genoemde gebieden; 34 inw. per km2); hoofdstad: Pretoria (regeringszetel; het parlement zetelt in Kaapstad).

Map of South Africa
Binnen de Republiek ligt als enclave Lesotho. In 1947 nam de (toen) Unie van Zuid-Afrika formeel Prince Edward Island en Marion Island voor de kust van Kaapstad in bezit. Munteenheid is de Rand, onderverdeeld in 100 cents. Nationale feestdagen zijn 27 april (Dag van de Grondwet), 16 juni (scholierenopstand in Soweto) en 16 december, Verzoeningsdag.


1. Fysische geografie

1.1 Landschap

Het landschap van de Republiek van Zuid-Afrika wordt gekenmerkt door een hoog gelegen plateau, het vrijwel ontbreken van laagvlakten en een gesloten kustvorm. Het continentale plat ontbreekt vrijwel, alleen ten zuiden van Afrika tussen Kaapstad en Port Elizabeth strekt zich over 160 km de Agulhasbank uit, de belangrijkste visgrond van het land. Tussen enkele wijduiteengelegen vooruitspringende kapen ontstonden wijde baaien. De enige meer gesloten baai is de Saldanhabaai aan de westkust. Tussen Tafelbaai en Valsbaai ligt het bergachtige schiereiland Cape Peninsula (Kaapschiereiland) met de opvallende Tafelberg. Dit schiereiland eindigt in de rotsachtige Kaap de Goede Hoop. Langs de zuid- en zuidoostkust (toeristisch bekende 'Garden Route') rijzen de bergen trapsgewijs op uit zee. Het plateau van Zuid-Afrika is overwegend vlak en het heeft een gemiddelde hoogte van 1000 tot 1800 m. Het is opgeheven sinds het Krijt en bestaat uit een ondergrond van voornamelijk precambrische kwartsieten, schisten, leien en gneisen. In het noordelijk deel van de Kaapprovincie en in Oranje Vrystaat is deze ondergrond bedekt door horizontale lagen van terrestrische oorsprong, de Karroo-formatie met enige lagen steenkool van behoorlijke kwaliteit. Waar hardere lagen door denudatie van het zachtere omliggende gesteente zijn uitgeprepareerd tot typische vlakke eilandbergen, ontstonden de karakteristieke 'koppies'. De hoogste punten van het plateau zijn Giants Castle (3820 m), Cathkin Peak (3650 m) en Mont aux Sources (3299 m) in de Drakensberge. De Drakensberge is een hoge rand welke niet door plooiing, doch uitsluitend door opheffing is ontstaan. De sedimenten van de Stormbergserie (Boven-Karroo) worden hier tegen denudatie beschermd door een dek van een basaltintrusie. Naar het oosten helt het land via de Griqualand-bergen snel af naar zee. Naar het noordwesten strekt zich het Hoge Veld uit. Dit gehele plateau wordt omzoomd door steile erosieranden ( 'the Great Escarpment'). In de Witwatersrand bij Johannesburg wordt op ruim 1000 m diepte uit kwartsietconglomeraten van de Witwatersrand-supergroep goud gewonnen. Tegenwoordig verkrijgt men ook andere metalen (o.a. uraan) uit deze goudriffen. In het Hoge Veld zijn talrijke intrusiepijpen met een doorsnede van 200 tot 300 m ontstaan, opgevuld met een donkerblauw vulkanisch gesteente, kimberliet. Hierin wordt tot op grote diepte diamant gevonden. Verder naar het noordoosten daalt het land naar de Limpopolaagte; enkele granietrotsen van oude kernen geven hier het landschap meer reliŽf, o.a. de Zoutpansberg (1829 m). Naar het westen daalt het Hoge Veld af naar de halfwoestijn van de Kalahari. Deze laagte van 800 m, opgevuld met jonge zanden, zet zich voort in Botswana. De zuidelijke steilrand van het Hoge Veld heeft verschillende plaatselijke namen, Roggeveld-, Koms-, Nieuwe-, Koudevelds-, Sneeuw- en Stormberge. Naar het zuiden liggen in een laagte van 400 km lang en 100 km breed jonge sedimenten van de Grote Karroo. Ten zuiden hiervan ligt het enige plooiingsgebergte van de Republiek. De mariene afzettingen van dit Kaap-systeem zijn tijdens het PaleozoÔcum geplooid langs de rand van het toenmalige Gondwana, sterk geŽrodeerd en in het Krijt opgeheven. De zachte schalies van de Bokkeveld-serie zijn diep weggeŽrodeerd tot de laagte van de Kleine Karroo tussen de harde zandstenen van de Tafelberg-serie, die als scherpe kammen uitgeprepareerd zijn en nu de Zwarte Berge (2325 m) en Lange Berge (2080 m) vormen.



1.2 Hydrografie
Vanaf de regenrijke oostrand van de Drakensberge lopen korte rivieren met veel stroomversnellingen naar zee: Tugela, Grote Kei-, Grote Vis- en Zondagrivier met Zondagdam. In Zuid-Afrika wordt met de naam Dam niet de stuwdam zelf maar het stuwmeer aangeduid. In het zuiden komen Dwyka en Garuka, brontakken van de Gouritsrivier, vanuit de Grote Karroo. Zij hebben nauwe doorbraaksdalen in de Zwarte Berge gevormd, die echter, gezien de huidige geringe waterhoeveelheid, waarschijnlijk reeds uit een vroegere, vochtiger periode moeten stammen. De Gourits doorbreekt de Lange Berge in een nauwe poort. Vanaf de Drakensberge stroomt de Oranjerivier met een aantal zijrivieren, o.a. Vaal en Modderrivier, naar het westen. Vaaldam, Kalkfonteindam en Oranjedam en andere hebben vooral betekenis voor irrigatie. In het droge westen heeft de Oranjerivier geen zijrivieren meer, de waterstand is hier zeer wisselvallig. Over harde gesteenteranden komen veel watervallen voor, zoals de ruim 100 m hoge Augrabiesvallen, van hieraf stroomt de Oranjerivier door een nauwe kloof. In het noordoosten is de Witwatersrand waterscheiding tussen de Vaal en de grensrivier Limpopo.

1.3 Klimaat
Hoewel de Republiek van Zuid-Afrika zich over een aantal breedtegraden uitstrekt dat ongeveer overeenkomt met de afstand Rome-Kopenhagen, is het klimaat toch betrekkelijk uniform. Dit geldt m.n. voor de temperatuur in het binnenland, een gevolg van het feit dat op lagere breedte de hoogte in het algemeen groter is dan verder naar het zuiden. Langs de westkust wordt de temperatuur gelijkmatig laag gehouden door de langs deze kust stromende koude Benguelastroom, terwijl langs de oostkust de temperaturen gelijkmatig hoog zijn onder invloed van de warme Agulhasstroom. In het binnenland is januari de warmste maand, aan de kust februari. In het noorden van het land komt de hoogste temperatuur in oktober of november voor, een gevolg van de zomerregens. Voorts is de jaarlijkse gang van de temperatuur aan de kust veel kleiner dan in het binnenland. In het binnenland komen, door de hoge ligging, regelmatig temperaturen beneden het vriespunt voor, in het zuidoostelijk bergland zelfs gedurende ca. 100 nachten per jaar. De verdeling van de neerslag is veel onregelmatiger dan die van de temperatuur. In het algemeen valt de meeste neerslag in het zomerhalfjaar, wanneer de vochtige lucht van de zuidelijke Indische Oceaan het krachtigst landinwaarts stroomt. Daarbij blijft, van oost naar west gaande, de neerslaghoeveelheid aanvankelijk nagenoeg constant, maar ten westen van de meest oostelijke bergruggen verminderen de hoeveelheden geleidelijk. Een afwijkend gedrag met betrekking tot de verdeling van de neerslag over het jaar vertoont het zuidelijk deel van het land, waar onder invloed van de storingen van gematigde breedte de meeste neerslag in het winterhalfjaar valt. In dit gebied treft men een gematigd regenklimaat aan. Langs en nabij de oostkust heersen klimaten met een droge winter. Verder westwaarts wordt het klimaat steeds droger. In het centrale gedeelte vindt men een steppeklimaat.

1.4 Plantengroei
De plantengroei vertoont een sterke afwisseling door de grote verschillen in de neerslag, die van oost naar west afneemt, en door de verdeling van de neerslag over het jaar. Ook variatie in hoogte en bodemgesteldheid speelt hierbij een rol. De Fijnbosstreek in het zuidwesten, ten zuiden van de lijn Olifantsrivier-Port Elizabeth, heeft een uitzonderlijk rijke flora, met duizenden endemen (= alleen daar voorkomende soorten); dit gebied is door de oceanen, woestijnen en bergen geÔsoleerd van de rest van het continent. Dit kleine gebied staat plantengeografisch zo apart dat het een van de zes florarijken van de aarde omvat: Capensis. De overige delen van de Republiek zijn vnl. begroeid met graslanden, savannen, steppen en woestijnen. Slechts minder dan 0,5% van de totale oppervlakte bestaat uit bos. Het grootste bosgebied ligt rondom Knysna in het zuiden. Hier vindt men altijdgroen loofbos met o.m. Podocarpus-soorten tot 50 m hoog, Olea laurifolia en de Kaapse beuk (Myrsine melanophloeos). Subtropisch bos komt in het oostelijk deel voor, met o.m. Albizzia-soorten en ook palmen, zoals een dadelpalm (Phoenix reclinata). Op de oosthellingen van de Drakensberge in gebieden met hoge neerslag en hoge luchtvochtigheid treedt montaan bos op. Graslanden en savannen komen voor in gebieden met regenval in de zomer, behalve de grazige savannen in het zuidoosten waar voor- en najaarsregens optreden. De savannen tonen alle denkbare overgangen tussen bosachtige graslanden via parklandschappen naar boomsteppen met verspreide bomen. Karakteristiek zijn de vele Acacia-soorten, in Zuidwest-Transvaal en Oranje Vrystaat o.a. A. giraffae en A. karroo. In de drogere gebieden treden AloŽ- en Euphorbia-soorten op. Algemene grassen zijn o.a. Themeda, Chloris, Panicum, Setaria, Pennisetum en Rhynchelytrum. Waar de neerslag lager is dan 400 mm per jaar, vooral in de westelijke delen, komen steppeachtige woestijnen (Kalahari) voor. In de droogste streken van de Karroo groeien tot 2 m hoge dwergstruikjes met schubachtige blaadjes, en vele soorten van het vetplantengeslacht Mesembryanthemum. Waar de neerslag wat hoger is, zijn Pentzia-soorten kenmerkend. In de regenperioden kunnen hier eenjarige grassen tijdelijk de struiken overwoekeren. Een eigenaardige soort in de westelijke woestijngebieden is Welwitschia mirabilis..

1.5 Dierenwereld
pictures of birds, African HoopoeDankzij de grootte van het land en de zeer gevarieerde milieus is de dierenwereld van Zuid-Afrika zeer rijk. Het grootste deel van de fauna is afgeleid van die van Oost- en in mindere mate ook van Centraal-Afrika, maar heeft ook verbindingen met de Australische en Zuid-Amerikaanse, dankzij het vroegere zuidelijke supercontinent Gondwana. De zoogdierfauna omvat alle klassieke elementen van Afrika: apen, baviaan, leeuw, panter, hyena's, zebra's, neushoorns, antilopen (38 soorten), buffel, giraffe, wrattenzwijn, nijlpaard, olifant, klipdassen, enz. Totaal zijn ca. 390 soorten zoogdieren bekend van Zuid-Afrika. Springbok, blesbok (met de ondersoort bontebok), witstaartgnoe, reebokantilope, bergzebra, stokstaartje, zwartvoetkat e.a. komen uitsluitend in Zuidelijk Afrika voor; andere soorten hebben een duidelijk herkenbare in Zuidelijk Afrika geÔsoleerde vorm, als spiesbok (oryx) en dikdik. Quagga en blaauwbok, al vroeg uitgeroeid, waren beperkt tot een deel van de Kaapprovincie. Onder de kleinere zoogdieren zijn talrijke endemische (= alleen daar voorkomende) vormen bekend; de goudmollen hebben hun hoofdkwartier in Zuid-Afrika en komen nauwelijks buiten dit gebied voor.
De vogelwereld is zo mogelijk nog rijker dan die van de zoogdieren en omvat ca. 870 soorten. Uiteraard bestaat een belangrijk deel hiervan uit trekvogels die hier overwinteren (o.a. ooievaar en boerenzwaluw). De opvallendste vogelgroepen zijn de Kaapse of zwartvoetpinguÔn (endemisch), struisvogel, hoenderachtigen (parelhoenders en frankolijnen), paradijskraanvogel (endemisch), trapganzen, neushoornvogels, toerako's en wevervogels. De soms massaal optredende flamingo's broeden gewoonlijk niet in Zuid-Afrika.
De reptielen zijn eveneens zeer rijk vertegenwoordigd: ca. 600 vormen. De opvallendste zijn de nijlkrokodil (sterk teruggedrongen), een python en talrijke gifslangen (mamba's, boomslang, adders en cobra's), een groot aantal hagedissen (waaronder varanen en kameleons) en ca. 25 soorten schildpadden. Vooral onder de hagedissen en schildpadden komen talrijke endemische vormen voor. De amfibieŽn vormen een kleinere groep, uitsluitend vertegenwoordigd door de kikvorsachtigen (ca. 180 vormen, waaronder zeer grote). Zoetwatervissen
pictures of reptiles, Chameleonzijn gering in aantal vanwege de afwezigheid van natuurlijk open water in een droog land. De lagere dieren zijn vaak in niet te schatten aantallen aanwezig; veel van deze groepen vertonen verwantschap met groepen in AustraliŽ en Zuid-Amerika. Zuid-Afrika heeft altijd veel te lijden gehad van zwermende sprinkhanen; zwermende wevervogels zijn pas na de Tweede Wereldoorlog als landbouwparasieten gaan optreden.
De lange kustlijn herbergt een overvloedige mariene (= zee)fauna, die ruwweg in drie gebieden te verdelen is, nl. de aan koel water aangepaste dierenwereld ten westen van Kaapstad, de echte Kaapse fauna van Kaapstad tot ongeveer Oost-Londen en de subtropisch/tropische fauna van de westelijke Indische Oceaan van Oost-Londen oost- en noordwaarts. De kustfauna omvat o.a. een pinguÔn, een zeebeer en enorme schaalhorens (Patella). Ongebreidelde jacht en landhonger ten behoeve van een soms extensieve landbouw hebben al vroeg hun stempel gedrukt op de dierenwereld: Kaapse leeuw, quagga, blaauwbok, Kaaps wrattenzwijn e.a. werden uitgeroeid, terwijl andere soorten als bontebok, witstaartgnoe, breedlipneushoorn en bergzebra van de rand van de afgrond gered konden worden. De vroegst intensief bewoonde delen (Kaapprovincie) hebben het meest te lijden gehad; in vrijwel het gehele land is buiten de reservaten nog maar weinig wild aan te treffen. De natuurbescherming kwam echter al vroeg op gang (Umfolosi/Hluhluwewildreservaten 1897; voorloper van het Kruger Nationaal Park 1898); momenteel bestaat een netwerk van nationale parken, provinciale natuurreservaten en andere beschermde gebieden, die grotendeels voor het publiek toegankelijk zijn en een zeer belangrijke trekpleister voor binnen- en buitenlands toerisme vormen. Sommige reservaten hebben te kampen met meer bezoek dan verwerkt kan worden. De belangrijkste beschermde gebieden zijn het Kruger Nationaal Park, Addo-Olifant, Bergzebra en Bontebok Nationaal Park (drie specifiek voor deze bedreigde dieren), Kalahari Gemsbok Nationaal Park (laatste vier in de Kaapprovincie), Umfolozi en Hluhluwewildreservaten (vooral voor neushoorns, Natal/Zoeloeland) en de Drakensbergreservaten (Natal). Aan de kust worden de legplaatsen van zeeschildpadden beschermd (Noord-Zoeloeland), terwijl het Tsitsikamakust Nationaal Park een kuststrook in de oostelijke Kaapprovincie omvat.

Telefoongids Zuid-Afrika
Postcodes Zuid-Afrika

 

Zuid-Afrika bevolking >>

 

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009