De
werksters zijn vier mm. groot. Het is de talrijkst voorkomende mier
in diverse gebieden. Het hoofdvoedsel bestaat uit de honingdauw van
schild- en bladluizen. De uit ondergrondse nesten gehaalde aarde
wordt vaak tussen grassen opgestapeld tot hoge bouwsels met kamers,
waarin de larven beter van de zonnewarmte kunnen profiteren. In juni
stijgen de geslachtsrijpe dieren vaak op in zwermen, die vogels (vb.
meeuwen) aantrekken. (foto : koningin)