header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Spitsmuizen

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Spitsmuizen, de familie Soricidae van de zoogdierorde Insecteneters, omvattend ca. 245 soorten in 22 geslachten verspreid over Eurazië, Afrika, Noord-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika. In Nederland en België komen vijf soorten voor.

Spitsmuizen zijn kleine, oppervlakkig op muizen gelijkende dieren (lichaamslengte 3–18 cm, staart 1–12 cm), met spitse, enigszins slurfachtig verlengde en beweeglijke snuit met lange snorharen. Het gebit heeft puntige kiezen; de ogen en oorschelpen zijn klein. Op de flanken hebben de meeste soorten muskusklieren, die vooral bij de mannetjes goed ontwikkeld zijn. Spitsmuizen worden wel door katten gevangen, maar gewoonlijk niet opgegeten; hun belangrijkste vijanden zijn vogels als uilen. Spitsmuizen zijn felle en gulzige eters, die een hoog energiegebruik hebben (zij houden dan ook geen winterslaap); naast insecten (o.a. bijen) worden kleine reptielen en amfibieën (soms ook kleine visjes), wormen en slakken gegeten, totaal dagelijks meer dan het lichaamsgewicht. De dieren leven maar kort (1 tot hooguit 2 jaar), maar planten zich snel voort (draagtijd 3–4 weken, 2–3 worpen per jaar met 2–10 jongen per keer).

Men onderscheidt drie onderfamilies. Tot de onderfamilie Roodtandspitsmuizen (Soricinae) behoren o.a. de volgende drie soorten, alle in Nederland en België inheems. De dwergspitsmuis (Sorex minutus) is grijsbruin, de bijna driekleurige bosspitsmuis (S. araneus) is goeddeels donker roodbruin; beide soorten zijn in geëigend terrein algemeen en plaatselijk soms talrijk. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is een zeldzamer bewoner van de waterkant, die donker van kleur is met een witte buik; dit dier is een uitstekend zwemmer. Deze soort is de grootste onder de inheemse spitsmuizen: lengte 7,2–9,6 cm plus een staart van 4,7–7,7 cm, gewicht 9–25 g.

Tot de onderfamilie Wittandspitsmuizen (Crocidurinae) behoren o.a. de overige twee in Nederland en België inheemse soorten: de huisspitsmuis (Crocidura russula), ongeveer even groot als de waterspitsmuis en donker grijsbruin; de veel zeldzamere veldspitsmuis (C. leucodon), in Nederland vnl. in het zuiden, is donkergrijs van kleur. De wimperspitsmuis (Suncus etruscus) van Zuid-Europa is het kleinst bekende zoogdier (3,5–5,3 cm plus een staart van 2–3 cm, gewicht 1,3–2,2 g).

De derde onderfamilie wordt gevormd door de Pantserspitsmuizen (Scutisoricinae) van Midden-Afrika, die een versterkte wervelkolom hebben en daardoor goed bestand zijn tegen mechanisch geweld.

De grootste soort is Potamogale velox (lichaamslengte 30–35 cm, staart 25–30 cm), die zich aan riviertjes en heldere beken ophoudt. Het dier heeft een bruine, zilverglanzende, zachte pels met een dichte ondervacht. De beide soorten van het vrij recent ontdekte geslacht Micropotamogale zijn slechts half zo groot; een van deze soorten heeft zwemvliezen.

Otterspitsmuizen, de familie Potamogalidae van de Insecteneters, met slechts drie soorten, die equatoriaal Afrika bewonen. Otterspitsmuizen zijn verwant aan de Tenreks (worden soms als onderfamilie tot deze familie gerekend); zij hebben een lang, lenig lichaam en een lange, stompe snuit. De neusgaten liggen achter een verhoornd schild, waardoor ze bij het duiken worden afgesloten. Sleutelbeenderen ontbreken. De otterspitsmuizen lijken slechts weinig op spitsmuizen; zij lijken in hun gedrag op otters. Bij het zwemmen geschiedt de voortbeweging met de zijdelings afgeplatte staart. Het voedsel (vissen, krabben en kreeften) wordt op het land verorberd. Over de voortplanting is weinig bekend; de draagtijd beloopt waarschijnlijk 7–8 weken en per worp worden 1–4 jongen geboren.
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009