Giacomo Puccini
 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment



 


Puccini, Giacomo (Domenico Michele Secondo Maria)

(Lucca 1858 - Brussel 1924)

Italiaans componist. Puccini, wiens vader, grootvader en overgrootvader kerkmusicus waren geweest, was achtereenvolgens koorknaap en organist; zijn allereerste composities waren orgelimprovisaties. Op zijn 18e jaar deed een opvoering van Verdi's Aida hem besluiten om operacomponist te worden. Gesteund door een beurs van koningin Margherita verwisselde hij in 1880 de muziekschool van Lucca voor het conservatorium van Milaan. Hier werd o.a. de operacomponist Ponchielli zijn leraar. Zijn conservatoriumperiode sloot hij af met een orkestwerk, het Capriccio sinfonico (1883). In 1884 werd door bemiddeling van o.a. de invloedrijke muziekuitgever Ricordi Puccini's eerste opera, Le vili , in de Scala te Milaan opgevoerd. In 1889 volgde Edgar. Veruit het belangrijkste werk uit zijn beginperiode is Manon Lescaut (1893). Aan deze opera werkte Puccini voor het eerst samen met Giuseppe Giacosa (1847-1906) en Luigi Illica (1857-1919), twee tekstdichters die ook een belangrijke rol speelden bij de totstandkoming van het drietal werken die als het hoogtepunt van Puccini's oeuvre worden beschouwd: La Bohème (1896). Tosca (1900) en Madama Butterfly (1904). La Bohème is geïnspireerd op het kunstenaarsmilieu waarin Puccini verkeerde na zijn vestiging in Torre del Lago (Toscane). In het gegeven van Madama Butterfly , dat Puccini in Londen als toneelstuk zag (geschreven door de Amerikaan David Belasco, 1853-1931), trok hem het exotische milieu aan (Japan). Kan men La Bohème, Madama Butterfly en ook Manon Lescaut als romantische opera's beschouwen, met Tosca bewoog Puccini zich meer op het terrein van het zgn. verisme, een kunstrichting uit die tijd die een onverbloemde schildering van de realiteit voorstond. La fanciulla del West (1910) is een mengeling van realisme en cowboyromantiek. Na La rondine (1917), een soort operette, schreef Puccini drie eenakters, samen Il trittico (Drieluik; 1918) geheten: het tragische Il tabarro , het sentimentele Suor Angelica (over een non) en Gianni Schicchi, zijn enige - en zeer geslaagde - komische opera. Zijn laatste opera, Turandot , naar een sprookjesgegeven, werd voltooid door Franco Alfano.

Puccini was al snel internationaal bij het publiek geliefd, maar ondervond in toenemende mate kritiek van de (Italiaanse) pers. Inderdaad zijn Puccini's gegevens naar mentaliteit zeer `19e-eeuws', zijn muziek echter - ofschoon verre van baanbrekend en melodisch geheel op Italiaanse operaleest geschoeid - toont duidelijk dat Puccini openstond voor vernieuwingen, getuige de invloeden van Wagners Tristan-stijl, van Debussy (impressionisme), Stravinsky en, in Turandot, zelfs van Schönberg.