header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De Noriker

 

Paarden pagina - klik hier

 
De paardenpopulatie in Oostenrijk bestaat voor vijftig procent uit Norikers. Net als zovele oude Europese rassen is ook dit ras onderworpen geweest aan veranderingen en verbeteringen, naarmate de leefomstandigheden zich wijzigden. Toch heeft het vele kruisingen in zich opgenomen zonder zijn eigen karakter te verliezen en na bijna tweeduizend jaar is het nu een ras met een vastgelegd en duidelijk herkenbaar type, dat in grote aantallen voorkomt en veel wordt gebruikt.

Vroegste geschiedenis
De naam Noriker komt van Noricum, een provincie van het Romeinse rijk die grofweg samenvalt met het tegenwoordige Oostenrijk. Er langen veel bergpassen en wegen die van groot belang waren voor het Romeinse rijk, wat een intensief gebruik van zowel trek- als lastpaarden tot gevolg had. In het zuiden grensde Noricum aan het gebied van de Veneten, een volk dat bekend stond om zijn kwaliteiten op het gebied van het paardenfokken en die dat gebied sinds 900 voor Christus bewoonden. In deze gebieden ontwikkelde zich later de Haflinger. Het spreekt vanzelf dat deze twee rassen nauw verwant zijn.

Middeleeuwen
In het begin van de Middeleeuwen had zich een klein zwaar paard ontwikkeld, compact en tredzeker en daarom zeer geschikt voor hard werk in een bergachtig land. De beste werden gefokt in het berggebied Gross Glockner. Ongeveer vanaf 1565 kregen de kloosters, die vaak een grote rol speelden bij het paardenfokken, de fokkerij in handen en werden de eigenschappen van de Noriker gestandaardiseerd en verbeterd. Onder leiding van de aartsbisschop van Salzburg werden een stamboek opgericht, nieuwe stoeterijen gesticht en een rasbeschrijving gemaakt. Door Napolitaans, Bourgondisch en Spaans bloed werd het formaat vergroot en tegen de 18de eeuw kwam een gespikkeld patroon in de vacht naar voren, het resultaat van kruisingen met Spaanse gespikkelde bloedlijnen, vooral in het Pinzgau-district in Oostenrijk.  Dit werd de Pinzgauer-Noriker. Het duurde tot 1903 voor een Pinzgauerstamboek voor deze gespikkelde variant werd geopend, toen er 450 hengsten en meer dan 1.000 merries konden worden ingeschreven.

De moderne Noriker
Tegenwoordig wordt de naam Noriker gebruikt voor de Pinzgauer en vier erkende bloedlijnen : Karinthisch, Steier, Tiroler en Beiers of Zuidduits koudbloed. Er zijn ook aparte kleurlijnen, waaronder gevlekte en getijgerde varianten, appelschimmels met zwarte hoofden, bruinen en allerlei tinten vossen. Norikers moeten bij het fokken beantwoorden aan strenge voorschriften wat hun bouw betreft en worden op hun prestaties getest. Ze staan bekend om hun robuustheid, de degelijkheid waarmee ze hun eigenschappen vererven en hun volgzame karakter. De voorschriften worden streng nageleefd en er zijn keuringen en testen voor zowel hengsten als merries. (foto : kudde grazende Norikers)

 
   

footer zoogdieren

copyright WorldwideBase 2005-2009