header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De haas

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 


h
aas [dierkunde], het geslacht Lepus uit de familie Hazen, waarvan de gewone haas (L. europaeus) in o.a. Nederland en België algemeen is en voorts het grootste deel van Europa (behalve het hoge noorden), vrijwel geheel Afrika en Azië oostwaarts tot China bewoont. De afgrenzing met andere soorten is enigszins onzeker in dit grote gebied.

De haas is een typische loper, met een lenige ruggengraat en lange poten. De dichte, wollige vacht heeft aan de rugzijde de typische wildkleur, de buikzijde is grauwwit; de punten van de lange oorschelpen zijn zwart. Lengte 48,5–69 cm, staart 7–11 cm, gewicht tot 6,5 kg, levensduur 8–12 jaar. De haas verschilt van het konijn o.m. door de grotere afmetingen, de langere oren en langere achterpoten. De haas is vooral een bewoner van open terreinen: cultuurgrond, heide en duinen, en in mindere mate van het loofbos. Hij leeft eenzelvig en houdt zich overdag gewoonlijk schuil in een leger. Het voedsel bestaat uit knollen en sappige kruiden en 's winters ook uit boomschors.  De paartijd (rammeltijd) begint al in dec.–jan.; de rammelaars (mannetjes) voeren dan verwoede gevechten. Jaarlijks zijn er 3–5 worpen van 4–10 jongen, die na een draagtijd van 42 dagen in volkomen staat (met open ogen en ‘hangoren’) ter wereld komen en het leger al na enkele dagen verlaten, wat grote jeugdsterfte tot gevolg heeft. Hazen maken soms verre zwerftochten en zoeken in het najaar hoger gelegen terreinen op.

Nauw aan onze haas verwant zijn de sneeuwhazen, die 's zomers een grijsbruine, 's winters een witte vacht hebben. In noordelijk Eurazië, Ierland, Schotland en de Alpen (boven 1300 m) leeft de alpensneeuwhaas (L. timidus), in Noord-Amerika (L. americanus) en in het noordpoolgebied van Noord-Amerika (Canada) en Groenland de poolhaas (L. arcticus). Daarnaast kent men nog een aantal soorten in Noord-Amerika en in Azië.

De haas is een knaagdier (haasachtigen) dat ongeveer 75 cm lang is. Hij verblijft het liefst in het veld. Hier vindt hij zijn favoriete voedsel en kan hij zich te goed doen aan klaver, bieten en kool. De lange, krachtige achterpoten en de lange smalle oorschelpen zijn kenmerkend voor de haas. Zijn vacht bestaat uit lange bovenharen, die hem tegen kou en natheid beschermen, en warme onderwol, die in de winter bijzonder dik is. De haas rust en slaapt niet, zoals het konijn, in een onderaards hol. In plaats daarvan graaft hij met zijn scherpe klauwen een ondiepe kuil waarin hij kan gaan liggen. Een haas is ook tevreden met een schuilplaats in het dichte struikgewas.

De reukzin en het gehoor van de haas zijn bijzonder goed ontwikkeld. Wanneer hij aan het eten is, gaat hij telkens voor de zekerheid even op zijn achterpoten staan, om te controleren of er geen vijand in aantocht is. Wanneer een vijand hem zonder het te weten nadert, duikt hij direct plat op de grond. Door zijn aardkleurige rug wordt hij op deze manier vaak door roofvogels of jagers over het hoofd gezien. Wanneer hij toch moet vluchten, lukt het hem vaak weg te komen door bliksemsnel zijwaarts te springen. De haas leeft meestal alleen. Alleen gedurende de paringstijd treffen de dieren elkaar op bepaalde plaatsen en strijden ze om de gunst van de vrouwtjes. De mannetjes richten zich dan hoog op en ze slaan met de voorpoten op elkaar in. Het hazenvrouwtje brengt meerdere keren per jaar maximaal 4 jongen ter wereld. Deze worden op een beschut plekje geboren en kunnen bij de geboorte al zien. Ze worden slechts drie weken gezoogd en groeien zeer snel. In de herfst geboren hazen hebben al in maart van het volgende jaar zelf jongen.

De haas wordt bij ons veel gejaagd, alleen zijn snelle vermeerdering en zijn snelheid behoeden hem voor uitsterven.

Wilde konijnen kunnen vanaf het voorjaar tot de herfst ongeveer om de vijf weken vier tot twaalf jongen baren. Deze worden in een met buikwol beklede ruimte ter wereld gebracht. De eerste dagen zijn ze nog blind. De moeder zoogt de jongen tot de volgende worp en laat ze in die periode maar zelden alleen.

Wegens hun voorliefde voor boomschors kunnen konijnen hele aanplantingen vernietigen.

Onze tamme konijnen zijn nakomelingen van de wilde konijnen. Bijzondere gefokte soorten zoals het angorakonijn, hebben een bijzonder zachte en zijdeachtige vacht. Van deze vacht worden hele fijne weefsels gemaakt.

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009