Andreas Romberg
 

 
   


 



Romberg, Andreas Jakob

(Vechta 1767 - Gotha 1821)

Duits violist en componist. Romberg, zoon van de klarinettist en dirigent Gerhard Heinrich Romberg (MŁnster 1745-1819), maakte met zijn neef Bernhard Heinrich Romberg uitgebreide concertreizen door Duitsland, Nederland, ItaliŽ en Frankrijk. In 1800 ging hij naar Parijs, waar zijn opera Don Mendoza ou Le tuteur portugais in 1801 zo slecht ontvangen werd dat hij weer naar Duitsland terugging. Hij vestigde zich in Hamburg en werd ten slotte - als opvolger van Louis Spohr - hofkapelmeester te Gotha. De universiteit van Kiel verleende hem in 1809 een eredoctoraat in de wijsbegeerte.

Romberg had met verscheidene andere opera's wel groot succes: Der Rabe (1794), Die Ruinen von Paluzzi (1811) en Die Grossmuth des Scipio (1818). Zijn bekendste werk is Das Lied von der Glocke voor koor en orkest (1808). Andere grote koorwerken met orkest (veelal op tekst van Schiller) kan men het best omschrijven als `balladen' voor zangstem en orkest. Hij schreef voorts 4 symfonieŽn, 3 vioolconcerten en veel kamermuziek met viool.