Door
het verbranden van fossiele brandstoffen komen schadelijke
stoffen in de lucht die "zure regen" kunnen veroorzaken
waardoor het biologisch evenwicht in de bossen verstoord
wordt. Het gegeven dat regen zuur is, is niet nieuw; al het
regenwater dat op de aarde valt bezit een natuurlijk gehalte
aan zuren. Door de toenemende milieuverontreiniging is dit
meer dan duizendmaal verhoogd en schadelijk voor de
omgeving.
Driehonderd miljoen jaar geleden waren grote delen van de aarde met
tropische regenwouden bedekt. Deze plantenmassa is in de loop van
tijd omgezet in steenkool en olie.
Deze mineralen, die we 'fossiele brandstoffen' noemen, zijn op grote
schaal aangewend voor de opwekking van elektriciteit en de
verwarming van huizen en fabrieken. Helaas worden door gebruik van
deze brandstoffen geweldige hoeveelheden schadelijke stoffen in de
lucht gebracht.
Bij de
verbranding van kolen en olie komen zwaveldioxide en stikstofoxiden
vrij. Uitlaatgassen van motoren voegen aan deze chemische cocktail
koolwaterstoffen en nog meer stikstofoxiden toe. Deze zijn bekend
als de grootste boosdoeners. Onder invloed van zonlicht ontstaan uit
stikstofoxiden en koolwaterstoffen weer andere gevaarlijke stoffen
zoals ozon. Deze stoffen reageren wederom met zwavel- en
stikstofoxiden en vormen zwavel- en stikstofbevattende zuren in de
kleine waterdruppeltjes, die als wolken opstijgen.
Hoewel men zich van de gevaren bewust is, gaat wereldwijd de
industrialisatie op grote schaal door en daarmee ook de aantasting
van het milieu.
Vele miljoenen
hectaren Europees bos zijn door de gevolgen van de zure regen
getroffen.
Zwaveldioxide is verantwoordelijk voor het afsterven van veel bomen.
De verontreiniging door auto's heeft evenzeer een verwoestende
uitwerking, omdat de bomen te ziek zijn om zich te herstellen. Zelfs
bij de volwassen bomen kan de geringste beschadiging dodelijk zijn,
omdat daardoor hun weerstand tegen vorst en schimmelaantasting wordt
verzwakt. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de
luchtverontreiniging ook de groei remt van bossen, die verder geen
uitwendige schade vertonen.
Voor de
invoering van hoge schoorstenen en schonere benzine in de jaren '50
van deze eeuw werden alleen korstmossen en beplantingen dichtbij
industriegebieden door milieuverontreiniging getroffen. Tegenwoordig
is de vervuiling minder zichtbaar, maar veel wijder verbreid.
In Noorwegen, Zweden, Schotland, Canada en in het oosten van de VS
kwamen duizenden vissen om. De meeste stierven aan vergiftiging door
aluminium uit de bodem, dat door zure regen werd opgelost en zo in
het water belandde. Visetende vogels als de visarend, de parel- en
de roodkeelduiker, het visdiefje en de grote zaagbek werden hierdoor
direct getroffen. Waarschijnlijk werd ook het herstel van bestanden
van zeldzame dieren als de otter sterk afgeremd.
Verhoogde aluminiumconcentraties treffen ook de ongewervelde dieren
en daarmee het leven in het hele ecosysteem. Zo verdween uit vele
midden- en noordwalische rivieren de waterspreeuw, die daar als een
symbool gold, samen met bepaalde insektenlarven, waarmee deze
spreeuw zich voedt.
In
Groot-Brittannië werd de term 'zure regen' voor het eerst gebruikt.
Reeds honderd jaar geleden werden met deze term de toestanden in
Manchester beschreven. Op dit moment behoort Groot-Brittannië tot de
landen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan ervan.
In 1986 werd in Groot-Brittannië 3.760.000 ton zwaveldioxide in de
lucht gebracht, meer dan in welk ander westers land. Tot in 1993 was
de uitstoot van zwaveldioxide hier groter dan in Frankrijk,
Duitsland, Zweden, Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk, Zwitserland,
Luxemburg en Nederland samen. Het is ongelooflijk, maar noch de
invoering van zwavelarme brandstoffen, noch de 'nieuwe' opstelling
van de industrie hebben de lucht schoner gemaakt. Hoge schoorstenen
verplaatsen de luchtvervuiling alleen maar.
Veel bouwwerken worden door zure regen aangetast en onherstelbaar
beschadigd.
|