header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De Moeflon

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

moeflon (via Fr. mouflon v. Ital. mufflone), de diersoort Ovis musimon (of – als men alle schapen van Eurazië en Noord-Amerika als één soort beschouwt – Ovis ammon musimon) uit de Geitachtigen. Dit wilde schaap uit de bergbossen van Corsica, Sardinië en Cyprus was tot in het midden van het Pleistoceen verspreid tot in Midden-Europa en leefde in de Romeinse tijd nog in Zuid-Europa in het wild. In de loop van de 19de eeuw werd de moeflon met succes uitgezet o.m. in de Alpen, het Midden-Europese middengebergte en de Balkan en komt daar, tot boven de boomgrens, in de vrije wildbaan voor. In Nederland bevindt zich sinds 1921 een roedel op De Hoge Veluwe en sinds 1958 een kleiner in de Koninklijke Houtvesterijen van Het Loo, waar de dieren goed gedijen.

De moeflon, die ook wel Europees wild schaap wordt genoemd, komt maar op weinig plaatsen voor. In de vrije natuur vindt men deze holhoornige alleen nog maar op Corsica en Sardinië. Daar leeft hij in de rotsachtige gebergten.De mannetjes hebben opvallende horens. Ze hebben een lange, spiraalachtige vorm, de uiteinden zijn naar binnen gebogen. De vrouwtjes hebben slechts kleine korte horens. De huidkleur van de vrouwtjes en de jongen is bruin tot grijs. De mannetjes hebben in de winter grote lichgekleurde vlekken op de rug die 's zomers weer verdwijnen. 's Zomers is de dichte vacht zeer fijn, 's winters groeit er hard, donker haar overheen.

De moeflon is een tamelijk gedrongen, beweeglijk en snel schaap met een kort haarkleed; schouderhoogte 65–85 cm, staart tot 6 cm lang. De rammen, 35–50 kg zwaar, zijn roodbruin met een lichtgekleurd zadel op de rug; de onderzijde, snuit en spiegel zijn wit. De ooien, ca. 10 kg lichter, zijn vaalbruin, 's winters donkerbruin. De rammen dragen zware, ver naar achteren gebogen horens, de ooien zijn gewoonlijk weinig of niet gehoornd. Moeflons leven in roedels onder leiding van een oude ooi. Zij zijn vooral 's nachts actief. Hun voedsel bestaat uit gras en kruiden. De bronsttijd valt in Nederland in de herfst. De draagtijd bedraagt 51 maand; zelden zijn er twee lammeren. In de bronsttijd leveren de rammen onderling forse gevechten. Het geluid is blatend, de waarschuwingsroep een sissend gefluit. De moeflon kan 16–20 jaar oud worden. In het oorspronkelijk verspreidingsgebied is het dier door overbejaging zeldzaam geworden. De moeflon is waarschijnlijk de wilde voorouder van het gedomesticeerde schaap.

Moeflons verlaten hun gebied nauwelijks, zelfs niet wanneer ze bijna geen voedsel meer kunnen vinden. Ze eten vooral vroeg in de ochtend en 's avonds. Dan gaan ze op zoek naar grassen, bloesems en jonge loten. Ze eten zelfs giftige planten zonder dat ze daar schadelijke gevolgen aan ondervinden. Gewoonlijk leven de mannetjes gescheiden van de vrouwtjes en de lammeren. Alleen in de bronsttijd drijven ze een vrouwtje uit de kudde en paren met haar.

In deze tijd ontstaan er dikwijls gevechten tussen rivaliserende mannetjes als een oudere ram een jongere uitdaagt. Na een draagtijd van 5 maanden wordt er een jong geboren. Het lam blijft de eerste tijd in de kude van de moeder totdat het zelf geslachtsrijp is. Dan paart het dier met een dier uit een andere kudde.

Op Cyprus komt een op de moeflon gelijkend schaap voor, de oerial, dat wel samen met de moeflon als twee rassen van dezelfde soort beschouwd wordt.
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009