Carl Nielsen
 

 
   



 



Nielsen, Carl (August)

(Nørre Lyndelse 1865 - Kopenhagen 1931)

Deens componist, violist en dirigent. Nielsen kreeg zijn eerste onderricht van zijn vader, die dorpsmuzikant was. In 1884 ging hij naar het conservatorium van Kopenhagen, waar Niels Gade tot zijn leraren behoorde. Van 1886 tot 1905 was hij violist in het hoforkest, waar hij in 1908 Johan Svendsen als dirigent opvolgde. Van 1915 tot 1927 dirigeerde hij de Musikforeningen en in 1915 werd hij tevens benoemd tot leraar aan het conservatorium. Algemeen wordt Nielsen als de belangrijkste Deense componist beschouwd. Hij ontwikkelde zich volkomen onafhankelijk van iedere richting en kwam tot een hoogst persoonlijke stijl in een onvervreemdbare eigen klanktaal, die in zijn laatste periode tot aan de polytonaliteit reikte. Hij componeerde twee opera's (Saul en David , 1902, en Maskerade , 1905), orkestwerken, waaronder zes symfonieën (o.a. De vier temperamenten , nr. 2, 1902, Sinfonia espansiva , nr. 3, 1911), de ouverture Helios (1903), Saga-drøm (1908), en concerten voor viool (1911), fluit (1926) en klarinet (1928), kamermuziek (o.a. vier strijkkwartetten, 1888-1906, en een blaaskwintet, 1922), koorwerken, pianomuziek, het orgelwerk Commotio (1931) en ongeveer 250 liederen. Hoewel Nielsen geen directe navolgers had, hebben zijn werk en zijn faam een ongekend stimulerende invloed gehad op het Deense muziekleven.