header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Ringstaartmaki

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Maki's, ook Lemurs of Lemuren, de familie Lemuridae, een familie van de Halfapen van Madagaskar en de nabijgelegen Komoren. De kop heeft een spitse snuit ( ‘vosapen’); de staart is lang en de vacht dicht en wollig. Het gebit omvat 36 elementen; de meeste soorten zijn planten- en/of insecteneters. Vingers en tenen hebben platte nagels, behalve de tweede teen die een klauw draagt. Geurklieren op de onderarmen en bij de anus scheiden stoffen af die als afpaling van het territorium op boomtakken, enz. afgezet worden. Maki's zijn vnl. boombewoners en dagdieren.

De familie omvat 18 soms zeer variabele soorten. De zwarte maki (Lemur macaco) vertoont seksuele dimorfie: het mannetje is zwart of donkerbruin en het vrouwtje is variabel van kleur. Van de gewone maki (L. fulvus) zijn niet minder dan zeven ondersoorten bekend, waarvan de meeste door hun gezichtsmasker gekenmerkt zijn; deze soort is ook bekend van de Komoren. De mongozmaki (L. mongoz) vertoont evenals de zwarte maki seksuele dimorfie in kleurpatroon, hoewel sommige vrouwtjes er als mannetjes kunnen uitzien.

De katta, katmaki of ringstaartmaki (L. catta) is de bekendste vorm. Het dier is goeddeels grijs en wit van kleur met een lange, geringde staart, die in het sociale verkeer een signaalfunctie heeft, en lichte en donkere kopaftekening. Het lichaam is ca. 45 cm lang plus een staart van 55 cm; gewicht 2,5–3,5 kg. Dit dier leeft sociaal in droge bostypen en daarbuiten op Zuid-Madagaskar; het leeft ook ten dele op de grond. Katta's nemen vooral in de vroege morgen graag zittend een zonnebad, waarbij de buik blootgesteld wordt door de armen zijwaarts te spreiden. De draagtijd beloopt 4–41 maand; per keer wordt één jong geboren, maar tweelingen komen vaak voor. Het jong wordt aanvankelijk aan de borst meegedragen, later zit het op de rug. Na 11 tot 21 jaar bereiken de dieren geslachtsrijpheid en in dierentuinen zijn leeftijden tot twintig jaar bereikt. De vari of bonte maki (Varecia variegata) is een van de grootste soorten; deze soort heeft een langharige vacht met een contrastrijk patroon van wit, bruin en zwart, waarbij kraag en oren vrijwel altijd wit zijn. Daarnaast kent men nog een aantal kleinere vormen als de halfmaki's (Hapalemur) en de dwergmaki of muismaki (Microcebus murinus), welke laatste niet veel groter dan een muis is. De halfmaki's worden wel bamboemaki's genoemd in verband met hun voedselspecialisatie. Nog pas in 1987 werd de gouden bamboemaki (H. aureus) ontdekt, welke soort een zeer beperkt gebied bewoont.

Jonge ringstaartmaki's kunnen door willekeurig welk vrouwtje in de groep worden gezoogd. Soms worden ook wezen uit een andere groep geadopteerd. De ringstaartmaki heeft een groot repertoire aan geluiden, waaronder blaffen, snuiven, knorren en brullen. Het mannetje gebruikt zijn staart bij communicatie met mogelijke rivalen als visueel signaal en als "reukstok" waarmee hij zijn eigen geur afgeeft.  Pasgeboren ringstaartmaki's hebben blauwe ogen en krijgen pas later de felgele ogen van de volwassenen.

Door hun beperkte verspreidingsgebied en het kappen van de bossen worden vrijwel alle soorten maki's in hun voortbestaan bedreigd; enkele vormen werden tot voor kort op religieuze gronden beschermd, wat echter met toenemende civilisatie een aflopende zaak blijkt te zijn. Alleen de katta is wijdverspreid over dierentuinen en plant zich daar ook vlot voort; ook de vari zal op die manier wel behouden kunnen worden. Het ontbreken van apen op het al lang geïsoleerde eiland Madagaskar gaf de halfapen de mogelijkheid in vele verschillende richtingen te evolueren, iets wat aldaar in optima forma gedemonstreerd is door de Maki's.
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009