Geschiedenis van vandaag

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De Titanic
 

 
   

"Op 10 april 1912 om twaalf uur 's middags verlaat de Titanic haar ligplaats in Southampton (Engeland) om aan haar eerste oceaanreis te beginnen, richting Amerika. Nadat de slepers de reus van de kade afgetrokken hebben, laat kapitein Smith ze losgooien en zet de telegraaf op "langzaam vooruit". Op eigen kracht begint de Titanic vaart te maken."
Vier dagen later raakte dit door experten onzinkbaar gewaande Britse passagiersschip een ijsberg, ongeveer 153 km ten zuiden van Newfoundland, met het gekende gevolg.
Het vergaan de de Titanic op haar eerste grote reis, wordt beschouwd als één van de grootste rampen in de geschiedenis van de scheepvaart. Van de meer dan 2.200 passagiers en bemanningsleden aan boord, overleefden ruim 1.500 mensen deze reis niet.

In het begin van de 20e eeuw nam de emigratie naar de Verenigde Staten een enorme vlucht. Om hierop in te kunnen springen bouwde de Cunard Line twee nieuwe schepen: de Lusitania en de Mauretania. Deze schepen waren groot en luxe en konden een snelheid bereiken van 28 knopen. In 1907 was de Lusitania gereed voor haar eerste reis. In datzelfde jaar besloot de White Star Line om als antwoord twee schepen te bouwen die 50% groter waren dan de nieuwe schepen van Cunard; een derde schip, de Britannic zou later volgen. Op 16 december 1908 werd de eerste kielplaat gelegd voor de Olympic, op 31 maart 1909 volgde de Titanic. Op 31 mei 1911 werd de Titanic in Belfast te watergelaten. Diezelfde dag werd de Olympic officieel aan de White Star Line overgedragen. De Titanic werd naar de afbouwkade gesleept voor het plaatsen van de 29 ketels, de 2 zuiger- stoommachines, de stoomturbine die de middelste schroef aandreef, de 4 enorme schoorstenen en natuurlijk het interieur. Ook werd er een aanpassing gemaakt die de Titanic voor altijd zou onderscheiden van haar oudere zuster, de Olympic: Het voorste deel van de eerste klas promenadedek werd voorzien van schermen met grote rechthoekige ramen. Op de Olympic was gebleken dat bij slecht weer het voorste deel van het promenadedek last had van het opspattende water. Vreemd genoeg is deze aanpassing nooit toegepast op de Olympic zelf. Op 2 April 1912 was de Titanic gereed voor de proefvaart en kreeg het een certificaat van deugdelijkheid dat een jaar geldig was. Nog dezelfde dag stoomde het ship richting Southampton om aan haar eerste reis te beginnen.

De Titanic zou op haar maiden trip een aantal belangrijke personen als passagiers aan boord hebben als eerste klas passagiers. Het reizen in een eerste klas suite was alleen weggelegd voor de allerrijksten: een bemanningslid zou jaren moeten sparen om een enkele reis te kunnen betalen. De eerste klas accomodaties waren voor hun tijd zeer luxueus met twee statietrappen (zie foto rechts), een squashbaan en een nieuwtje op het gebied van oceaanreizen: een heus zwembad. De tweede klasse, die ook luxe genoemd mocht worden voor zijn tijd werd bevolkt door de middenklasse: kooplieden, onderwijzers e.d. In de derde klasse vond men de immigranten uit Europa die in de "Nieuwe Wereld" een beter bestaan hoopten op te bouwen.

10 april 1912, twaalf uur 's middags verlaat de Titanic haar ligplaats om aan haar eerste oceaanreis te beginnen. Nadat de slepers de reus van de kade afgetrokken hebben, laat kapitein Smith ze losgooien en zet de telegraaf op "langzaam vooruit". Op eigen kracht vaart de Titanic de Test rivier in en begint vaart te maken. Op het moment dat de Titanic op gelijke hoogte komt van de stomer New York breken de meerlijnen van dat schip door de zuiging die door de schroeven van de Titanic is ontstaan. Een botsing kan ternauwernood worden voorkomen door het snelle ingrijpen van een sleper. Dit voorval en een eerdere botsing onder soortgelijke omstandigheden tussen de Olympic en de kruiser Hawke laten zien dat men nog veel moet leren over het varen met deze enorme schepen. Na een uur vertraging kan om één uur de reis worden voortgezet richting Cherbourg, Frankrijk. Na een tweede stop te Queenstown, Ierland kan de Titanic beginnen aan haar eerste oversteek naar New York. Terwijl de Titanic de baai van Queenstown verlaat wordt deze laatst bekende foto (hieronder) van haar gemaakt.

Al op 12 april ontving de Titanic haar eerste ijsmelding van het Franse passagiersschip La Touraine. De volgende dag passeerde het Engelse schip de Rappahannock dat met een morselamp de brugwacht van de Titanic inlichtte over een ijsveld dat zij tegengekomen waren. Ondanks dat ze voorzichtig door het ijsveld heen waren gevaren, hadden ze een verbogen roer en gedeukte boeg opgelopen. De eerste ijsmelding op zondag 14 april 1912 kwam binnen om negen uur 's ochtends van de Coronia. Die dag ontving de Titanic nog drie ijsmeldingen en die avond berichtte het vrachtschip Mesaba:"Zag grote ijsbergen en drijfijs van 42 tot 41°25' NB en van 49 to 50°WL, goed en helder weer." Het was duidelijk dat er een groot ijsveld precies op de koers van de Titanic lag. Kapitein Smith kwam, na een etentje met de familie Widener, om ongeveer negen uur naar de brug om de weerssituatie te besrpeken. Ze waren het beide eens dat ze nog nooit zo'n rustige zee hadden gezien; het was windstil, de zee was spiegelglad en het was een heldere maanloze nacht: ijsbergen zouden moeilijk te zien zijn zonder een branding in de donkere nacht. Om 22.00 uur nam eerste stuurman Murdoch de wacht over van tweede stuurman Lightoller die hem inlichtte over de sinds de middag sterk gedaalde temperatuur, het ijsveld voor hen en dat de uitkijk in het kraaiennest was gewaarschuwd op te letten voor drijfijs en ijsbergen. In het kraaiennest keken de uitkijken Fleet en Lee al uit naar het einde van hun wacht. Het was 23.40 uur, ze moesten nog maar 20 minuten en dan zouden ze de bijtende vrieskou kunnen verlaten. Plots zag Fred Fleet iets recht vooruit wat snel groter werd. Onmiddellijk luidde hij de bel driemaal en nam de telefoon op naar de brug waar zesde stuurman Moody hem opnam:"Wat zie je?" -"IJsberg recht vooruit", antwoordde Fleet. Eerste stuurman Murdoch gaf daarop de order:"Hard stuurboord!", zette de telegraaf op volle kracht achteruit en haalde de schakelaar over van de waterdichte schotten. De roerorders in die tijd waren nog afkomstig uit de tijd van de zeilschepen met helmstokken, waar men de helmstok naar stuurboord duwde om naar bakboord te gaan. Murdoch was dus van plan om langs bakboord de ijsberg te ontwijken. 37 seconden gingen voorbij en het leek erop dat de Titanic de ijsberg nipt zou missen. Een zacht schrapend en rommelend geluid maakte echter duidelijk dat de Titanic de ijsberg toch had geraakt. Benedendeks in de ketelruimten was het veel duidelijker dat er iets aan de hand was: het zacht schrapend en scheurend geluid was hier een donderend geraas en onmiddellijk kwam het water binnengestroomd. Kapitein Smith kwam op de brug en vroeg wat ze geraakt hadden, waarop Murdoch antwoordde dat ze een ijsberg hadden geraakt. Kapitein Smith stuurde nu vierde stuurman Boxhall naar beneden om de schade te inspecteren, hij ging zover mogelijk omlaag in de passagiersaccomodaties, maar kon geen schade vinden. Daarop kwamen de timmerman en een postbeambte de brug opgerend: de Titanic maakte water en de postkamer liep vol. Kapitein Smith maakte hierop een inspectietocht met Thomas Andrews, de belangrijkste ontwerper van het schip. Het bleek dat zes ruimen schade op hadden gelopen: de voorpiek, de drie laadruimen en ketelruimen 6 en 5 (genummerd vanaf de machinekamer). Het water in ketelruim 5 kon onder controle worden gehouden, maar de andere compartimenten begonnen langzaam vol te lopen. De eerste vier compartimenten konden zonder problemen vollopen, aangezien de voorste waterdichte schotten hoger waren zodat het water er niet overheen zou kunnen stromen. Nu er echter in vijf compartimenten oncontroleerbaar water stroomde, was het lot van de tot dan toe grootste oceaanstomer bezegeld: de Titanic zou zinken.

Thomas Andrews gaf het ship hoogstens anderhalf uur, in die tijd moesten zoveel mogelijk mensen worden geëvacueerd. In de 16 reddingboten en 4 vouwbare reddingboten was maar plaats voor 1178 mensen, aan boord waren er ongeveer 2208: slechts de helft zou kunnen worden gered. Om 0.05 uur gaf kapitein Smith chief officer Wilde opdracht de reddingboten klaar te maken en liep de Marconihut binnen om de telegrafisten Bride en Phillips opdracht te geven om noodsignalen uit te zenden. Terwijl de vrouwen en kinderen in de boten werden geladen, probeerden de machinisten beneden wanhopig de zaak onder controle te krijgen. In de vollopende ketelruimen werden de ketels gedoofd zodat ze niet zouden ontploffen als het zeewater ze bereikte. Vanaf ketelruim 4 liet chef machinist Bell de waterdichte schotten openen zodat men via pijpen met de pompen achterin het schip het water in de voorste compartimenten kon wegpompen. Ze hadden goede hoop het schip nog enkele uren drijvende te kunnen houden. Om 1.00 uur echter begaf het schot tussen ketelruimen 6 en 5 het en begon ketelruim 5 ook in snel tempo vol te lopen. Boven op het bootdek hadden de officieren de grootste moeite de boten gevuld te krijgen: veel boten waren maar half gevuld. Velen voelden er niets voor om 18 meter naar beneden te worden gelaten in een piepklein bootje in de bijtende kou, bovendien was het allemaal onzin: de Titanic kon niet zinken. Het scheepsorkest begon vrolijke ragtime nummers te spelen op het bootdek aan bakboord bij de eerste klas ingang naar de voorste statietrap. Om het achterschip van de ijsberg weg te draaien had eerste stuurman Murdoch, toen de boeg van de Titanic eindelijk begon te draaien, direct de order gegeven om een bocht naar stuurboord te maken. Toen het schip uiteindelijk stil was komen te liggen, wees de boeg naar het noorden en waren in de verte de lichten van een ander schip te zien. Omdat het dichtstbijzijnde schip nog altijd 58 zeemijlen weg was (dit was de Carpathia) wilde kapitein Smith proberen het schip, dat men duidelijk kon zien, te waarschuwen met vuurpijlen. Om ongeveer kwart voor één vuurde kwartiermeester Rowe de eerste vuurpijl af. Rond 1.40 uur stond de boeg van de Titanic onder water en maakte de Titanic slagzij naar bakboord. Naarmate de helling van de de dekken op de Titanic toenam, werden de reddingboten beter gevuld, maar om 2.05 uur werd de laatste boot neergelaten. Er waren alleen nog maar 4 opvouwbare boten voor de ongeveer nog 1600 mensen die nog steeds aan boord waren. Er onstonden panieksituaties: mannen probeerden wanhopig in een boot te komen, officieren vuurden schoten af en dreigden met revolvers. Opvouwbare boten C en D werden te water gelaten en men begon de opvouwbare boten A en B klaar te maken. Deze boten lagen op het dak van de officiersverblijven en er was geen voorziening om ze op het bootdek te laten zakken, er moest zelfs eerst een reling worden verwijderd. Met behulp van roeispanen werd geprobeerd de boten omlaag te krijgen, maar de boten bleken te zwaar: boot B kwam ondersteboven op het bootdek terecht en boot A zakte door de roeispanen heen, maar bleef overeind. Voordat de boten aan de davits konden worden vastgemaakt, zakte de brug onder water en de golf die daardoor ontstond spoelde beide boten van het dek. De lichten begonnen zwakker te branden en marconist Phillips merkte dat er niet genoeg stroom meer was om de zender goed te laten werken en schakelde over op de noodzender die op accu's werkte. Na een paar testsignalen te hebben gegeven, kwam kapitein Smith de radiohut binnen en onthief beide marconisten van hun plichten. De voorste schoorsteen brak af en viel naar voren, vele zwemmers verpletterend. Mensen begonnen van het steile dek af te glijden, het ijskoude water in en de achtersteven kwam steeds verder uit het water. Er klonk een gerommel van binnuit het schip en om ongeveer 2.18 uur gingen de lichten uit, flikkerden nog één keer aan en doofden toen voorgoed. De romp brak tussen de derde en de vierde schoorsteen en het achterschip zakte terug in de zee tot een bijna normale stand, maar begon snel weer omhoog te komen tot een bijna verticale positie. Het achterschip bleef enige tijd zo hangen en leek zelfs niet meer te zinken, maar begon toen toch te zinken in een steeds sneller tempo. Het was nu 2.20 uur en de Titanic was verdwenen.


 

 
   

Geschiedenis van vandaag

© copyright WorldwideBase 2005-2009