Max Reger
 

 
   



 



Reger, Max

(voluit: Johann Baptist Joseph Maximilian; Brand, Beieren, 1873 - Leipzig 1916)

Duits componist, organist, pianist en dirigent. Reger kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn ouders (piano, orgel, viool en violoncello). Op elfjarige leeftijd kwam hij in de leer bij Adalbert Lindner. Deze bracht hem in contact met de grote muziektheoreticus Hugo Riemann, onder wiens leiding Reger verder studeerde, o.a. aan het conservatorium van Wiesbaden. Om gezondheidsredenen keerde hij in 1898 naar zijn ouderlijk huis terug, waar hij zich gedurende drie jaar uitsluitend met componeren bezighield (kamermuziek, pianomuziek, liederen, orgelwerken). In 1901 verhuisde de familie naar München. Voor Reger betekende dit de eerste confrontatie met het openbare muziekleven, die zeker in het begin niet gemakkelijk uitviel. München was in de ban van de programmamuziek en men vond er de muziek van Reger, die zich ver van deze richting hield, conservatief. Door onvermoeibare inzet voor zijn eigen werk, groeide echter het aantal aanhangers gestadig. Aan de Akademie der Tonkunst was Reger enige tijd verbonden als compositie- en orgelleraar. In 1907 aanvaardde hij een benoeming als compositieleraar aan het conservatorium van Leipzig. Erkenning zette verder door: de universiteit van Jena en Berlijn verleenden hem eredoctoraten, en in 1910 werd in Dortmund het eerste `Max Reger-Fest' georganiseerd.

In 1911 werd Reger aangesteld als dirigent van de hofkapel in Meiningen, die zich onder zijn leiding tot de beste en meest gevraagde orkesten van Duitsland ontwikkelde. Met het reeds in München begonnen jachtige bestaan van concertreizen naar alle hoeken van Duitsland diende Reger in 1914 te stoppen als gevolg van een zenuwverlamming. Hij trok zich terug in Jena (1915), maar hervatte van daaruit zijn tournees. Ook begon hij weer met lesgeven in Leipzig, waar hij in 1916 overleed.

Reger behoort tot de rond 1900 zeer schaarse componisten van zgn. `absolute muziek' en kan worden beschouwd als een voortzetter van de klassieke lijn van zijn voorbeelden Beethoven en Brahms, waarbij hij in zijn voorliefde voor ingewikkeld contrapunt op J.S. Bach teruggaat. Geheel eigentijds is Reger in zijn harmoniek, die hij, uitgaande van de chromatische stijl van Wagner, tot aan de uiterste grenzen van de tonaliteit voert. Regers muziek is buiten Duitsland betrekkelijk weinig verbreid. Naast enige orgelwerken, zijn nog het meest algemeen bekend geworden orkestwerken als de Hiller-variaties op. 100 (1907), de Mozart-variaties op. 132 (1914), de Böcklin-suite op. 128 (1913) en Eine Ballettsuite , waarin de componist minder zwaarwichtig is dan in de meeste van zijn composities.
Reger had talloze leerlingen, en beïnvloedde o.a. Paul Hindemith.