| |
De
zwarte roodstaart of phoenicurus ochruros
De zwarte roodstaart komt vooral voor op plaatsen waar gebouwd
wordt. Op industrieterreinen, in gerenoveerde winkelstraten,
oude fabriekshallen en boerderijen hebben we de meeste kans.
Zelfs midden in de grote steden komen we ze tegen. Van oorsprong
zijn het rotsbewoners; ruïnes zijn het meest in trek.
Kenmerken
De zwarte roodstaart lijkt nog het meest op de roodborst. Het
mannetje is bijna geheel zwart, het vrouwtje grijsbruin. De
stuit is roodbruin. Lengte : 14,5 cm.
Geluid
De zang bestaat uit een snel babbelliedje door 'knarsende
steentjes'.
Voedsel
Deze zwarte roodstaart eet allerlei soorten insecten, spinnen,
oorwurmen en andere kleine beestjes. Ze jagen ze van de grond,
pikken ze van het blad of snappen ze uit de lucht. Ze eten ook
bessen en zaden.
Nest
Zwarte roodstaarten nestelen in donkere hoekjes van stenen
gebouwen en loodsen. Het nest bestaat uit een kom van gras en
mos, gevoerd met wol en veren.
Broedgegevens
Maanden mei tot juli - twee of drie legsels - vier tot zes witte
eieren, soms met een blauwzweem - broedtijd : 13-17 dagen
(vrouwtje) - vliegvlug : na 12-19 dagen; na elf dagen
zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|