header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Geschiedenis van het paard
'De Mesohippus'

 

Paarden pagina - klik hier

 
De volgende belangrijke ontwikkeling na de Eohippus vond plaats in het Midden-Oligoceen, toen de Mesohippus (zie foto) ontstond, een grotere van van de Eohippus, die ongeveer 45 cm schofthoogte moet hebben gehad. Hij had nog steeds een ronde rug, maar de benen waren in verhouding langer en de teken aan de voorpoten waren verminderd van vier naar drie. Hij had aanzetten van sterkere premolaren of snijtanden, die hem in staat stelden een grotere verscheidenheid aan bladplanten te eten.
De verschillen in de lichaamsbouw kunnen worden gezien als aanpassingen aan een veranderende omgeving. De lichamelijke veranderingen die in de Mesohippus optraden, wijzen op een omgeving waarin het oerwoud geleidelijk plaats maakte voor gebieden met een lage begroeiing van kreupelhout en struiken.
Door het verdwijnen van de vierde teen moest er meer gewicht worden gedragen door de middelste van de drie tenen, wat eveneens op een veranderde bodemgesteldheid wijst.  Door het geleidelijk terugtrekken van het vochtige oerwoudmilieu werd de nog zachte bodem langzaam steviger en beter geschikt voor de nieuwe bouw van de voet.
Het langer worden van de benen moet hebben geleid tot een ruimere gang en daardoor tot een hogere snelheid. De grotere schedel, waarin de ogen meer aan de zijkant stonden, zorgde voor een beter zicht naar opzij.
Al deze factoren wijzen erop dat het verdedigingsmechanisme begon te veranderen en dat de nadruk niet langer op verschuilen, maar op vluchten kwam te liggen. Er zijn geen aanwijzingen dat het gevlekte patroon van de vacht begon te veranderen, maar het is niet ondenkbaar dat de strepen en vlekken verdwenen, nu camouflage minder belangrijk was geworden.
In de tijd tussen het einde van het Oligoceen en het begin van het Laat-Mioceen, een periode van ongeveer vijftien miljoen jaar, gingen de geleidelijke veranderingen in klimaat, bodem en plantengroei door. Het oerwoud maakte plaats voor bosgebied in gematigde luchtstreken en vervolgens voor boomloze vlakten met een harde bodem, waarop een lage begroeiing stond van vezelige, voedingsrijke grassen. Deze veranderingen hadden grote invloed op de evolutie van de dieren, die uiteindelijk tot Equus zou leiden. Ze veroorzaakten lichamelijke aanpassingen waardoor de dieren voedingsstoffen konen verwerken die hen groter en energieker maakten en hen beter in staat stelden voor hun natuurlijke vijanden te vluchten.
Binnen vijf miljoen jaar werd de Mesohippus opgevolgd door Miohippus (zie foto) - met enige overlapping - en vervolgens, in het Vroeg-Mioceen, door Parahippus.
Beide diersoorten waren groter en meer ontwikkeld wat betreft bouw en tanden. De ronde, gebogen rug die kenmerkend was voor de vroegste vormen van het Equus, verdween en deze nieuwe bouw vergrootte in combinatie met de nog langere ledematen de snelheid van het dier.
 

klik door naar de Merychippus >>

 

footer zoogdieren

copyright WorldwideBase 2005-2009