header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De Eland

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

De eland komt voor in het noorden van Noord-Amerika, Europa en AziŽ en is ingevoerd in Nieuw-Zeeland. Elanden zoeken voedsel in het kreupelhout in bosachtige gebieden, als het niet te warm is; bij warmer weer eten ze waterplanten uit meertjes. De dieren eten grote hoeveelheden waterplanten om genoeg natrium binnen te krijgen, een essentieel onderdeel van hun dieet.

eland, de grootst bekende soort, Alces alces, van de herkauwersfamilie der Herten: schouderhoogte maximaal 240 cm, lengte 300 cm, gewicht tot 800 kg, spanwijdte gewei ca. 200 cm, gewicht gewei tot ca. 20 kg. Het grote, plomp gebouwde dier staat hoog op de poten; het soms enorme gewei is schoffelvormig en kan tot 20 korte takken per stang ( Ďschoffelí) dragen. Stieren zijn groter en zwaarder dan koeien. De vacht is roodachtig bruin met lichtgrijze buik en onderbenen; opvallend is de overhangende bovenlip, die gebruikt wordt om het voedsel, dat vnl. uit twijgen, knoppen en blad bestaat, te grijpen. Daarnaast wordt ook wel gegraasd, worden kruiden en soms zelfs waterplanten gegeten en (o.a. in de winter) ook boomschors. Elanden leven zelden in kudden; in de winter vindt men kleine groepen, meestal families (veelal onder leiding van een oude koe). Als regel leven elanden echter solitair. Stieren zijn polygaam, maar vormen geen bronstroedels van wijfjes, zoals bijv. edelherten dat doen; de mannetjes zoeken de bronstige vrouwtjes op en verlaten deze voor andere als zij niet meer tot paring bereid zijn. De draagtijd beloopt ca. 8 maanden; tweelingen komen vrij regelmatig voor, ook een enkele maal drielingen. Levensduur ca. twintig jaar; als blad- en twijgeneter, die sterk onder ingewandswormen kan lijden, is de eland in de dierentuin vaak een probleemdier. De eland heeft een enorm verspreidingsgebied, in EuraziŽ van ScandinaviŽ (Noorwegen, Zweden en Finland) en Oost-Europa oostwaarts tot in Oost-SiberiŽ, en in Amerika van Alaska tot de kust van de Atlantische Oceaan. De poolstreken worden vermeden en de zuidgrens ligt bij de Zwarte en Kaspische Zee in Europa, in AziŽ ongeveer langs de grens van Rusland en China, en in Amerika niet ver ten zuiden van de grens van Canada en de Verenigde Staten. Het dier is o.a. ingevoerd op Newfoundland en Nieuw-Zeeland.

De eland is een bewoner van het bos, maar schuwt niet zich erbuiten te vertonen; in veel streken is een proces van expansie aan de gang en worden de dieren soms midden in stedelijke gebieden aangetroffen. In Europa vindt men de rijkste elandpopulaties in Zuid-Zweden en in Rusland; de wereldbevolking aan elanden zal zeker meer dan 1 miljoen bedragen. Vanouds is de eland een geliefd jachtobject geweest, ook al omdat de bestanden omwille van de bosbouw strikt onder controle gehouden moeten worden. De belangrijkste natuurlijke vijand is de wolf.

De eland heeft een lange, dichte beharing. De nek, hals en de borst worden bedekt door een manendos. De eland is grotendeels roodbruin van kleur, zijn kop en manen zijn iets donkerder. In de paringstijd proberen de mannetjes de kleinere vrouwtjes, die geen gewei hebben, te lokken door middel van een dof gebrul. Rivalen worden fanatiek bestreden. Acht maanden na de paring werpt de elandkoe een jong (bij hoge uitzondering twee). Het kalf wordt gedurende een half jaar gevoed met moedermelk, daarna kan het ook planten eten. In totaal blijft een jong een jaar bij zijn moeder. Behalve in de paringstijd leeft de eland alleen en leeft hij niet in groepen zoals de andere herten. Hij voedt zich 's zomers voornamelijk met waterplanten en bladeren. 's Winters eet hij houtachtige planten (struiken). Elanden komen in alle noordelijke landen van Europa voor, van ScandinaviŽ tot SiberiŽ. Ze komen ook in Alaska, Canada en in het noorden van de VS voor. Daar leven ze in bosrijke gebieden waar veel meren voorkomen.

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009