header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De vleermuis - Chiroptera

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. 
Dat vliegen gebeurt dankzij hun vlerken, die niet bestaan uit veren, zoals bij vogels, maar uit huid.

De Latijnse benaming voor vleermuizen is "Chiroptera", oftewel "handvleugelig". Ze worden in twee groepen verdeeld: de Megachiroptera of beter nog de grote handvleugeliggen en de Microchiroptera, oftewel de kleine handvleugelen.

De Megachiroptera worden ook wel eens vliegende honden of kalongs genoemd. De grootste soort heeft een spanwijdte van 1m70 en weegt bijna een kilo. 
Een belangrijk verschil met de Microchiroptera is dat de Megachiroptera geen echolocatie gebruiken. Megachiroptera hebben grote ogen en vinden hun weg in het donker op zicht. 
De meeste soorten leven van fruit, sommige ook van stuifmeel en nectar. Er zijn 166 soorten bekend. Deze vallen allemaal binnen ťťn Familie (Pteropodidae) en hebben ongeveer hetzelfde uiterlijk.
Megachiroptera komen alleen voor in Afrika, AziŽ, AustraliŽ en sommige eilanden van OceaniŽ. 

Van de 925 bekende vleermuissoorten behoren er 759 tot de Microchiroptera. De variatie binnen deze onderorde is ontzettend groot. De Microchiroptera zijn ingedeeld in 17 families, en die bestaan op hun beurt in verschillende soorten. Onmogelijk om ze allemaal te bespreken... De familie van de Vespertilionidae is de grootste familie met 318 soorten. Bijna alle in Europa voorkomende soorten behoren tot deze familie. 
De meeste Microchiroptera zijn insekteneters, maar anderen prefereren stuifmeel en nectar, vissen en kikkers. Je hebt er ook die op muizen, vogels of zelfs andere vleermuizen jagen. Zeer berucht zijn de vampiervleermuizen, bloed drinkende vleermuizen. Deze komen enkel voor in Zuid- en Midden-Amerika.


Enkele soorten bespreken we hieronder...

Nijlroezet Ė Rousettus Aegypticus

De Nijlroezet is een vleermuis, die zich oriŽnteert via echopeling. De dieren zenden een trilling uit, op zeer hoge frequentie, en dankzij de terugkerende trillingen uit de omgeving kunnen ze zich zeer nauwkeurig oriŽnteren. Hierdoor kan de Nijlroezet in volledig duisternis vliegen. Dit is vrij uitzonderlijk, omdat alle fruitetende vleermuizen beroep doen op hun uitstekend ontwikkeld gezichtsvermogen.
De Nijlroezet tref je vooral aan in Afrika en sommige delen van AziŽ. Ze leven in grote klonies samen. De vrouwtjes baren meestal ťťn jong, na een draagtijd van vier maanden.
Het lichaam van de Nijlroezet is tot 13 cm lang. Zijn spanwijdte bedraagt 45cm maximaal.


Egyptische klapneus Ė Rhinopoma microphyllum


Deze vleermuissoort behoort tot de familie van Rhinopomatidae : het dier houdt een korte winterslaap, terend op zijn eigen lichaamsvetten.
Deze vleermuis is ook een koloniedier, en is vooral Ďs nachts aktief. Overdag slaapt ie op beschutte plaatsen, hangend met de kop naar beneden. Hun vleugels slaan ze omheen hun lichaam. Ze houden zich vast dankzij hun achterpoten. Ďs Nachts schiten ze in aktie, op zoek naar voedsel, dat uit verschillende insekten bestaat.
De Egyptische Klapneus kun je vooral terugvinden in Noordelijke en Westelijke delen van Afrika, het Midden-Oosten en slechts enkele Aziatische landen.
Het vrouwtje baart ťťn jong, na een draagtijd van 16 weken. 
Deze vleermuis heeft een lichaam van 7 cm lang. Hij heeft tevens een dunne staart, die veelal even lang is als zijn lichaam.


Vampier - Desmodos Rotundus

Deze vleermuis is ongetwijfeld ťťn van de meest tot de verbeelding sprekende vleesmuissoorten die er bestaat.
Deze nachtaktieve vleermuis voedt zich voornamelijk met het bloed van dieren. Hij benadert zijn 'slachtoffer', niet vliegend, maar lopend over de grond. Met zijn scherpe tanden maakt hij een snee om zo het bloed op te likken. Meestal neemt ie grote zoogdieren.
De vampier komt vooral voor in Midden-Amerika en enkele landen in het noorden van Zuid-Amerika. Hij kan tot 8,5 cm lang worden en heeft een spanwijdte van 17cm.
 

Vleermuizen of (verouderd) Handvleugeligen, de orde Chiroptera van de Zoogdieren, omvattend ca. 950 soorten, over vrijwel de gehele wereld verspreid (o.a. als gevolg van het vliegvermogen). Vleermuizen zijn de enige actief vliegende zoogdieren. Zij bewegen zich fladderend voort met behulp van een vlieghuid, gespannen tussen de extreem verlengde vingers van de voorste ledematen en tussen de binnenste vingers en de flanken van het lichaam; vaak strekt de vlieghuid zich uit tot de achterste ledematen en is ook de staart erin opgenomen. Het staartvlies wordt bij vele soorten aan weerszijden gesteund door het spoorbeen, een verlenging van het hielbeen. De knieŽn buigen naar achteren in plaats van naar voren. Alleen de van een haakvormige klauw voorziene duim is vrij beweeglijk. In rust hangen de dieren ondersteboven aan de voeten met de vleugels om het lichaam geslagen; een enkele keer hangen zij rechtop aan de duimen. De voortbeweging op de grond is onbeholpen; klimmen geschiedt met behulp van de duimen. De neus is vaak voorzien van soms bizarre vlezige aanhangsels; de oorschelpen zijn eveneens ingewikkeld van bouw, veelal met een sterk ontwikkelde tragus (oordeksel), die echter soms afwezig kan zijn.

Vleermuis: skelet

De vleugels van een vleermuis worden gevormd door een vlieghuid die gespannen is tussen de verlengde vingers van de hand en de achterpoten. De hand van de vleermuis vertoont qua structuur grote gelijkenis met de menselijke hand. De duim met klauw zit niet aan de vleugel vast.

De meeste vleermuizen zijn nachtdieren en in mindere mate schemeringsdieren. Zij voeden zich vnl. met vliegende insecten, hoewel talrijke voedselspecialisaties (bloedzuigers, nectardrinkers, visvangers e.a.) bekend zijn. De vruchtenetende soorten hebben een aan hun voedsel aangepast gebit, zijn goeddeels dagdieren en vanwege hun voedselvoorziening aan de tropen gebonden. Het merendeel van de vleermuizen leeft sociaal in gezamenlijk in schuilplaatsen de dag doorslapende en/of overwinterende kolonies (ook kraamkolonies); dat maakt de dieren kwetsbaar voor roofvijanden, parasieten, ziekten, giftige conserveringsmiddelen (restauratie van kerkzolders) en bestrijdingsacties (bloedzuigende soorten kunnen hondsdolheid overbrengen). In Nederland blijkt 90% van de vleermuizen met hondsdolheid besmet te zijn. Van vleermuizen zijn trekbewegingen over grote afstanden bekend (ringonderzoek, vgl. vogels); bij deze dieren die als insecteneters op hogere breedten over lange perioden geen voedsel kunnen verkrijgen, komt ook echte winterslaap voor. Per keer wordt slechts ťťn jong geboren (o.a. soms met vertraagde implantatie [innesteling in de baarmoeder]), dat door de moeder meegedragen wordt. Vleermuizen leven relatief zeer lang (tot meer dan twintig jaar).

Talloze soorten bezitten de mogelijkheid tot echo-oriŽntatie (sonar), wat zowel van belang is voor het vermijden van obstakels bij het vliegen als voor het vangen van prooidieren. De geproduceerde geluiden worden gemoduleerd door de neusaanhangsels. Nieuwe technieken, vooral het gebruik van de bat-detector (kan vleermuizen aan hun ultrasone geluid herkennen) en van mistnetten, hebben aan het licht gebracht dat er in onze streken meer individuen en soorten zijn dan voorheen gedacht werd.

De Vleermuizen worden verdeeld in twee onderorden: de grote vleermuizen (Macrochiroptera) (tropische vruchteneters, dagdieren) en kleine vleermuizen (Microchiroptera) (vnl. kosmopolitische insecteneters, schemerings- en nachtdieren). De grootste kleine vleermuizen zijn overigens groter dan de kleinste grote vleermuizen. In Nederland en BelgiŽ komen achttien soorten voor, die alle in beide landen beschermd zijn; de aantallen zijn recentelijk scherp teruggelopen door een samenspel van ongunstige factoren (insectenbestrijding, verstoring, verdwijnen of bespuiten van roestplaatsen, enz.). Slechts de watervleermuis (Myotis daubentonii) en de dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen nog algemeen voor. Op wereldniveau worden talrijke soorten, vooral kolonievormende eilandbewoners, met uitsterven bedreigd, o.a. door overbejaging; veel tropische vruchtenvleermuizen leveren zeer gezocht vlees. Uitroeiing kan o.a. resulteren in problemen met bloembestuiving en verspreiding van zaden.

Echo-oriŽntatie en prooidetectie

Vleermuizen maken gebruik van geluid om te navigeren en om hun prooi te vangen. Vleermuizen zenden ultrasone piepjes uit die worden teruggekaatst door obstakels die zich op hun weg bevinden. De echo's worden in de hersenen van de vleermuis door verschillende soorten zenuwcellen geÔnterpreteerd, aan de hand waarvan de plaats en enkele fysieke kenmerken van het object kunnen worden bepaald. Zo wordt als het ware een driedimensionale plattegrond gevormd van de omgeving van de vleermuis. Een reflex dempt het geluid dat de vleermuis zelf maakt, zodat deze de zachtere geluiden van zijn prooi op kan vangen. Dit systeem van echo-oriŽntatie komt voor bij de meeste soorten van insectenetende kleine vleermuizen. Opmerkelijk is dat de nachtvlinder een soortgelijk, hoewel minder geavanceerd, systeem gebruikt om 's nachts jagende vleermuizen op te sporen en te ontwijken.

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren, waarvan de voorste ledematen in echte vleugels zijn veranderd. Ze leven in de schemering. Vleermuizen worden onderverdeeld in de onderordes van de grote vleermuizen en de kleine vleermuizen. Het lichaam van de vleermuizen bestaat uit een gedrongen romp, een korte hals een langwerpige kop. Terwijl de romp maar een klein gedeelte van het hele lichaam uitmaakt, zijn de handen sterk vergroot. De vingers van de handen zijn verlengd. Tussen de vingers zit een vlieghuid, hierdoor kan de vleermuis niets met zijn vingers vastpakken. Alleen de duim heeft geen vlieghuid. Hierdoor kan de vleermuis met zijn klauwen klimmen en ergens aanhangen. Er bevinden zich vlieghuiden tussen de poten, de armen, de romp en de staart. Deze vlieghuiden vormen tijdens het vliegen een soort paraplu tussen de gestrekte beenderen van de verlengde voorste ledematen. Hiermee kunnen vleermuizen fladderen. De spanwijdte van de vleugels bedraagt, afhankelijk van de soort, tussen de 20 en de 160 cm.

Vleermuizen kunnen zich op de grond maar zeer moeizaam voortbewegen. Wanneer ze vanaf de grond willen opvliegen, spannen ze eerst hun vlieghuiden uit en springen ze meerdere keren op en neer tot ze tenslotte wegfladderen. Meestal hangen vleermuizen in ruststand aan de klauwen van hun achterpoten aan uitstekende stukjes muur of balken. Ze hangen met de kop naar beneden. De vliegorganen dicht tegen het lichaam opgevouwen. Wanneer ze willen beginnen te vliegen laten ze zich gewoon vallen, ze beginnen dan direct te fladderen. Ze gebruiken de staart als stuur.

Vleermuizen zijn zeer sociale dieren. Verschillende soorten jagen en slapen gemeenschappelijk. Ze voeden zich onder andere met bladeren, vruchten, kevers en vlinders. Enkele soorten in Amerika voeden zich met het bloed van grotere zoogdieren. De vrouwtjes van de vleermuizen baren meestal ťťn jong dat ze in de eerste levensmaanden voortdurend bij zich dragen, zelfs tijdens het vliegen. Onze inheemse soorten houden een winterslaap. Daarvoor zoeken ze een holte, een zolder of een keldergewelf op. Ze gaan aan hun poten hangen en het lichaam geraakt in een toestand van verstijving. Daarbij daalt de temperatuur van hun bloed en ook de frequentie van de ademhaling en de hartslag dalen sterk. Dit geldt alleen voor de kleine vleermuizen omdat grote vleermuizen niet in onze koudere streken voorkomen.

Vleermuizen hebben goed ontwikkelde zintuigen. Ze zijn afhankelijk van de soort verschillend gevormd. Ook wanneer het volledig donker is nemen ze de kleinste obstakels waar. Ze beschikken over een zeer goed geheugen. Als ze aan het fladderen zijn kunnen ze op elk willekeurig moment hun oorspronkelijke startplaats weer terug vinden en ook voor de winterslaap kiezen ze altijd gunstige schuilplaatsen uit.

 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009