| |
De
zwarte wouw of milvus migrans
Trekvogel (maart tot september). Iets kleiner dan de rode wouw;
ook een lange staart, maar minder sterk gevorkt. In de vlucht
aan de onderzijde veel donkerder dan de rode wouw en zonder
duidelijk contrast. Zoekt meestal zeilend en fladderend de oever
af. Verspreiding en woongebied : tot in het noorden over gans
Europa. Broedt onregelmatig in België - voorkeur aan water.
Voortplanting : nest op hoge naald- en loofbomen. Legtijd midden
april tot midden mei. Eén legsel. De twee tot drie witte tot
groenige eieren worden voornamelijk door het vrouwtje bebroed
gedurende 26-38 dagen; het mannetje zorgt voor het voedsel. Na
45 dagen zijn de jongen in staat om te vliegen. Voedsel :
hoofdzakelijk dode en zieke vissen; ook gewonde vogels en kleine
zoogdieren (verkeersslachtoffers). |
|
|
|
|
|
|