header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

De wasbeer

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

Wasberen, de familie Procyonidae van de Roofdieren, omvattend 7 geslachten met ca. 16 soorten, behalve de Aziatische kleine panda verbreid over Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Hier nemen zij de plaats in van de Civetkatten in de Oude Wereld. Wasberen zijn vrij kleine dieren met een opvallend gezichtsmasker en een goed ontwikkelde staart; het gebit is een tamelijk primitief roofdiergebit. Behalve de kleine panda zijn de wasberen carnivoren met vaak een tendentie tot omnivorie (zie omnivoren). De familie omvat naast de hierna vermelde vormen ook de neusberen en rolstaartbeer (alle tezamen de onderfamilie Echte wasberen, Procyoninae, vormend) en de enigszins afwijkende kleine panda (die de onderfamilie Panda's, Ailurinae, vormt).

De systematiek van de onderfamilie Echte wasberen is nog omstreden, vnl. wat betreft het onderscheid op soort- en ondersoortniveau. De krabbenetende wasbeer (Procyon cancrivorus) van Midden- en Zuid-Amerika is slanker gebouwd met langere poten, een kortere pels en een minder dikke (niet geringde) staart dan de gewone wasbeer (P. lotor). Dit grijze dier met een gezichtsmasker bestaand uit een zwart vlekkenpatroon en een zwartwit geringde staart (20–30 cm lang) wordt 45–65 cm lang en tot ca. 10 kg zwaar. De wasbeer bewoont het grootste deel van Noord- en Midden-Amerika noordwaarts tot diep in Canada; het dier is niet kieskeurig wat betreft zijn milieu en wordt vaak aan de rand van de steden en op boerenbedrijven aangetroffen, waar hij zich als alleseter ontpopt. In het voorjaar worden 2–7 jongen geboren na een draagtijd van ongeveer twee maanden; tot in de herfst zijn de jongen van de moeder afhankelijk. Het dier is een betere klimmer dan men op grond van het uiterlijk zou verwachten. De pels is een goedkope maar vrij populaire bontsoort, reden waarom het dier ook in Europa wel gefokt wordt. Ontsnapte exemplaren hebben in Duitsland een verwilderde populatie opgebouwd, die zich o.a. westwaarts verbreidt; in Oost-Nederland worden regelmatig wasberen aangetroffen. Als immigrant is de wasbeer echter lang niet zo schadelijk als de muskusrat. De merkwaardige gewoonte in gevangenschap aangeboden voedsel te gaan ‘wassen’, is wellicht een gevolg van gefrustreerde voedselzoekneigingen. Als huisdier kan de (weinig eisende) wasbeer tot 15 jaar oud worden.

Minder bekende wasberen zijn de Noord- en Midden-Amerikaanse cacomistles (Bassariscus), slank gebouwde dieren met een geringde staart, en de olingo's (Bassaricyon), op rolstaartberen gelijkende boombewoners van Midden- en Zuid-Amerika.

De wasbeer, die tot de kleine beren behoort, komt vooral voor in Midden- en Noord-Amerika. Daar leeft hij in de bossen en in moerasachtige gebieden, vaak aan de rand van meren en andere wateren. De wasbeer wordt ongeveer 60 cm groot en heeft een 25 cm lange, volle staart. Zijn vacht is dicht en is grijs gemęleerd, de grijze kleur wordt naar de staart toe met zwarte ringen afgewisseld. De wasbeer is gemakkelijk te herkennen aan het donkere "masker" op zijn overigens lichte kop en aan de spitse snuit. De wasbeer heeft fijne, lange vingers aan zijn voorpoten waarmee hij zijn voedsel kan vasthouden. Zijn voedsel bestaat uit knaagdieren, eieren, vruchten, zaden enzovoort. Zelfs in de meest afgelegen schuilplaatsen spoort hij nog zijn prooi op.

Na de paring duurt het nog ongeveer 60 tot 65 dagen voordat er drie tot vijf jongen worden geboren. Deze zijn de eerste drie weken blind. Al na twee maanden ziet men de jongen samen met de moeder door de bossen zwerven. De jongen blijven tot de herfst bij de moeder.

► Wasberen zitten bijzonder graag aan rivieroevers, daar vangen ze kreeften, kikkers en vissen. Ze houden het voedsel tussen de voorpoten en ze wassen het met water. Vandaar ook de naam “wasbeer".
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009