header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Het vogelbekdier - Ornithorhynchus anatinus

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Het vogelbekdier, een merkwaardig uitziend zoogdier, heeft de grote van een konijn en een unieke, vogelachtige snavel. Het is een van slechts drie zoogdieren die eieren leggen.  Het vogelbekdier leeft langs langzaam stromende rivieren. Hij graaft zijn hol in de oevers en zoekt in het water zijn voedsel. Hij is weliswaar op dit moment niet bedreigd, maar zou in de toekomst bescherming behoeven wanneer zijn voedselrivieren verder vervuild worden.

Dit is toch wel één van de vreemdste diersoorten die je op aarde kan terugvinden. Dit merkwaardige dier heeft immers wel iets van drie andere bekende dieren: de snavel van een eend, het lijf van een otter en de staart van een bever. 
Een vogelbekdier is vooral terug te vinden in de rivieren van Australië. Hij is zo'n 60 cm lang, weegt zo'n 1 à 2 kilogram en kan tot 17 jaar oud worden. De mannetjes hebben ook nog een gifstekel aan de achterpoten waarmee ze zich tegen rivalen kunnen verdedigen. Voor de mens is dit gif weliswaar niet dodelijk maar wel zeer pijnlijk.

Vogelbekdieren bouwen net als bevers ondiepe holen in de rivieroever. Daar verstoppen ze zich en ze verblijven daar ook als het koud is.

Levensloop van een vogelbekdier

Omdat een vogelbekdier behoort tot de groep van de snaveldieren, wil dit zeggen dat het dier eieren legt, wat toch merkwaardig is voor een zoogdier. Van de 4237 verschillende soorten zoogdieren vormen de miereneter en het vogelbekdier de enige uitzonderingen. Ze leggen eieren zoals een vogel, en eenmaal wanneer de jongen eruit zijn, worden ze gezoogd.

In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje apart: het vrouwtje nestelt zich in een privé-hol, waar ze zal baren en haar jongen zal grootbrengen.
De eieren, die ze legt, mogen niet uitdrogen. Daarom is het belangrijk dat er natte bladeren worden aangebracht, om de eieren mee te bedekken.
Om zich te beschermen tegen eventuele 'rovers', maakt ze verschillende barrières in de tunnel naar haar hol. Ze maakt om elke meter een aardwal, van zo'n 15 cm hoog, die ze stevig aanklopt met de staart. Wanneer er een indringer is, zal ie op de eerste afscheiding stuiten en die proberen te doorbreken, maar na enkele afscheidingen laat ie de moed zakken en druipt dan maar af. Weet dat een tunnel wel 33 meter lang kan zijn!

Een vogelbekdier legt meestal 2 à 3 eieren, die rubberachtig aanvoelen, net zoals bij reptielen. Die worden warm gehouden door het wollige lijf van het vrouwtje. Als de jonkies een dag of 10 rijp zijn, is het tijd om uit het ei te komen. Al die tijd eet de moeder niet en heeft ze de opdracht om het hol vochtig te houden, wat uiteraard niet gemakkelijk is.
Een pasgeboren jong is uiteindelijk niet veel groter dan de nagel van je vinger. De kleintjes beginnen al gauw de melk op te likken, die uit de vacht komt. Een vogelbekdier heeft namelijk geen tepels: de melk komt dus gewoon uit de poriën.
Na 16 weken kunnen ze reeds zwemmen en zelf op zoek gaan naar voedsel. De moeder zal hen echter toch nog zes weken zogen, omdat ook voor deze zwemmers alle begin moeilijk is, om meteen voedsel te vangen.

Woonplaats

Een vogelbekdier woont in holen die hij graaft, in de oevers van rivieren of meren. De tunnels liggen steeds boven de waterspiegel.
Het graven is een merkwaardig fenomeen, daar al zijn poten vliezen hebben, die voorbij zijn tenen reiken waardoor hij onder water trouwens enorm snel vooruit komt. Het lijken wel roeispanen! Uiteraard is dit op het land vrij ongemakkelijk, ware het niet dat hij zijn vliezen kan vouwen onder zijn poten, waardoor bvb. de klauwen vrijkomen om zo te kunnen graven.

Voedsel

Een vogelbekdier is een vraatzuchtig dier. Er zijn weinig andere diersoorten, die zo gulzig zijn. Om dit aan te tonen, moet je jezelf maar eens inbeelden, dat je in één nacht zoveel eten wegwerkt, als je zelf weegt! Hij voedt zich voornamelijk met dierlijk voedsel, waardoor hij één van de best doorvoede diersoorten ter wereld is. Behalve wormen en kikkers, eten deze snaveldieren ook kreeftjes, garnalen, kikkerdril, waterinsekten, waterslakken, ...

Een vogelbekdier gaat op zoek naar zijn prooi, gebruikmakend van zijn neus en snavel. Zijn oren en ogen zijn volledig dicht. Hij vroet meestal op de rivierbodem, gebruikmakend van zijn vreemde snavel. Die lange, merkwaardige 'neus' is bekleed met een zacht, onbehaard, leerachtig vel, waarin vele zenuwuiteinden uitmonden.
Omdat hij geen adem onder water kan halen, moet hij zeer snel zijn met het vroeten. Elke minuut komt ie boven water voor verse lucht. Hij propt zijn prooi in de wangzakken, om alzo geen tijd te verliezen. Boven water gekomen, rust ie dan even, om daarna alles op te eten. Hij heeft geen tanden: om het eten te vermalen, gebruikt ie zijn benige richels in de bek.
Het jagen zelf neemt een uurtje 's morgens en een uurtje 's avonds in beslag. Verder heeft ie dan tijd om te rusten en om zijn vacht proper te houden.

Het vogelbekdier leeft altijd in de buurt van water. Hij bewoont de rivieren van Australië en Tasmanië. Met zijn sterke, van zwemvliezen voorziene voorpoten kan het vogelbekdier zowel zwemmen als graven. Wanneer hij zich aan land begeeft, draait hij deze nuttige ledematen ter bescherming naar binnen en loopt op de rug van zijn voorpoten. Onder het water sluit het vogelbekdier zijn ogen, oren en neusgaten en spoort met zijn brede snavel prooien op.Vrouwtjes en mannetjes komen in augustus en oktober voor de paring bijeen. De hofmakerij heeft plaats in het water, waarbij het paar om elkaar heen cirkelt. Het vrouwtje zoekt gras en bladeren bijeen en draagt het nestmateriaal geklemd onder de staart naar de broedkamer om daar een warm nest te bouwen.

De dieren hebben een bijzonder opvallende snavel. De snavel lijkt veel op die van een eend. De jonge vogelbekdieren hebben eerst nog fijne tanden, later veranderen deze in een hoornachtige kauwplaat.

Het voedsel bestaat onder andere uit mosselen, slakken, en kreeften. De diertjes vinden ze door in de modder te wroeten. Vogelbekdieren eten ongeveer 1 kilo per dag. Hun buit wordt met de harde randen van hun snavel en kauwplaten fijngemaakt.

Het vogelbekdier, een eierleggend zoogdier, komt voor op Tasmanië en in Oost-Australië. Daar leeft hij bij rivieren, vennen en meren. Hij ziet er zeer bizar uit. Toen men 200 jaar geleden het eerste vogelbekdier ontdekte, dacht het Natuurhistorische Museum te Londen eerst dat het een vervalsing was.

De korte poten hebben tenen met grote klauwen waarmee ze kunnen graven. Bij het lopen en het graven kunnen de klauwen van de voorpoten naar achteren worden geklapt. De zwemvliezen van de voorpoten die ze in het water gebruiken, kunnen ook worden teruggetrokken, zodat ze op het land met de klauwen kunnen graven.

In de paartijd graaft het vrouwtje een meer dan 10 meter lange gang die naar een mooi bekleed nest leidt. Daar legt ze twee of drie eieren. Hierna sluit ze de toegang met vochtige plantendelen af. Zo kunnen de eieren niet uitdrogen.

► Het vogelbekdier wordt als één van de meest oorspronkelijke zoogdieren beschouwd. De enige andere zoogdieren die net als hun reptielen-voor-ouders eieren leggen, zijn twee soorten mierenegels.

► Het vogelbekdier kan zijn vorm plotseling veranderen. Zijn lichaam is een krachtige, slanke spiermassa, waardoor hij zich door nauwe engten heen kan wringen en zo makkelijk aan een aanvaller kan ontkomen.

► Het 75 cm lange vogelbekdier heeft zijn vorm aangepast aan zijn leven als zoetwaterroofdier. Hij heeft het lichaam van een otter en de afgeplatte, verbrede staart van een bever. Net als deze beide dieren heeft het vogelbekdier een dichte vacht en zijn de poten van zwemvliezen voorzien.

► Het broeden duurt ongeveer 1-2 weken. Als de jongen uit het ei komen, zijn ze nauwelijks langer dan 1 cm en volkomen hulpeloos. Ze worden de eerste vijf maanden gevoed met een melkachtige substantie die door de borst- en buikklieren van de moeder wordt afgescheiden.

Het vogelbekdier kan een veelheid aan leefomgevingen bewonen. Met zijn dikke vacht kan het in zeer koude bergstromen leven, maar men kan hem eveneens aan de rivieroevers in warme, tropische regenwouden aantreffen. De lichaamstemperatuur van het vogelbekdier is met 32 graden Celsius verbazend laag voor een zoogdier!

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009