Ernst Krenek
 

 
   



 



Krenek, Ernst

(Wenen 1900 - Palm Springs, Californië, 1991)

Oostenrijks-Amerikaans componist. Krenek studeerde in Wenen aan de universiteit en aan de Akademie für Musik; later nog bij Schreker aan de Musikhochschule in Berlijn. Hier trok hij al spoedig de aandacht door zijn gedurfde muziek en behaalde hij zijn eerste succes met de jazzopera Jonny spielt auf (1926). In 1928 ging hij terug naar Wenen, waar hij onder invloed van Schönberg twaalftoonmuziek schreef, en in 1937 week hij uit naar de Verenigde Staten, waar hij aan verschillende universiteiten doceerde. Na de Tweede Wereldoorlog reisde hij menigmaal naar Europa, voornamelijk om cursussen over twaalftoonmuziek en elektronische muziek te geven.

Krenek was een uitermate productief componist, die zich met alle mogelijke stijlen en technieken heeft beziggehouden: van late Romantiek tot modern-constructivisme, van impressionisme tot jazz, van streng-vocaal tot elektronisch. Tot zijn vele opera's behoren verder: Der Diktator (1926), Tarquin (1950), Dark waters (1951), The bell tower (1957) en Das kommt davon oder Wenn Sardakai auf Reise geht (1970). Daarnaast schreef hij balletten, toneelmuziek, elektronische muziek (waaronder het vermaarde pinksteroratorium Spiritus intelligentiae sanctus , 1956), vele orkestwerken (waaronder pianoconcerten, vioolconcerten, celloconcerten, orgelconcerten en een harpconcert), koormuziek (waaronder de indrukwekkende Lamentatio Jeremiae Prophetae , 1942), pianomuziek en kamermuziek.

Ook was hij een uiterst vruchtbaar schrijver over muziekhistorische en/of -theoretische onderwerpen: o.a. een biografie van Mahler (1941), Studies in Counterpoint , (1940; Duits: Zwölfton-Kontrapunkt-Studien , 1952) en Über neue Musik (1937; Engels: Music here and now , 1939).