Geschiedenis van vandaag

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Geschiedenis van
16 februari

 
   
  • Op 16 februari 1959 nam Fidel Castro de macht over in Cuba. Fidel Alejandro Castro Ruz werd geboren op 13 augustus 1926 en is de president van Cuba.
    Castro werd geboren in Biran in de Cubaanse provincie Holguin, als zoon van een welgestelde boer. Hij kreeg zijn opleiding aan Jezuļtische scholen, waaronder het Colegio Belen in Havana. In 1945 ging hij rechten studeren aan de Universiteit van Havana, waar hij in 1950 afstudeerde.
    Tussen 1950 en 1952 werkte hij op een klein advocatenkantoor. Het was zijn bedoeling om voor de Ortodoxy-partij mee te doen aan de parlementsverkiezingen van 1952, maar die werden afgelast na de geslaagde staatsgreep van generaal Fulgencio Batista tegen de regering van Carlos Prio Socarras. Castro daagde Batista voor de rechter vanwege schending van de grondwet, maar dat liep op niets uit.
    Daarop organiseerde Castro een gewapende aanval op de Moncada-barakken in de provincie Oriente, op 26 juli 1953. Meer dan tachtig van zijn mannen kwamen om het leven en hijzelf werd gevangengenomen en door het gerecht tot vijftien jaar cel veroordeeld. (Onderdeel van zijn slotpleidooi was "La historia me absolver" ("De geschiedenis zal mij vrijspreken"), een gepassioneerde speech waarin hij zijn daden verdedigde en zijn politieke standpunten uitlegde.) Als gevolg van een generaal pardon kwam hij in mei 1955 vrij, waarna hij in ballingschap ging in Mexico en de Verenigde Staten. Samen met een aantal andere ballingen vormde hij de Revolutionaire Beweging van de 26ste juli en keerde hij terug naar Cuba. Bij de eerste aanval, op 2 december 1956 in Oriente, overleefden slechts twaalf van de tachtig, onder wie zijn broer Raul Castro, Che Guevara en Camilo Cienfuegos. Ze trokken zich terug in de bergen van de Sierra Maestra, van waaruit ...   lees verder op onze speciale pagina over Fidel Castro 

     
  • Op 16 februari 1937 ontving Wallace H. Carothers, een onderzoeker-chemicus bij Du Pont, een patent voor zijn uitvinding van de synthetische vezel 'nylon'.
    Het succesverhaal van nylon begint in 1928 als Du Pont erin slaagt dr. Wallace Hume Carothers (1896-1937) als onderzoeker aan te trekken. Carothers is dan verbonden aan Harvard University. Hij is gespecialiseerd in polymeren, langgerekte moleculen die te vergelijken zijn met een ketting met een zich steeds herhalend, klein patroon. De 'kralen' van een polymeer zijn groepjes atomen, monomeren. Over dat vakgebied is dan nog weinig bekend, laat staan dat er iemand in is geslaagd om een draad uit een reageerbuis te toveren en er textiel van te weven.
    Carothers laat zich niet een-twee-drie de laboratoria van Du Pont in praten. Hij wil de vrije hand krijgen in zijn onderzoek, om zo puur wetenschappelijk bezig te kunnen zijn. Het werk van zijn onderzoeksgroep blijft niet zonder resultaat. Neoprene, 'kunstrubber', komt in 1930 uit het Du Pont-lab, en in dat jaar maakt Carothers ook de eerste synthetische vezel. Maar de stof is niet bepaald bruikbaar voor de textielindustrie, want hij smelt onder een strijkijzer en lost op in middelen die worden gebruikt bij het chemisch reinigen van kleding.
    Pas vier jaar later is dat probleem overwonnen, als een van Carothers' medewerkers een stof produceert die erg op zijde lijkt. De draden ervan zijn lang, sterk en elastisch. Du Pont noemt het nylon. Maar de onderzoekers zijn niet helemaal tevreden, en voeren op 28 februari 1935 een grootschalig experiment uit, waarbij ze alle 81 mogelijke varianten van nylon proberen te maken.
    Dan stuiten ze op de stof waarmee de chemiegigant groot is geworden: nylon 6,6. Ze noemen die zo, omdat de twee verschillende 'kralen' waaruit de polymeer is opgebouwd elk 6 atomen lang zijn. Elk molecuul nylon bestaat uit wel honderd of meer aaneengeregen 'kralen', en elke nylonvezel bevat op zijn beurt meer dan een miljoen moleculen.
 
   

Geschiedenis van vandaag

© copyright WorldwideBase 2005-2009