header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De wilde kat

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

kat [dierkunde], de soort Felis sylvestris, van de roofdierfamilie der Katachtigen. Tot deze soort behoren de zeer wijd verspreide wilde kat, de daarvan afstammende huiskat (vroeger Felis catus; zie ook kattenras) en de weer daarvan af te leiden verwilderde kat. Vroeger werden de Afrikaanse vormen tot een afzonderlijke soort gerekend: de Nubische wilde kat (toen Felis lybica genoemd).

De wilde kat bewoont Midden- en Zuid-Europa inclusief Schotland, grote delen van het aangrenzende Azië en vrijwel geheel Afrika met uitzondering van de woestijn en het dichtste tropisch regenwoud. In dit enorme gebied varieert de wilde kat sterk in grootte, kleur en tekening. Meestal zijn wel enige strepen aanwezig en de voetzolen zijn vrijwel altijd donker van kleur.

De wilde kat, die er in Europa ongeveer als een fors gebouwde Cyperse kat uitziet (lengte 45–70 cm, staart 26–37 cm, gewicht 3–11 kg), is niet altijd gemakkelijk van de huiskat te onderscheiden; bij de wilde vorm eindigt de (dikke) staart stomp en is o.a. de schedelinhoud wat groter; in vele gebieden echter is de wilde vorm verre van zuiver, omdat verwilderde huiskatten zich met echte wilde katten vermengd hebben. Wilde katten zijn eenzelvige dieren, die in Europa vnl. bossen en andere dichte vegetatietypen bewonen, waar zij 's nachts actief zijn en zich voeden met kleine zoogdieren (vooral kleine knaagdieren) en vogels. In vrijwel geheel Europa is dit roofdier eeuwenlang meedogenloos vervolgd vanwege vermeende schade in het jachtveld; in Midden- en Zuid-Europa is de wilde kat nu (zeer) zeldzaam (in België zeer zeldzaam, in Nederland nog steeds niet overtuigend aangetoond); alleen in Schotland komen in de hooglanden nog tamelijk grote aantallen voor. De moeder leert de jongen jagen alvorens ze het revier verlaten moeten. In de meeste landen is het dier nu onder, soms beperkte, bescherming gesteld.

De wilde kat is al ca. 5000 jaar voor onze jaartelling in Klein-Azië gedomesticeerd. Huiskatten verwilderen onder bepaalde omstandigheden zeer snel en kunnen dan vooral in het jachtveld veel schade aan het kleine wild aanrichten; verder hebben talrijke verwilderde katten in landstreken waar zij niet thuishoren (als Australië en Nieuw-Zeeland), onnoemelijk veel schade aangericht aan een niet aan dergelijke roofdieren aangepaste fauna.

Bij de aanschaf van een kat kan men het best een jong dier nemen. Komt het in een gezin waar al één of meer dieren aanwezig zijn, dan moet men het eerst aan zijn nieuwe omgeving laten wennen alvorens het met de andere dieren kennis te laten maken. Het hulpeloze en blinde jong (kitten) van een poes wordt na een gemiddelde draagtijd van negen weken geboren. Ongeveer tien dagen na de geboorte gaan de oogjes open. De eerste drie weken kan de poes zelf voor haar jongen zorgen, maar het is, vooral bij een zeer grrot nest, verstandig daarna voor bijvoeding te zorgen. Hiervoor is in de handel speciale kunstmelk voor jonge poesjes in poedervorm verkrijgbaar. Daarnaast kan men ook al wat fijngesneden rund-, schapen- of kippenvlees geven. De kittens kunnen op een leeftijd van 6–8 weken (bij Oosterse rassen houdt men liever twaalf weken aan) bij de moeder weggehaald worden.

De opgroeiende poes moet men in het begin minimaal viermaal per dag te eten geven, bijv. twee melkmaaltijden en twee vleesmaaltijden. De melkmaaltijd mag een papje zijn en de vleesmaaltijd mag bestaan uit gekookt of rauw vlees. Hiervoor is zeer geschikt rundvlees (hart of kopvlees), schapenvlees of kippenvlees (hart, maag). De opgroeiende poes stelt, voor wat betreft de vitaminen (m.n. vitamine A en D) en de mineralen (vooral calcium en fosfor), hoge eisen, zodat men deze stoffen nog apart moet toevoegen. Ook bij het gebruik van kant en klaar kattenvoer, waarvan de samenstelling meestal alleen geschikt is voor volwassen dieren, is veelal toevoeging van een vitaminen-mineralenmengsel noodzakelijk.

Bij een voorspoedige groei treedt op een leeftijd van ca. zes maanden zowel bij het poesje als bij het katertje geslachtsrijpheid op. De krolsheid van het poesje blijkt uit haar onrustig gedrag, vaak gepaard gaande met luidruchtig miauwen en met pogingen de woning te ontvluchten. Deze krolsheid treedt bij geslachtsrijpe dieren over het algemeen minstens tweemaal per jaar op, maar in sommige gevallen ook veel vaker, tot ca. eenmaal per maand. Ten tijde van de eerste krolsheid mag de poes niet bevrucht worden. Primair moet men trachten contacten tussen de krolse poes en kater(s) te vermijden. Soms is dit moeilijk te verwezenlijken. Dan bieden tabletjes om krolsheid te voorkomen uitkomst. Eerst op een leeftijd van ca. elf maanden kan men een poes laten steriliseren. Het castreren van een kater kan het beste geschieden op een leeftijd van ca. negen maanden.

Een echte binnenkat, die geen gelegenheid heeft om zo nu en dan naar buiten te gaan, dient men een kattenbak ter beschikking te stellen, gevuld met turfmolm of grit, en een bakje waarin men gras heeft gezaaid. Dit laatste eet de kat om zijn maagdarmkanaal door het uitbraken van haarballen te zuiveren. Heeft de kat wel de mogelijkheid om naar buiten te gaan, dan kan men het beste een kattenluikje maken, zodat het dier naar wens in en uit kan lopen. Een krabpaal is nuttig, als men de poten van tafels en stoelen wil sparen. Deze wordt niet gebruikt om de nagels te scherpen, maar is een hulpmiddel om oude nagels kwijt te raken, zodat de nieuwe scherpe punten te voorschijn komen.

Wil men een kat per se een halsbandje omdoen, zorg er dan voor dat zich in deze halsband een stukje elastiek bevindt, zodat, wanneer de poes met zijn halsband aan een tak of iets dergelijks blijft hangen, hij de band kan kwijtraken; dit geldt ook voor de antivlooienhalsbandjes.

Gevreesd is de kattenziekte. De inenting hiertegen kan gelijktijdig met die tegen niesziekte geschieden. De inenting tegen de laatste ziekte dient echter ieder jaar te worden herhaald. De kat kan ook besmet zijn met Toxoplasma gondii, die bij de mens toxoplasmose kan veroorzaken. Een bekende aandoening is het eosinofiele granuloom, veelal gelokaliseerd op de bovenlip, maar ook wel aan de onderlip, de tong, het verhemelte en aan de binnenkant van de wang. Het granuloom ziet er in het begin uit als een rood gezwelletje, maar kan vrij snel groter worden. De behandeling is vaak niet afdoende, maar soms echter is deze zeer succesvol.

Ziekten

Buikvliesontsteking kan ontstaan doordat vreemde voorwerpen in de darm door de darmwand heenprikken. Een bijzondere vorm is FIP (feline infectieuze peritonitis), veroorzaakt door een virus. Deze infectie verloopt dodelijk. Het dier sterft binnen één tot acht weken.

Urinewegaandoeningen kunnen variëren van nierontsteking tot ontsteking van de urineleiders en van de blaas. De chronische nierontsteking komt vooral bij oudere dieren voor. De blaasontsteking is berucht, vooral bij gecastreerde katers. Vaak ziet men kalkafzetting in de blaas, en vooral bij gecastreerde katers waarbij de penisuitgang wat vernauwd is, kan een afsluiting ontstaan, zodat de katers geen urine meer kwijt kunnen. Behandeling door de dierenarts is noodzakelijk.

Een ziekte die men regelmatig aantreft, is de shock, veel voorkomend bij katten die zijn aangereden of die vergiftigd zijn of brandwonden hebben opgelopen. De kat heeft een snelle, oppervlakkige ademhaling, een lage lichaamstemperatuur (de normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 38° en 39°C) en bleke slijmvliezen. Van groot belang is het deze dieren warm te houden en onmiddellijk een dierenarts te waarschuwen.

De meeste tumoren bij de kat treden op na een leeftijd van vijf jaar. Veel voorkomend zijn de melkkliertumoren. Een snelle operatieve verwijdering is meestal de veiligste weg.

Allergische reacties kunnen ontstaan door bepaalde voedingsmiddelen (o.a. sommige zuivelprodukten, vis, vlees van pluimvee en varkensvlees), zich uitend in braken en enkele uren later diarree en soms ademhalingsstoornissen en huidklachten. Ook bekend is de vlooienallergie, waarbij de vacht dun wordt, terwijl de huid vooral op de rug heftig geïrriteerd is. Bij jonge katten kan een hoge graad van besmetting leiden tot bloedarmoede.

De belangrijkste worminfecties worden veroorzaakt door spoelwormen en lintwormen. Bij besmetting door spoelwormen (vooral bij kittens) ziet men deze als ‘elastiekjes’ in de ontlasting, terwijl zij soms ook uitgebraakt worden. Besmetting met de lintworm is herkenbaar aan ‘rijstekorrels’ in de ontlasting. Met ontwormen kan men het best op een leeftijd van ca. drie weken beginnen, en dient men dit ongeveer om de twee maanden te herhalen, tot de poes volwassen is. Daarna is drie- of viermaal per jaar ontwormen voldoende.

Schurft wordt veroorzaakt door een schurftmijt (Notoedres cati). Verschijnselen zijn kaalheid, die meestal aan de top van de oortjes begint en zich verspreidt over de hele kop en soms over het hele lichaam, en heftige jeuk. De oormijt veroorzaakt veelal een oorontsteking. Het dier krabt veel aan het oor, houdt de kop scheef en schudt deze vaak. Beide door mijten veroorzaakte aandoeningen kunnen met medicijnen (acariciden) afdoende bestreden worden.

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009