Anton Reicha
 

 
   


 



Reicha, Anton

(ook: Antonín of Antoine; Praag 1770 - Parijs 1836)

Tsjechisch-Frans componist en muziektheoreticus. Reicha studeerde bij zijn oom Joseph Reicha (1746-1795) en volgde deze naar Bonn, waar hij dirigent van het keurvorstelijk orkest werd. Hier leerde hij Beethoven kennen, die in het orkest altist was. Van 1794 tot 1802 werkte hij in Hamburg, daarna in Wenen. Hij nam les bij Michael Haydn. In 1809 ging hij naar Parijs, waar hij in toenemende mate succes had en in 1818 werd benoemd tot leraar aan het conservatorium. Tot zijn leerlingen behoorden Liszt, Franck, Berlioz en Gounod.

Reicha componeerde vooral veel kamermuziek, waarvan de werken met blazers speciaal de aandacht verdienen (o.a. 24 blaaskwintetten). Verder schreef hij opera's en twee symfonieën, en een aantal zeer lezenswaardige muziektheoretische geschriften: Traité de mélodie (1814), Traité de haute composition musicale (2 dln., 1824-1826) en l'Art du compositeur dramatique (4 dln. 1833).