| |
De
zwartkop of sylvia atricapilla
Zonder twijfel één van de kampioenzangers van onze tuinen. Ze
zingen zo opvallend en gevarieerd, dat men minstens denkt dat er
een nachtegaal is aangekomen. Ze houden zich vaak schuil tussen
de bladeren en het kost enige moeite een glimp van deze
uitbundige zanger op te vangen. Omdat ze twee broedsels
grootbrengen zijn de zwartkopmannen de ganse zomer te horen,
zowel in de wat grotere tuinen als het loofbos. Het zijn echte
trekvogels, maar steeds vaker overwinteren ze in Zuid-Engeland
in plaats van in Zuid-Europa.
Kenmerken
De zwarte kruin doet een beetje denken aan die van de mezen. Bij
de zwartkop ontbreekt de donkere kin. De bovendelen zijn
grijsbruin. Lengte : 14 cm. Het wijfje is gemakkelijk te
herkennen aan de roodbruine kruin.
Geluid
De zang is zeer melodieus, glashelder van toon en varieert in
sterkte.
Voedsel
De zwartkop pikt allerlei insecten van de boombladeren. Kevers,
vliegjes en rupsen vormen het hoofdmenu. In de nazomer schakelen
ze geleidelijk over op bessen en ander klein fruit. Vooral
vlierbessen zijn in trek.
Wintervoedering
Keukenrestjes op de voedertafel, pinda's in automaten.
Nest
De zwartkop nestelt in tuinen met hoge bomen en struiken en in
open bosgebieden. Het wijfje bouwt het nest, laag bij de grond
en goed verstopt in braamstruiken of heggen. Het is gemaakt van
gras, wortels en mos en gevoerd met fijne grassen en haar.
Broedgegevens
Maanden april tot juni - twee legsels - vier tot zes lichtgele
eieren met bruine vlekken - broedtijd : 12-13 dagen, door beide
ouders - vliegvlug : na 10-14 dagen; tijdsduur tot
zelfstandigheid is niet bekend. |
|
|
|
|
|
|