Albert Lortzing
 

 
   


 



Lortzing, (Gustav) Albert

(Berlijn 1801 - Berlijn 1851)

Duits componist. Lortzing, vrijwel autodidact, kan beschouwd worden als de belangrijkste Duitse operacomponist uit de eerste helft van de 19e eeuw. Zijn vader was reizend toneelspeler, en de kleine Albert speelde en zong reeds vroeg mee. In begeleidende orkestjes musiceerde hij op fluit, viool, cello en bas. Op 23-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste kleine opera, en maakte vanaf toen geleidelijk aan carrière: in 1826 werd hij speler aan het hoftheater in Detmold, in 1833 in Leipzig en in 1844 theaterkapelmeester in Leipzig; daarna had hij een vrij leven als gevierd kapelmeester, waarbij hij o.a. regelmatig in Wenen optrad. Ten slotte kwam hij in Berlijn terecht, waar hij in armoede stierf.

Het belang van Lortzing ligt in het grote aantal lichtvoetige, speelse opera's, zgn. Spieloper, die vooral in Duitsland zeer geliefd waren. Tot de bekendste behoren Zar und Zimmermann (1837), lange tijd een van de meest gespeelde opera's, Der Wildschütz (1842), Der Waffenschmied (1846) en het meer serieuze Undine (1845).