header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De ijsbeer - Ursus Maritimus
(Thalarctos Maritimus)

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Iedereen kent deze 'witte beer' wel. 

Zijn woonplaats situeert zich van de Noordelijke Ijszee tot aan de zuidgrens van het drijfijs. In alle landen waar de ijsbeer voorkomt, zijn programma’s opgesteld om het dier te beschermen. Het bestand van deze beer is na de oorlog drastisch afgenomen tot slechts 5000 exemplaren van deze diersoort. Hun huidige aantal wordt geschat op 40.000 beren. 
Het is dan niet verwonderlijk dat hun toekomst afhangt van de bescherming van het hele arctische gebied.

Geboorte van een ijsbeer

Buiten de paartijd leven de ijsberen solitair. De paring vindt in de zomer plaats. Na een draagtijd van ongeveer 9 maanden brengt het vrouwtje de jongen ter wereld in het hol,  dat ze voor haar winterslaap heeft gemaakt. Het aantal jongen dat ze voortbrengt varieert van één tot vier beertjes. In het begin zijn ze maar zo groot als een kat. Na zes weken steken ze hun snuit al naar buiten, maar ze blijven toch zo'n twee jaar bij hun moeder.
Pas na die twee jaar krijgt de moeder opnieuw jongen.
De beer is in volle lengte zo'n 2m50 lang. De schouderhoogte bedraagt 1m50. Een mannetje weegt al vlug tussen de 400 en 600 kg, een vrouwtje tussen de 300 en 400 kg.

De lichaamsbouw

De ijsbeer heeft een gestroomlijnd lichaam dat smaller is dan een doorsnee beer. In vergelijking met de beer is de nek langer, en de kop kleiner. 
De ijsbeer is verbazend snel, en kan over een korte afstand zelfs sneller lopen dan een rendier.
Onder zijn brede poten zitten kussenvormige zolen, en korte, scherpe nagels. Zijn tenen zijn tot de helft door zwemvliezen (vinnen) verbonden. Zijn dikke pels, en zijn vetlaag, zorgen ervoor dat zwemmen in het ijswater geen probleem is: hij voelt geen kou. Dankzij zijn lichaamsbouw kan hij goed door het water klieven.
Het voortbewegen in het poolwater gebeurt door middel van de voorpoten, de achterpoten dienen als roer.

Eten en slapen

Uit de Poolzee, haalt de ijsbeer zijn voedsel, door bvb. te jagen op vis.
Maar hij lust evengoed zeevogels, poolhazen, rendieren, zeehonden en muskusossen. In de zomer gaat hij wel eens de vegetarische toer op, door bessen en bladeren van toendragewassen te eten.
De ijsbeer is een zoogdier die de donkere poolwinter doorbrengt in een zelfgegraven sneeuwhol voor zijn lange winterslaap. In een hoop opgewaaide sneeuw, in de buurt van de kust, graven ze een lange gang van zo'n 2 à 3 meter. Aan het einde van deze gang maken ze dan een ruimte, met een doorsnede van 1m80. Ze laten de gang rustig dichtsneeuwen, zodat alle sporen zijn uitgewist.

ijsbeer, de diersoort Thalassarctos maritimus van de roofdierfamilie Beren. De ijsbeer is nauw verwant aan de bruine beer en kan daarmee gekruist worden. De ijsbeer is vuilwit; hij bewoont het arctische en subarctische gebied en zwerft over een groot areaal rond, zwemmend van ijsschotsen naar ijsbergen, maar houdt zich ook aan de kust van het vasteland en de eilanden op. De kop is lang en smal, de nek lang en het lichaam (160–250 cm lang, gewicht 300–450 kg, de mannetjes zijn groter en zwaarder dan de vrouwtjes) dicht en lang behaard, evenals de voetzolen; hiermee kunnen zij zich gemakkelijk voortbewegen op gladde bodem. De neus is zwart, oren en staart (8–10 cm) zijn kort. IJsberen zijn de grootste roofdieren van het noordpoolgebied, met de mens als enige vijand; hun prooi bestaat uit zeehonden, vis, zeevogels en kleine knaagdieren, terwijl eveneens aas en 's zomers ook plantaardig materiaal (bessen en kruiden) gegeten worden. De huid wordt gezien als een mooie trofee; het vlees is goed te eten en het onderhuidse vet wordt voor allerlei, o.a. medicinale, doeleinden gebruikt.

Het dier kan door nieuwsgierigheid gevaarlijk voor de mens worden; de jacht is tegenwoordig vrijwel overal verboden, omdat de aantallen schrikbarend terugliepen. Het grote, circumpolaire verspreidingsgebied en de zwerfneigingen maken tellingen van de bestanden zeer moeilijk. Het eind van de jaren tachtig gaf een verheugende toename van de populaties te zien, zodat de soort minder bedreigd is dan tevoren. IJsberen zijn weinig sociaal; hooguit treft men er drie tot vier bijeen, wat meestal een wijfje met grote jongen betreft. Alleen bij grote kadavers als aangespoelde walvisachtigen ziet men soms meer dieren bijeen, evenals bij vuilnisbelten van menselijke nederzettingen. IJsberen kunnen behendig zwemmen en duiken; op vaste grond bewegen zij zich in telgang of galop. Na een draagtijd van ca. acht maanden werpt het wijfje om de 2 à 3 jaar in de winter 1 à 3 ratgrote, hulpeloze jongen die geruime tijd in een zeer beschut sneeuwhol verzorgd worden; levensduur tot 35 jaar. In dierentuinen is de ijsbeer goed te houden; de voortplanting blijft echter een moeizame zaak vanwege de speciale eisen die het moederdier stelt .De ijsbeer is een vertegenwoordiger van de familie van de grote beren Hij leeft in de arctische zeeën. Dit enorme dier, dat wel drie meter groot kan worden, heeft een ruige, crèmekleurige vacht, waaronder zich een dikke vetlaag bevindt. Hierdoor kan hij goed tegen de kou in zijn woongebied.

Ondanks zijn geweldige omvang is de ijsbeer zeer snel. Wanneer hij op een prooi jaagt kan hij een snelheid van wel 40 kilometer per uur bereiken. Dat is sneller dan een rendier. Hij is ook een goede zwemmer, in het water kan hij een snelheid van 10 kilometer per uur bereiken. Men heeft wel eens ijsberen gezien die meer dan 100 kilometer van de kust waren verwijderd. Daar zitten ze op ijsschotsen op de uitkijk naar zeehonden. Ze zwemmen onder water naar ze toe en duiken bliksemsnel voor hen op.

De ijsbeer eet naast zeehonden ook vissen (zalmen), poolhazen en poolvossen. 's Zomers gaat de ijsbeer dikwijls aan land. Daar eet hij in de toendra bladeren, vruchten (bijvoorbeeld blauwe bosbessen) en mossen. IJsberen leven gewoonlijk alleen. De paring vindt in de zomer plaats. In de herfst bouwt het vrouwtje een nest in voor de jongen. Dit bevindt zich meestal op een helling waar de eerste sneeuw valt. Ze maakt haar hol van een dikke laag sneeuw. Hier brengt ze een half jaar later meestal twee, soms wel vier jongen ter wereld. De jongen zijn eerst blind en zo groot als een jong poesje. De eerste twee jaren blijven ze bij de moeder en leren ze zwemmen en jagen.

Gedurende de winter vallen ijsberen niet in een diepe winterslaap. Ze houden slechts een winterrust en worden tussendoor steeds even wakker. Ze verlaten hun hol niet tijdens deze periode. Ze teren tot het einde van de winter op hun 3-4 cm dikke vetlaag.
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009