Podura
aquatica - familie waterspringers/Poduridae. Een
vleugelloos oerinsect dat amper één tot twee mm. lang wordt. De huid
is bezet met talrijke waterafstotende wratjes. DE facetogen bestaan
uit slechts acht afzonderlijke ogen of zijn bij heel wat soorten
zelfs afwezig. Heel typisch bij springstaarten is een gevorkt
springapparaat dat in rust onder het achterlijf wordt geklapt. Bij
verstoring slaat het dier deze vork naar achteren, zodat het met een
salto centimeters in de hoogte wordt geslingerd. Voor de normale
voortbeweging gebruikt het drie paar poten. Er zijn momenteel zowat
3.500 soorten beschreven, waarvan er bij ons een honderdtal
voorkomen.
Verspreiding : wijdverspreid in Europa. Op kleine wateroppervlakten
vindt men vaak tot honderdduizenden springstaarten zo dicht bij
elkaar dat het water niet meer te zien is. Heel wat springstaarten
leven op bomen, maar ook op sneeuw of gletsjers (gletsjervlo). Juist
doordat ze in zulke dichte drommen leven, behoren ze in tal van
habitats tot de talrijkste insecten. In een liter bosgrond kan men
tot 2.000 springstaarten aantreffen.
In de kleine luchtruimten in de bodem voeden springstaarten zich met
levend en dood organisch materiaal. Bij de humusvorming spelen ze
een belangrijke rol. Geen paring, wel onrechtstreekse zaadoverdracht
via spermatoforen. Tijdens hun ontwikkeling (tot veertig
vervellingen) maken springstaarten geen gedaanteverwisseling door.
Ze zien er als jong dus meteen uit als een volwassen dier.