Tafeltennis

 
   


Atletiek
Autosport
Badminton
Basket
Bergsport
Boksen
Boogschieten
Cricket
Duiken
Duivensport
Football
Gewichtheffen
Golf
Handbal
Hengelsport
Honkbal
Hockey
Ijshockey
Jacht
Jiujitsu
Judo
Kanosport

Karate

Korfbal
Motorsport
Olympische Spelen
Paardensport
Roeisport
Rugby
Schaatssport
Schermen
Skisport

Snooker
Surfing
Tafeltennis
Tennis
Turnen
Voetbal
Volleybal
Waterpolo
Waterskisport
Wielrennen
Worstelen
Zeilsport
Zwemmen

Tafeltennis (Eng.: table tennis of ping pong), een in de 19de eeuw ontworpen en na de Eerste Wereldoorlog als internationale wedstrijdsport tot ontwikkeling gekomen zaalsport, die qua spelidee nauw verwant is met tennis. Tafeltennis onderscheidt zich van tennis, behalve qua materiaal, vooral door de in zeer hoog tempo verlopende slagenwisselingen en door het verbod te volleren: men mag de bal pas retourneren nadat hij één maal op de eigen speelhelft heeft gestuit. Tafeltennis wordt gespeeld op een rechthoekige tafel waarvan het oppervlak 76 cm boven de vloer moet liggen. De lengte bedraagt 274 cm en de breedte 152,5 cm. Het oppervlak is gelijkmatig donker en mat gekleurd, en moet een zodanige veerkracht bezitten dat een tafeltennisbal die een vrije val maakt vanaf 30 cm hoogte, opspringt tot ongeveer 23 cm. Het speelvlak wordt door een net, dat 15,25 cm hoog dient te zijn, in twee even grote velden verdeeld. De bal dient zuiver rond te zijn, wit, geel of oranje van kleur en van celluloid of een gelijksoortig plastic vervaardigd. Het gewicht moet 2,5 g bedragen, de diameter 38 mm.

Het ‘slaghout’ waarmee de bal wordt geslagen, heet ‘bat’ (Eng.) en minimaal 85% van het frame moet van hout vervaardigd zijn. Aanvankelijk gebruikte men hoofdzakelijk geheel houten bats, tegenwoordig zijn de bats voorzien van een rubberbekleding, waardoor het gemakkelijker is de bal met effect te spelen. Sedert 1959 mag geen andere bekleding worden gebruikt dan een laag nopjesrubber van ten hoogste 2 mm (nopjes naar buiten), eventueel aangebracht op een laag sandwichrubber – in het laatste geval mogen de nopjes naar buiten of naar binnen gekeerd zijn en is de toegestane gezamenlijke dikte van de bekleding 4 mm.
De beginslag of service (ook ‘opslag’) is streng gereglementeerd. De vrije hand moet open, vlak en horizontaal worden gehouden, de vingers gestrekt en aaneengesloten, de duim los daarvan en eveneens gestrekt in hetzelfde horizontale vlak als de vingers en de handpalm, de bal rustende op het midden van de handpalm. De serveerder moet de bal met de vrije hand bijna loodrecht omhoogwerpen (minimaal 16 cm). Na het op de juiste wijze opgooien van de bal wordt deze met het bat geslagen, zodanig dat hij eerst het eigen speelvlak en daarna dat van de tegenstander raakt zonder met het net in aanraking te komen. Op het ogenblik dat bij de beginslag het bat met de bal in aanraking komt, moet de bal zich buiten het speelvlak bevinden, dus achter de eindlijnen of de denkbeeldige verlenging hiervan. Elk van de spelers poogt de bal zodanig in het speelvlak van de tegenstander te plaatsen dat deze niet in staat is de bal correct te retourneren. Voor elke gewonnen slag wordt een punt toegekend. Hij die het eerst 21 punten heeft behaald, wint een game. Hebben beide spelers 20 punten bereikt, dan wordt er doorgespeeld tot een van hen twee punten op de ander voor staat. Een wedstrijd gaat hetzij om drie gewonnen games ( ‘best of five’), hetzij om twee ( ‘best of three’). Na elk vijftal punten wordt van service gewisseld. Bij de stand 20–20 wordt beurtelings geserveerd tot de beslissing gevallen is.

Bij een dubbelspel moeten de partners om de beurt slaan (dit in tegenstelling tot het tennisspel).
Het lichaam dat het internationale wedstrijdwezen regelt, is de International Table Tennis Federation (ITTF), die in 1926 werd opgericht. Hierbij zijn de in 1935 opgerichte Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB) en de in 1931 opgerichte (sinds 1978 naar taalgebied ingedeelde) Koninklijke Belgische Tafeltennis Bond (KBTB) aangesloten. Succesvolle Nederlandse tafeltennisspeelsters waren Bettine Vriesekoop en Mirjam Kloppenburg. Beiden wonnen een keer een Europees top-12-toernooi (resp. in 1985 en 1991). In België is Jean-Michel Saive bekend.