header zoogdieren


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Het wild zwijn of everzwijn
 

 

Zoogdierenpagina klik hier >>>

 

wild zwijn, ook ever of everzwijn, naam voor de soort Sus scrofa uit de familie Varkens van de Oude Wereld en in het algemeen ook de naam voor elke niet-gedomesticeerde soort uit deze familie. Het wilde zwijn is het Euraziatische wilde varken, de stamvader van het huisvarken of varken. Het bewoont een enorm gebied: van West-Europa (maar is uitgeroeid op de Britse eilanden en in ScandinaviŽ) oostwaarts tot diep in AziŽ (Oost-SiberiŽ, Japan en Java) en zuidwaarts tot in Noord-Afrika (o.a. in Egypte uitgeroeid), het noordelijk Arabisch schiereiland en India. Over dit gebied varieert het dier zeer in grootte. Midden- en Oost-Aziatische vormen worden zeer groot, eilandbewoners van Sumatera en Java zijn relatief klein. Het Midden-Europese wilde zwijn heeft een lengte van 100Ė150 cm, een schouderhoogte van 70Ė115 cm en weegt 35Ė185 kg (mannetjes zijn groter en zwaarder dan zeugen); de staart is 15Ė25 cm lang. De huid is met zwarte borstels bezet; bij gesloten bek zijn vooral bij de mannelijke dieren (beren) de slagtanden zeer opvallend. In Nederland was de soort aanvankelijk uitgestorven/uitgeroeid; het wilde zwijn werd later weer ingevoerd en is ook spontaan geÔmmigreerd vanuit Duitsland; het komt nu vnl. op de Veluwe voor. In BelgiŽ is het vnl. geconcentreerd in de Ardennen. Het wilde zwijn bewoont in kleine troepen ( Ďrottení) loof- en gemengde bossen, waar zij als omnivoren optreden (voedsel: wortels, knollen, eikels, kastanjes, insecten en andere lagere dieren; voorts amfibieŽn, reptielen, kleine knaagdieren, enz.). Terwijl zij zich in het bos veelal nuttig gedragen door het omwoelen van de bodem, het wegvangen van schadelijke dieren, enz., kunnen zij grote schade in akkers aanrichten. Het feit dat dit dier tot het meest gezochte jachtwild (trofee, vlees) behoort, is ervoor verantwoordelijk dat het niet over grotere gebieden dan tot op heden uitgeroeid is. In een aantal landen is het wilde zwijn als jachtwild ingevoerd (o.a. Noord-Amerika en ArgentiniŽ) of opnieuw uit verwilderde huisvarkens ontstaan (o.a. AustraliŽ). Bij gebrek aan natuurlijke vijanden of bij een lage jachtdruk kan het dier zich zeer snel uitbreiden. De bronsttijd (beertijd) valt in de late herfst; hierbij leveren de beren verwoede gevechten. Tegen ernstige schade van de slagtanden (houwers; tot 25 cm lange hoektanden in de onderkaak) zijn zij in die periode beschermd door een onderhuids schild van hard bindweefsel en vet op schouders en voorste deel van de flanken. Per worp worden 3Ė7 jongen geboren, die ongeveer een half jaar lang hun in de lengte gestreepte jeugdkleed behouden; de draagtijd beloopt 110Ė120 dagen en de maximale leeftijd 30 jaar of meer. De troepen bestaan uit zeugen (baggen) met biggen en overjarige jongen; in de winter voegen volwassen mannetjes zich bij deze rotten. Oude beren (keilers) leven gewoonlijk solitair. Wilde zwijnen stellen weinig ecologische eisen; baden in modderpoelen echter is voor de huidverzorging wel noodzakelijk.

In Zuidoost-AziŽ komen, ten dele samen met het wilde zwijn, nog twee andere soorten voor. Dit zijn het (kroes)baardzwijn (S. barbatus), voorkomend van Malakka tot Java, Borneo en de Filippijnen en gekenmerkt door zeer opvallende bakkebaarden, en het Javaanse wilde zwijn (S. verrucosus) van Java, Sulawesi, de Molukken en de Filippijnen, gekenmerkt door drie paar lijsten en knobbels op de kop, die enigszins aan die van het wrattenzwijn doen denken. Een aantal eilandpopulaties van de twee laatste soorten is in de jaren tachtig sterk in aantal afgenomen.

Het wilde zwijn is een sterk en krachtig dier, dat tot 1,5 meter lang kan worden. Hij kan 350 kilo zwaar worden. Hij komt in grote delen van Europa, AziŽ en Noord-Afrika voor. Qua uiterlijk lijkt het wilde zwijn veel op ons huisvarken, het borstelige vel is echter bruin tot zwart van kleur. De jongen, die men frislingen noemt, hebben een roodachtige huid met geelachtige strepen. Deze lopen van voor naar achter over de rug. De hoektanden van de mannetjes, zij worden ook wel evers genoemd, hebben zich ontwikkeld tot grote slagtanden.

Wilde zwijnen leven alleen of in groepen (rotten) van maximaal 20 dieren. Daarbij zijn de evers en zeugen (vrouwelijk wild zwijn) van elkaar gescheiden, ze leven wel in elkaars nabijheid. Vooral 's nachts en vroeg in de ochtend gaan ze op zoek naar voedsel. Ze wroeten ze in de grond en proberen zo knollen en wortels op te speuren. Ze eten daarnaast noten, insectenlarven en aas.

In Europa paren de wilde zwijnen in de winter. In het voorjaar worden dan, na een draagtijd van 115 dagen, maximaal 10 frislingen geboren.

Wanneer een wild zwijn wordt opgeschrikt kan hij flink tekeer gaan. Soms reageert hij zeer agressief en gebruikt zijn sterke slagtanden in de strijd.
 

 
   

footer zoogdieren

© copyright WorldwideBase 2005-2009