Leguanen

 

Reptielenpagina klik hier

 

Leguanen, de familie Iguanidae van de Hagedisachtigen, met ca. 700 soorten in Noord- en Zuid-Amerika, op Madagaskar, de Tonga-eilanden en de Fiji.

Leguanen lijken uiterlijk zeer sterk op de in Zuid-Europa, AziŽ, Afrika en AustraliŽ voorkomende Agamen en zijn daarvan slechts door de plaatsing van de tanden te onderscheiden. Ten gevolge van aanpassing aan een gelijksoortige omgeving ontstonden vele parallelle vormen (convergentie): de basilisken (Basilicus; leguanen) uit tropisch Amerika lijken sterk op de eveneens langs het water levende waterleguaan (Hydrosaurus amboinensis; een agame) uit Oost-IndonesiŽ en de padhagedissen (Phrynosoma; leguanen) uit het zuidwesten van de Verenigde Staten lijken sterk op de Australische bergduivel (Moloch horridus; een agame), de laatste beide mierenetende bewoners van droge gebieden.

Uniek onder de Hagedisachtigen is de levenswijze van de zeeleguaan (Amblyrhynchus cristatus) van de GalŠpagoseilanden; deze bijt onder water zeewier van de rotsen. Met 150 tot 200 soorten is Anolis het grootste geslacht van de familie. Het zijn vnl. boombewoners, die vooral in het Caribische gebied zeer talrijk zijn. Zij klimmen zeer goed door het bezit van zowel klauwtjes als hechtlamellen onder hun tenen, een kenmerk dat verder slechts bij gekko's voorkomt. De mannetjes bezitten een vaak fel gekleurde, tot een schijf uitspreidbare keelwam, die als signaal dienst doet.

In terraria wordt de groene leguaan (Iguana iguana) uit tropisch Amerika gehouden. Deze tot 1, 80 m lange boombewoner is een planteneter, die zich door zijn staart als zweep te gebruiken kan verdedigen. Van de als terrariumdieren gehouden Anolis-soorten wordt A. carolinensis uit het zuidoosten van de Verenigde Staten het meest ingevoerd. Omdat het dier zijn kleur van groen tot bruin kan wisselen, wordt het in Amerika soms ten onrechte Ďkameleoní genoemd.

De groene leguaan, die in Midden- en Zuid-Amerika voorkomt, heeft een groene kleur. Een jonge leguaan heeft een opvallend lichte kleur, de leguaan wordt donkerder naarmate hij ouder wordt. Deze tot 2 meter lange hagedis heeft een stekelige kam op zijn rug die achter de kop op zijn hoogst is en doorloopt tot de staart. Hij wordt vooral aangetroffen in bossen die in de nabijheid van water liggen. Hij kan goed klimmen en hij kan ook zwemmen. Het voedsel van de groene leguaan bestaat uit planten. Deze kan hij met zijn scherpe tanden zonder moeite afbijten. De vrouwtjes leggen in de herfst maximaal 40 eieren in een zelf gegraven hol. Na ongeveer een kwart jaar komen de jongen uit het ei.

Er zijn meer dan 700 soorten leguanen. Vertegenwoordigers van deze hagedissenfamilie tref je vooral aan in Noord-, Midden-, en Zuid-Amerika. Hun lengte varieert van 10 centimeter tot meer dan 2 meter. De meeste leguanen leven op de grond of in de bomen (met uitzondering van zeeleguaan). Ze voeden zich met insecten, wormen en slakken. Leguanen hebben allerlei verschillende kleuren.

 

 

Reptielenpagina klik hier