|
Zure regen
of zure depositie is de verzamelnaam voor natte (regen) en droge
neerslag van stoffen die een verzurende werking uitoefenen op
bodems, objecten en oppervlaktewateren. De pH van neerslag (regen,
sneeuw, mist, enz.) is in evenwicht met het kooldioxide uit de
atmosfeer als deze ongeveer 5, 6 is. Verontreinigingen in de
buitenlucht (zie luchtverontreiniging) kunnen leiden tot een hoger
zuurgehalte van de neerslag, dwz. een lagere pH: in Nederland zijn
waarden omstreeks pH 4 heel gebruikelijk.
Verzuurde
neerslag bevat steeds een overmaat aan sulfaat- en/of nitraationen.
Daarnaast bevat de neerslag ook potentieel verzurend ammonium.
Verontreinigingen als zwaveldioxide (SO2), ammoniak (NH3) en
stikstofoxiden (NO en NO2) zijn de voornaamste oorzaken van de
verzuring. Een belangrijke bron van SO2-emissie is de verbranding
van fossiele brandstoffen: aardolie, aardgas en steenkool. Hierbij
moet primair worden gedacht aan de raffinaderijen en
elektriciteitscentrales. Ammoniak in de atmosfeer is afkomstig van
de productie en verspreiding van dierlijke mest. Het verkeer, de
elektriciteitscentrales en verwarming van ruimten zijn de grote
bronnen voor wat betreft de emissie van NO en NO2. Daarnaast dragen
geofysische processen (bijv. vulkanisme) en biologische processen
(de afscheiding van zwaveloxide door algen) bij aan de vorming van
zure regen. De in de praktijk geconstateerde verzuring van de bodem
van bossen en natuurlijke ecosystemen moet worden toegeschreven aan
de som van ‘natte’ en ‘droge’ depositie.
Bouwwerken
De verzuring van de atmosfeer heeft grote gevolgen voor het milieu
en voor bouwwerken die bijv. kalksteen bevatten.
Waterige milieus
In het milieu worden allerlei soorten organismen die slecht tegen
een zure omgeving bestand zijn, in hun voortbestaan bedreigd. Op
sommige plaatsen kan daardoor een ecologische ramp ontstaan. Met
name in meren en andere oppervlaktewateren die weinig zuurbindende
stoffen bevatten, zoals in meren in Scandinavië, Canada en de
Verenigde Staten en vennen in Nederland en België, stijgt de
zuurgraad dermate dat al het leven eruit kan verdwijnen. Bij daling
van de pH beneden 5,5 kunnen de gevoeligste vissoorten (o.a. zalm)
zich al niet meer voortplanten en bij verdere daling wordt ook het
leven voor volwassen vissen onmogelijk. Meren waarin de pH gedaald
is tot 4,6 zijn biologisch ‘dood’. De sterfte van vis en broedsel
wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat bij die pH giftige zware
metalen en aluminium in oplossing gaan. In Scandinavië bieden de
granietachtige gesteenten geen natuurlijke bescherming tegen
verzuring (vanwege de geringe buffercapaciteit).
Bodem
Naar het zich laat aanzien zijn vele boomsoorten, vooral
naaldboomsoorten, slecht bestand tegen de verzuring van de bodem. De
schimmels, waarmee zij in symbiose leven, verdwijnen, vermoedelijk
door mobilisatie van zware metalen en aluminium, stoffen die voor de
symbiontische schimmels gevaarlijk zijn. Daardoor worden de bomen
gevoeliger voor aantasting door ziekteverwekkende schimmels,
parasieten en dergelijke. Veel bossen zijn ernstig aangetast, vooral
in de buurt van industriegebieden en op plaatsen waar intensieve
veehouderij bedreven wordt
Op nationaal
niveau worden er door met name de Europese Unie maatregelen genomen
om de gevolgen van de zure regen te verkleinen. Door eisen te
stellen aan de uitstoot van zuurvormende oxiden, door het bevorderen
van het gebruik van schonere auto's (zuiniger en uitgerust met een
katalysator die schadelijke stoffen omzet), door beperking van de
intensieve veehouderij (bron van verzuring door ammoniak) en
dergelijke, proberen de overheden de verzuring een halt toe te
roepen.
|