Johann Rist
 

 
   


 


Rist, Johann

(Ottensen, bij Hamburg, 1607 - Wedel 1667)

Duits dichter, theoloog en componist. Rist studeerde theologie en muziek aan de universiteit van Rinteln, en was van 1635 tot aan zijn dood predikant te Wedel. Als dichter bekend en geŽerd, werd hij in 1645 door keizer Ferdinand III tot dichter gekroond en in 1653 in de adelstand verheven. In zijn poŽzie was Rist een belangrijk vertegenwoordiger van de vroege barok in Noord-Duitsland, en te beschouwen als een leerling van Karl Ludwig Opitz. Het merendeel van zijn poŽtisch werk was voor gebruik in de protestantse eredienst bestemd. Bij een groot aantal van zijn gedichten (`gezangen', kerkliederen) componeerde hij zelf melodieŽn. Vele daarvan zijn tot op heden geliefd gebleven, zoals O Ewigkeit, du Donnerwort, Werde munter, meine GemŁte, O traurigkeit, o Herzeleid! . Verder schreef hij Himmlische Lieder mit Melodeyen (1643), Sabbathische Seelenlust (1651), Neuer TeŁtscher Parnass (1652) en treurspelen, zoals Perseus (1634).